Uitspraak Europees Hof

Geen helderheid btw-plicht commissarissen
Wetgeving

Is een commissaris btw-plichtig of niet? In antwoorden op Kamervragen over de btw-plicht van toezichthouders, geeft de staatssecretaris aan voorlopig niet met beleid te komen, constateren PwC-partners Herman van Kesteren en Jochem Kijftenbelt.

Aanleiding voor de Kamervragen is de uitspraak van het Europese Hof van Justitie over een btw-kwestie. De staatssecretaris is van mening dat de vaststelling van de belastingplicht voor de btw afhankelijk is van de feiten en omstandigheden van het individuele geval. Een toezichthouder zal dus zelf actie moeten ondernemen om antwoord te krijgen op de vraag wat haar of zijn btw-status als toezichthouder is. De beoordeling hiervan is voorbehouden aan de inspecteur. (kijk hier voor de uitspraak.)

Voorlopig geen nieuw beleid

Het arrest in de zaak IO biedt volgens de staatssecretaris onvoldoende duidelijkheid om een algemene, voor iedere toezichthouder geldende, beleidslijn in een beleidsbesluit vast te leggen. Pas na uitspraak van de Nederlandse Hoge Raad in een andere lopende zaak, Hof Amsterdam 29 mei 2018 (‘btw en vacatiegelden’), zal de staatssecretaris opnieuw bekijken of het mogelijk is om de btw-plicht van toezichthouders te verduidelijken in een beleidsbesluit. Het is onbekend wanneer de Hoge Raad vonnis in die zaak zal wijzen. De staatssecretaris geeft nog aan dat toezichthouders die twijfelen of zij na het arrest in de zaak IO nog belastingplichtig zijn voor de btw, deze vraag kunnen voorleggen aan hun btw-inspecteur. De staatssecretaris merkt over in het verleden afgegeven verklaringen waarin is aangegeven dat iemand btw-plichtige is ('Verklaring omtrent de hoedanigheid van belastingplichtige') desgevraagd op dat deze verklaringen niet met terugwerkende kracht worden ingetrokken of anderszins aangepast.

PwC: Beoordeel uw situatie

Wat is nu het advies aan de toezichthouder? Als een situatie identiek is aan de situatie van IO, adviseert PwC met ingang van 13 juni 2019 geen btw meer in rekening te brengen en geen btw meer in aftrek te brengen en u per 13 juni 2019 af te melden als btw-ondernemer. Voor kwartaal- of jaaraangevers zal men in de btw-aangifte dus rekening moeten houden met deze knip. De staatssecretaris stelt zich voor deze groep toezichthouders zeer formeel op. Hij stelt dat als de betreffende toezichthouder niet tijdig bezwaar maakt of heeft gemaakt tegen de voldoening van btw op aangifte, deze tijdvakken onherroepelijk vaststaan en dat naar aanleiding van het arrest in de zaak IO geen recht op ambtshalve teruggaaf van btw bestaat.

Uw situatie komt niet overeen met het arrest?

Omdat de btw-plicht van uw specifieke situatie afhankelijk is raden wij u in andere gevallen aan sowieso contact met uw inspecteur op te nemen en om vooralsnog de huidige praktijk voort te zetten en te bespreken wat de mogelijkheden zijn in de periode tot het vonnis van de Hoge Raad in de zaak over btw en vacatiegelden. De veilige weg is bezwaar te maken, maar dit hoeft pas te gebeuren binnen zes weken na betaling van de btw op aangifte.

https://www.pwc.nl/nl/contacts/h/herman-van-kesteren.html

https://www.pwc.nl/nl/contacts/j/jochem-kijftenbelt.html

Auteur(s)
Herman van Kesteren en Jochem Kijftenbelt
partners PwC
Dit artikel is gepubliceerd in
GU2019jul

Verder in deze Governance Update

Nationaal Register

Jan van Nassaustraat 93
2596 BR Den Haag
T 070-324 30 91
info@nationaalregister.nl

Klik hier voor ons Privacybeleid

Governance Update nieuwsbrief

Volg ons