Zin en onzin van de fairness opinie

Ondanks kritiek op de ‘fairness opinie’ wordt deze toch steeds vaker gebruikt om te beoordelen of een fusie of overname recht doet aan de belangen van aandeelhouders. PricewaterhouseCoopers verkent de rol van het toezicht bij de fairness opinie.
Een fairness opinie is een deskundig oordeel over de redelijkheid en evenwichtigheid van een fusie of overname met het oog op de belangen van de aandeelhouders. De fairness opinie is komen overwaaien uit Amerika. In de jaren tachtig werd een bedrijf door de rechter veroordeeld omdat de board bij een overname grove nalatigheid was aan te rekenen. Het bod matchte niet met de werkelijke waarde. Bij een fairness opninie gaat het vooral om de hoogte en de financiële voorwaarden van het bod.

Aansprakelijkheid van de raad van bestuur en de raad van commissarissen is een belangrijke reden voor fairness opinies. Het geeft blijk van zorgvuldig handelen door RvB en RvC. Zo wordt bijvoorbeeld voorkomen dat het management een persoonlijk belang heeft bij een mogelijke overname.

Toch is er altijd veel kritiek op de fairness opinie geweest. Steevast zijn er twee kritiekpunten: het gebrek aan onafhankelijkheid van de investment bank die de opinie verstrekt en de beknoptheid van de tekst, veelal niet meer dan drie A-4tjes. Velen vinden de tekst daarom nietszeggend. Het gebrek aan onafhankelijkheid wordt steeds vaker bestreden door het document te laten opstellen door een partij die geheel buiten de fusie staat. De terechtheid van het tweede kritiekpunt wordt onderstreept door het gegeven dat veel ‘opinies’ met ‘fair’ worden beoordeeld. In de VS worden inmiddels voorstellen gedaan om het document meer inhoud te geven.

Ook toezichthouders hebben te maken met de fairness opninie. Zij moeten daarbij rekening houden met vier punten:

  1. De RvC dient bij aanvang van het transactieproces zijn positie te bepalen ten aanzien van de rol die de raad bij de fairness opninie wenst te spelen. Was in het verleden de RvB de opdrachtgever van de ‘fairness’, tegenwoordig is de RvC steeds vaker zelf opdrachtgever of nauw betrokken bij het proces.
  2. De RvC dient betrokken te zijn bij de keuze van de deskundige die de fairness opinie verstrekt.
  3. De RvC dient zich in detail op de hoogte te stellen van de door de deskundige gehanteerde veronderstellingen, analyses en diens overwegingen en bevindingen.
  4. Naast het ‘fair’ of ‘unfair’ oordeel van de deskundige, zal hij vaak een bandbreedte voor de prijs geven: zit het bod aan de bovenkant of onderkant van de bandbreedte? De RvC dient inzicht te verkrijgen in de positie van het bod binnen deze bandbreedte.

De link naar het volledige artikel van PwC is niet langer beschikbaar.

www.pwc.com

Auteur(s)
PricewaterhouseCoopers
Dit artikel is gepubliceerd in
gu2007-09

Nationaal Register

Jan van Nassaustraat 93
2596 BR Den Haag
T 070-324 30 91
info@nationaalregister.nl

Volg ons op social media

Governance Update nieuwsbrief