WNT: lastige praktijkvragen

Ministeries zelf niet in staat wettelijk vereiste WNT-rapportages op te leveren

In deze maanden zijn instellingen in de (semi-)publieke sector druk bezig met hun jaarverslaggeving 2013. Hierin wordt voor de eerste keer de WNT-verslaggeving verplicht. Het is zaak voor de RvC (of RvT) en met name voor de audit- en de remuneratiecommissie om hierbij vinger aan de pols te houden, concluderen Henk Jan van den Bosch en Martin Meijer van Axyos WNT Advies.

Ogenschijnlijk simpele keuzes bij de verslaggeving 2013 kunnen in 2014 of - bij eventuele verdere verlaging van het WNT-maximum – in 2015 gevolgen hebben voor de arbeidsvoorwaarden van de bestuurders. Aan de andere kant is het voor de reputatie van de organisatie van belang dat transparant verantwoording wordt afgelegd binnen de kaders van de WNT. Er is weinig ruimte voor een eigen interpretatie van de regelgeving.  

Stand van de WNT-regelgeving

Per 1 januari 2013 is de WNT van kracht. Vanaf het eerste moment waren er veel vragen en onduidelijkheden over de toepassing van de WNT in de praktijk. Zowel vooraf als achteraf bezien kan worden geconstateerd dat er een zeer complexe wetgeving is ontstaan, waarvoor nog veel aanvullende regelgeving noodzakelijk bleek te zijn om tot een uitvoerbaar en controleerbaar kader te komen. Zo is begin februari 2014, met terugwerkende kracht tot 1 januari 2013, nog een Aanpassingswet WNT in de Tweede Kamer aangenomen. Deze regelt de publicatieplicht voor ANBI’s. Ook enkele definities zijn aangepast of aangescherpt (onder andere topfunctionarissen en bezoldiging).

Omvangrijk normenkader

Ondanks het feit dat de Aanpassingswet de Eerste Kamer nog niet is gepasseerd, heeft de minister bepaald dat deze als basis voor de rapportage moet worden gehanteerd. Daarnaast is op 26 februari 2014 nog een omvangrijk normenkader gepubliceerd dat als leidraad moet dienen voor het opstellen van de WNT-verslaggeving en de accountantscontrole. Daarin wordt tot in detail benoemd welke beloningscomponenten wel en niet tot de bezoldiging worden gerekend en hoe de bedragen moeten worden toegerekend aan het betreffende jaar. Wat dit laatste betreft is om praktische redenen besloten om zoveel mogelijk aan te sluiten op de salarisadministratie. Dat betekent bijvoorbeeld dat niet de overeengekomen vakantietoeslag van 8% over het jaarsalaris, maar de werkelijk uitbetaalde vakantietoeslag wordt gerapporteerd. In de praktijk gaat het om kleine verschuivingen tussen jaren maar vanwege de nultolerantie die in de WNT is opgenomen voor overschrijdingen van de norm, zal elke euro gaan tellen en zal de accountant zijn controle met die insteek moeten uitvoeren.

Gezien het gebrek aan enige praktijkervaring en het late moment waarop en de hoge druk waaronder deze regelgeving tot stand is gekomen, is het zeer waarschijnlijk dat later in het jaar nog een verbeteringsslag zal moeten worden gemaakt. In dat verband is het opmerkelijk dat minister Plasterk aan de Tweede Kamer per brief heeft gemeld dat ministeries zelf niet in staat zijn om de wettelijk vereiste WNT-rapportages voor interim-functionarissen op te leveren en dat hij op dat punt voorstelt op dit punt toe te staan dat deze rapportages achterwege blijven.

Waar moet de RvC op letten bij de WNT-verslaggeving 2013?

Het remuneratierapport zou inzicht moeten geven welke invloed de WNT heeft op het beloningsbeleid en hoe de RvC daarmee is omgegaan.

Daarbij zijn er tenminste drie belangrijke vragen:

  1. Welke keuzes heeft de instelling gemaakt voor de WNT-rapportage 2013 en welke discussies heeft het bestuur daarover met de accountant gevoerd? Belangrijke punten zijn daarbij wie als topfunctionaris moet worden aangemerkt, of de WNT-rapportage in de enkelvoudige of de geconsolideerde jaarrekening wordt opgenomen en mogelijke discussiepunten rond toepassing van overgangsrecht.
  2. Is de wet- en regelgeving in de huidige stand voldoende duidelijk en uitvoerbaar voor de organisatie? Zo niet, dan is belangrijk om (bij onduidelijkheid) een eigen standpunt te bepalen en helder uiteen te zetten en te motiveren, en bij onuitvoerbaarheid de redenen hiervoor uiteen te zetten met een inschatting van de risico’s dat mogelijk niet geheel aan de WNT-eisen wordt voldaan. Belangrijk is om deze situaties tijdig te bespreken met de accountant, mede gezien de mogelijke gevolgen hiervan voor de controleverklaring.
  3. Wat zijn de gevolgen van de gemaakte keuzes voor de bezoldiging 2014 en verder (met onder meer een klassenindeling voor de zorg en woningcorporaties) en moet de RvC of het bestuur daar nog verder actie op ondernemen?
WNT-aandachtspunten bij een eenvoudige organisatiestructuur

Veel  WNT-organisaties hebben een eenvoudige structuur. Bijvoorbeeld één instelling/rechtspersoon met één of meer bestuurders en een raad van toezicht. De WNT-problematiek blijft dan meestal beperkt tot de vragen:

  • Zijn er naast het bestuur en de raad van toezicht nog andere topfunctionarissen? Het gaat dan om andere functionarissen die leidinggeven aan de gehele rechtspersoon of instelling. Gezien de extra administratieve lasten voor topfunctionarissen en de jarenlange openbaarmakingsplicht voor (gewezen) topfunctionarissen. is het aan te raden om dit kritisch te beoordelen.
  • Is er sprake van een overschrijding van de WNT-norm (in 2013 meestal € 228.599 op jaarbasis), valt deze overschrijding binnen het overgangsrecht en is deze goed gemotiveerd?
De WNT bij groepsstructuren van WNT-instellingen

Als het gaat om een groep van WNT-instellingen of –rechtspersonen dan komen er nieuwe vragen op:

  • Welke functies zijn per individuele instelling aan te merken als topfunctie?
  • Is er sprake van personen die tegelijkertijd meerdere topfuncties vervullen?
  • Is er sprake van interne doorbelastingen die ook moeten worden getoetst in het kader van de WNT?
  • In welk(e) verslag(en) wordt de bezoldiging van de topfunctionaris openbaar gemaakt als er meerdere jaarverslagen worden gepubliceerd? Daarbij is er een keuze tussen de geconsolideerde jaarrekening van de groep of de enkelvoudige jaarrekeningen van de rechtspersonen waar de betreffende (top-)functies worden verricht.

In de huidige regelgeving worden nog niet alle voorkomende praktijksituaties goed ondervangen. Zo is de WNT-uitvoering in de zorgsector gericht op instellingen met een toelating op grond van de WTZi (Wet toelating zorginstellingen). Eén organisatie of rechtspersoon kan in de praktijk echter meerdere ‘administratieve’ toelatingen hebben. Voor de WNT moet elke toegelaten instelling afzonderlijk worden beoordeeld. Over 2013 kan dit er dus toe leiden dat veel functionarissen als topfunctionaris zouden moeten worden aangemerkt. Als de voor 2014 ingevoerde ministeriële regeling (klassenindeling) ook per instelling moet worden uitgevoerd, dan kan dit bovendien tot aanzienlijk lagere maximum-bezoldigingen leiden voor topfunctionarissen die in één organisatie eindverantwoordelijk zijn voor meerdere instellingen. Omgekeerd zou voor toezichthouders kunnen worden gesteld dat de 5%-norm dan per ‘administratieve’ instelling mag worden toegepast. Dit kan uiteraard niet de bedoeling zijn. Hier is dus nog werk aan de winkel voor de wetgever.

Combinaties van WNT-instellingen met activiteiten niet onder de WNT vallen

Bij deze combinaties binnen één groep wordt de beoordeling complexer. Vragen zijn dan :

  • Zijn er functionarissen die een (top-)functie onder de WNT combineren met een functie bij een rechtspersoon of instelling in de groep die niet WNT-plichtig is?
  • Staat de WNT-instelling aan het hoofd van de groep of gaat het om een (klein-)dochter?
  • Hoe zijn de dienstverbanden met die topfunctionarissen gestructureerd, welke onderlinge verrekeningen zijn er en tot welke rapportageplicht leidt dat?

Een voorbeeld van zo’n complexere situatie is een woningcorporatie (WNT-plichtig) met een projectontwikkelings-BV (valt niet rechtstreeks onder de WNT, waarbij de bestuurder van de instelling tevens bestuurder is van de BV. Hij besteedt twintig procent van zijn tijd aan de BV en twintig procent van de bezoldiging komt ook ten laste van de BV.  In beginsel is er de keuze om de bezoldiging in de enkelvoudige jaarrekening van de instelling te rapporteren. Afhankelijk van de structurering van het dienstverband zal dan 80% of 100% van de bezoldiging van de bestuurder moeten worden gerapporteerd. Wordt gekozen voor publicatie in de geconsolideerde jaarrekening, dan zal 100% moeten worden gerapporteerd, maar afhankelijk van de structuur zal soms 80% en soms 100% in de toetsing van de bezoldiging aan het WNT-maximum worden betrokken. Dat zijn dus nog lastige praktijkvragen.

De rol van de accountant in de WNT-verslaggeving

De organisatie of instelling is verantwoordelijk voor het opstellen van de WNT-verslaggeving en de accountant heeft de door de WNT opgelegde taak om naleving van de WNT te controleren. Bij ontbreken van de wettelijk vereiste gegevens in de WNT-verslaggeving moet de accountant deze zelf melden aan het betreffende ministerie. In de praktijk zal uiteraard eerst overleg plaatsvinden. De accountant is verplicht om de WNT-controle uit te voeren binnen het raamwerk van het vastgelegde normenkader en controleprotocol. Als een instelling een standpunt wil innemen dat niet onmiddellijk voortvloeit uit de regelgeving, dan zal dit goed moeten worden onderbouwd en, indien nodig, bij lastige kwesties moeten worden voorzien van een uitspraak van het verantwoordelijke ministerie of advies van een deskundige. Het is van belang om eventuele vraagstukken tijdig met de accountant af te stemmen en de verwachtingen over en weer te managen. 

http://www.axyos.nl

 

Auteur(s)
Henk Jan van den Bosch
Martin Meijer
Dit artikel is gepubliceerd in
GU2014mrt

Verder in deze Governance Update

De machteloze commissaris

Waken voor het prof. dr. Akkermans-effect

Fiscale aftopping pensioen treft bestuurders hard

Na aftopping pensioen geen interessante arbeidsvoorwaarde meer

WNT: lastige praktijkvragen

Ministeries zelf niet in staat wettelijk vereiste WNT-rapportages op te leveren

‘De baby niet horen huilen’

Toezichtdynamica: balanceren tussen vertrouwen en afstand

Pre-pack: serieus reddingsmiddel als de nood hoog is

Harm Tunteler, Custom Management, pleit voor wettelijke verankering pre-pack

Druk, druk, druk

MUTATIES

Nationaal Register

Jan van Nassaustraat 93
2596 BR Den Haag
T 070-324 30 91
info@nationaalregister.nl

Volg ons op social media

Governance Update nieuwsbrief