Corporate civil society

Governance Radar

Moet de morele zorgplicht van bestuurders en het toezicht daarop door commissarissen wettelijk worden vastgelegd, zoals een groep hoogleraren bepleit? Aanpassing van de wettelijke taakstelling zou een breekijzer voor oud denken en systeemverandering kunnen vormen, nu de praktijk weerbarstig blijkt.

Een groep van 25 hoogleraren wil wettelijk vastleggen dat bestuurders en commissarissen zich verantwoord opstellen. De besluitvorming in de boardroom mag volgens hen niet gedomineerd worden door het streven naar aandeelhouderswaarde en financiële doelstellingen, maar moet een breder maatschappelijk perspectief hanteren. De professoren worden aangevoerd door Jaap Winter, professor corporate law, governance and behaviour aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

Nieuw sociaal contract

De professoren deden hun voorstel al in mei, ingegeven door de noodzaak van een ‘nieuw sociaal contract’ tussen onderneming en samenleving. In hun opiniestuk in Het Financieele Dagblad schreven Winter cum suis destijds: ‘De taak van bestuurders en toezichthouders moet in de wet worden aangepast. Bestuurders moeten hun bedrijf als een ‘verantwoordelijke vennootschap’ laten opereren. Commissarissen moeten daarop toezien. Verankering in de wet, in plaats van de nu vaak ongrijpbare mvo-beloftes, geeft houvast om het handelen van bestuurders en commissarissen te toetsen, vooraf en achteraf, door de aandeelhouders en door de rechter.’

Aandeelhouders ontzien, maar wel loonoffer vragen  

De hoogleraren verwijzen in het stuk ook naar de Zuid-Afrikaanse King IV corporate governance code, die stelt dat de ondernemingsleiding ervoor moet zorgen dat de vennootschap een ‘responsible corporate citizen’ is en dat zij ook zo wordt gezien. In een ander FD-stuk lichten Winter en collega-hoogleraar Gerard van Solinge toe wat ze onder verantwoord gedrag verstaan: ‘Het vraagt dat je als bestuurders kunt uitleggen waarom je aandeelhouders ontziet en wel een loonoffer vraagt van je werknemers. Waarom medicijnprijzen duur zijn terwijl de patenten vaak met publiek geld zijn ontwikkeld. Het is je rekenschap geven van de consequenties van het sluiten van een fabriek voor een lokale gemeenschap. Van de consequenties van je beleid voor het milieu.’  

Angst voor rechtszaken

Onlangs ging de crème de la crème van toezichthoudend Nederland in debat over het voorstel, georganiseerd door advocatenkantoor Allen & Overy en verslagen door het FD. De aanwezige topcommissarissen zagen volgens de krant niets in de juridische verankering van een morele zorgplicht. Dat is volgens hen niet nodig in het Nederlandse stakeholdermodel, of men is bang voor een ‘tsunami aan rechtszaken’. Topcommissaris Tom de Swaan stelde tijdens het debat voor om het voorstel in de Nederlandse Corporate Governance Code op te nemen, in plaats van in de wet. Commissievoorzitter Pauline van der Meer Mohr klonk echter niet meteen enthousiast. Bestuurders zijn volgens haar van goede wil, maar ‘worstelen met de invulling van het begrip langetermijnwaardecreatie’. Gelukkig waren er ook nog twee commissarissen die wat tegengas gaven tijdens het debat. Claudia Zuiderwijk trok de parallel met diversiteit, een discussie die ook vaak blijft steken in mooie woorden en pas momentum kreeg na de dreiging met een wettelijk quotum. Zuiderwijk en Mijntje Lückerath pleitten daarnaast voor de opname van meetbare niet-financiële doelstellingen in het beloningsbeleid. Terecht: vaak zijn bestuurders pas bereid om te veranderen als ze het merken aan hun portemonnee. Winter zelf formuleerde het tijdens het debat als volgt: ‘We moeten echt af van de vrijblijvendheid. De taal en de beelden zijn van het stakeholdermodel, de praktijk is in Nederland anders.’

Interne besluitvormingsmodel ook gebaseerd op klanten, medewerkers en maatschappij

Die weerbarstige praktijk wordt duidelijk als we kijken naar de Volksbank. De bank kwam voort uit SNS Reaal, dat in 2013 werd genationaliseerd en gesplitst, na fraude bij vastgoeddochter SNS Property Finance. Sinds dit roemruchte verleden heeft de bank gekozen voor de andere kant van het spectrum: bankieren met de menselijke maat. De bank wil sturen op basis van vertrouwen en de klant bij financiële problemen niet meteen een incassobureau of deurwaarder op zijn dak sturen. Ook wil de bank niet het primaat geven aan (toekomstige) aandeelhouders: de stem van medewerkers, klanten en de maatschappij mag even hard doorklinken in de bestuurskamer. De onlangs afgetreden Volksbank-ceo Maurice Oostendorp zei daar twee jaar geleden het volgende over in het blad Management Scope: ‘Ons interne besluitvormingsmodel hebben we in elk geval helemaal gebaseerd op de verschillende belanghebbenden: klanten, maatschappij, medewerkers en aandeelhouder, met ieder eigen doelstellingen. Het grappige is dat die belangen vaak veel minder tegenstrijdig blijken te zijn dan je in eerste instantie dacht. En als ze wel tegenstrijdig zijn, dan moet je een dialoog voeren met je stakeholders en als bestuur de uiteindelijk gemaakte keuze goed kunnen verantwoorden.’

Menselijke maat: XS of XL?

Laat nu juist de Volksbank momenteel ook volop in het nieuws zijn: met een conflict in de top. Cfo Pieter Veuger dreigde na zijn ontslag door de raad van commissarissen - pas acht maanden na zijn indiensttreding - tot twee maal met een kort geding, waarop de bank zelf uiteindelijk een onafhankelijk onderzoek aankondigde naar de boardroomdynamiek bij de bank: zowel binnen het bestuur als in de relatie met de rvc. In de reconstructie door het FD passeren allerlei governancezonden de revue, waaronder vermeende integriteitsproblemen, een gebrek aan transparantie, interne botsingen, blokvorming tussen onder meer de ceo en de president-commissaris en een onhandig selectieproces van de nieuwe ceo, wiens verblijfsvergunning voor de VS de bank ernstig in de problemen had kunnen brengen. Het aangekondigde onderzoek zal meer licht op de gang van zaken in de boardroom van de bank moeten werpen. Wat onderhuids echter ook meespeelde en waar het ons hier om gaat, was een verschil in visie op bankieren met de menselijke maat binnen de top: van XS tot XL. Dat bleek te fungeren als een splijtzwam: de voormalige cfo en de staat als aandeelhouder zouden heel anders in de wedstrijd zitten dan de inmiddels vertrokken ceo en meer waarde hechten aan efficiency en een goede opbrengst.  

Hele systeem moet veranderen

Terug naar het verantwoord burgerschap van bestuurders en commissarissen. De modieuze purpose-statements blijven volgens  het manifest van de hoogleraren vaak steken in mooie woorden. Het wordt tijd voor actie, in plaats van vrijblijvendheid, vinden ze. Maar als die mooie woorden eenmaal daadwerkelijk in de praktijk worden gebracht, zoals bij de Volksbank, leidt dat kennelijk tot conflicten in de top en onvrede bij de aandeelhouder: nota bene de Nederlandse Staat, die zeventien miljoen Nederlanders representeert. Het geeft maar weer eens aan dat een maatschappelijke missie nooit gedragen mag worden door alleen de ceo en/of president-commissaris, of door slechts een deel van de top. Het merendeel van de Nederlandse bestuurders en commissarissen hangt - als het erop aankomt - echter nog het oude denken aan, waardoor verdeeldheid over een maatschappelijke koers steeds op de loer ligt. Het voorbeeld van de Volksbank geeft ook aan dat het héle systeem zal moeten veranderen, ook de aandeelhouders. Anders blijft alles bij het oude. Een aanpassing van de wettelijke taak van bestuurders en goed toezicht daarop door commissarissen zou het benodigde breekijzer voor oud denken en systeemverandering kunnen vormen. Of de Nederlandse governancedriehoek dat nu leuk vindt of niet.  

Auteur(s)
Redactie
Dit artikel is gepubliceerd in
GU2020sep

Nationaal Register

Jan van Nassaustraat 93
2596 BR Den Haag
T 070-324 30 91
info@nationaalregister.nl

Volg ons op social media

Governance Update nieuwsbrief