Commissarissen denken verschillend over beloningen

Remuneratie
Resultaten Nationaal Commissarissen Onderzoek 2015

Commissarissen vinden dat ze een kwart meer beloning zouden moeten krijgen, zijn verdeeld over variabele beloning en vinden de angst voor vertrek van bestuurders naar het buitenland overdreven. Dat blijkt uit het Nationaal Commissarissen Onderzoek.

Het Nationaal Commissarissen Onderzoek 2015, jaarlijks gehouden door Mijntje Lückerath-Rovers (TIAS School for Business and Society) en Auke de Bos (Erasmus Universiteit), richtte zich ditmaal specifiek op remuneratie en beloningen van commissarissen. Er deden 387 commissarissen en toezichthouders uit meerdere sectoren mee. Enkele opvallende resultaten:

Commissarissenbeloning moet met 25% omhoog

Commissarissen zijn van mening dat hun vergoeding gemiddeld met 25% zou moeten toenemen. Dit wordt onderbouwd door een (fors) verzwaard takenpakket en toegenomen tijdsbesteding. De huidige beloning varieert tussen de 45 euro en 220 euro per uur.

Commissariaat kost gemiddeld twee dagen per maand

Gemiddeld besteedt een commissaris ruim twee dagen per maand (18 uur) aan zijn commissariaat. Dit stijgt al enkele jaren. Aan het commissariaat bij beursondernemingen en coöperaties wordt de meeste tijd besteed (ongeveer 30 uur per maand, dus ongeveer een dag per week). Overigens is 51% van de commissarissen tevreden met de huidige vergoeding, al vindt ook 43% van de commissarissen dat de beloning van commissarissen omhoog moet om de kwaliteit van het intern toezicht te doen stijgen

Commissaris beursfonds verdient het meest

Er zijn grote verschillen zichtbaar in de vergoeding voor een commissariaat in de verschillende sectoren. Gemiddeld verdient de commissaris bij een beursonderneming het meest, ruim 56 duizend  euro. In de andere sectoren is dit minder, waarbij commissarissen bij niet-beursondernemingen, coöperaties, familiebedrijven en pensioenfondsen tussen de 20 duizend en 26 duizend euro verdienen. Zorginstellingen, woningcorporaties en onderwijsinstellingen verdienen het minste: respectievelijk rond de 9, 12 en 6 duizend euro.

Verdeeldheid over de variabele beloning voor bestuurders

Ook over het nut van variabele beloningen voor bestuurders lopen de meningen uiteen. Hoewel een groot deel van de commissarissen aangeeft een (beperkte) vorm van variabele beloningen acceptabel te vinden, zijn zij wel kritisch en verdeeld over het beloningsinstrument. Zo geeft 42% van de commissarissen aan dat een variabele beloning  niet effectief is, 33% vindt juist van wel. Verder is 53% het eens met de stelling dat variabele beloning perverse prikkels geeft, maar is 25% het hiermee juist oneens. Ook vindt de helft van de commissarissen (50%) niet dat variabele beloning zorgt voor juiste prioriteitstelling, maar zegt 28% juist weer dat het hieraan wel kan bijdragen. 

Commissarissen publieke sector sceptischer over variabele beloning

Er zijn grote verschillen zichtbaar tussen de private en publieke sector. De commissarissen in de publieke sector zijn veel sceptischer over de variabele beloning, zowel wat betreft de mogelijke positieve effecten (stimuleren performance, juiste prioriteitsstelling) als de negatieve effecten (perverse prikkels, niet effectief en te eenzijdige focus).

Private sector variabel beloond, publieke sector vooral vast salaris

Naast het vaste salaris, dat op vrijwel alle bestuurders van toepassing is, komen ook de onkostenvergoeding en de pensioenregeling zowel in de private als de publieke sector frequent voor. In de private sector ontvangt ruim driekwart ook een variabele beloning, bij beursondernemingen was dit zelfs bijna 100%, ten opzichte van slechts 9% in de publieke sector. Ook andere secundaire arbeidsvoorwaarden zoals aandelenopties, lease-auto, gunstige leningsvoorwaarden en een vertrekregeling ziet men frequenter in de private sector.

Angst voor vertrek zittende bestuurders naar buitenland overdreven

In het onderzoek is ook aandacht besteed aan het mogelijke verband tussen de beloningendiscussie in Nederland en het vertrek van bestuurders naar het buitenland als gevolg daarvan. Zowel in de private als in de publieke sector vinden commissarissen met respectievelijk 67% en 70% deze angst overdreven. Zelfs de commissarissen bij beursondernemingen, waarvan de bestuurders wellicht het meest in trek zijn in het buitenland, vindt 43% de angst overdreven, maar vindt 20% deze angst echter wel reëel.

Weerspiegeling van maatschappelijk en politiek debat

Uit het onderzoek blijkt dat het thema beloningen voor commissarissen en toezichthouders geen eenvoudig onderwerp is. De meningen lopen uiteen over de gewenste hoogte van de eigen beloning, de toegevoegde waarde van variabele beloning voor bestuurders en de invloed van nieuwe wet- en regelgeving op de kwaliteit en selectie van bestuurders. Deze verschillende visies zijn ook zichtbaar in het maatschappelijke en politieke debat. Wat de één teveel en ongepast vindt, vindt de ander noodzakelijk om goede commissarissen en bestuurders te werven en te behouden. Voorlopig zal de discussie over het onderwerp beloningen daarom nog niet verdwijnen uit het veld van corporate governance, denken onderzoekers Lückerath-Rovers en De Bos. 

Open dialoog nodig

Belangrijk is volgens hen dat de beloning past bij de missie van een organisatie en bijdraagt aan de realisatie van de strategie. Bovendien is het van belang om bij een gevoelig onderwerp als dit de verschillende perspectieven te overzien en te bespreken met de partijen die zijn betrokken bij de governance van een organisatie. Lückerath-Rovers en De Bos: ‘De resultaten tonen aan dat topbeloning nog steeds een onderwerp is dat vanuit verschillende perspectieven bekeken kan worden. Het is van belang dat we van elkaar weten wat deze perspectieven zijn zodat er een open en transparante dialoog over gevoerd kan worden. Het debat lijkt nu vaak te verzanden in algemeenheden en vooringenomen standpunten.’

Het Nationaal Commissarissen Onderzoek 2015 bevat nog veel meer resultaten over beloninggerelateerde onderwerpen. Klik hier om het onderzoek kosteloos te downloaden.

Auteur(s)
Auke de Bos (EY) en Mijntje Lückerath-Rovers (TIAS)
Dit artikel is gepubliceerd in
GU2016mrt

Nationaal Register

Jan van Nassaustraat 93
2596 BR Den Haag
T 070-324 30 91
info@nationaalregister.nl

Volg ons op social media

Governance Update nieuwsbrief