WNT 2 is van kracht vanaf 1 januari 2015

Round-up verlaging Topinkomens

Het was geen rustige kerst voor topinkomens in de (semi)publieke sector. Henk Jan van den Bosch en Martin Meijer van Axyos analyseren de ontwikkelen rond de WNT(2). Over onterechte verontwaardiging, grote haast en onzorgvuldigheid en de constatering dat eigenlijk nu al sprake is van heel gematigd beleid.

Het was een hectische decembermaand voor de discussie rond de WNT. Na de steun van de Tweede Kamer in oktober 2014 voor de verlaging van het WNT-maximum naar 100% van een ministerssalaris (WNT 2) wilde een meerderheid van de voorbereidingscommissie van de Eerste Kamer (Binnenlandse Zaken) het wetsvoorstel niet vóór het Kerstreces, maar zo spoedig mogelijk in januari 2015 plenair behandelen. Onder grote druk van de voorstanders is de Eerste Kamer maandag 22 december tijdens het reces teruggekomen om op het allerlaatste moment de verlaging van de topinkomens in de (semi-)publieke sector per 1 januari 2015 door te voeren. Met een krappe meerderheid werd de wet aangenomen. VVD, D66 en CDA waren tegen invoering in 2015 vanwege het onzorgvuldige wetgevingsproces, omdat de effecten van de huidige wet die op 1 januari 2013 is ingevoerd onduidelijk zijn en de wet nog niet kon worden geëvalueerd.

Maar niet voor alle sectoren…

Een dag later lieten minister Schippers (VVD), Blok (VVD) en Bussemaker (PvdA) de Tweede Kamer weten dat de ministeriële regelingen voor de zorgsector, de woningcorporaties en het wetenschappelijk onderwijs pas per 1 januari 2016 zullen worden aangepast aan de verlaging van WNT2. Er was geen tijd meer voor het wettelijk vereiste zorgvuldig overleg met de verschillende sectoren. De ministeriële regelingen voor 2014 voor deze sectoren blijven daarom van kracht in 2015.

Deze berichten leidden tot grote politieke verontwaardiging bij de voorstemmers en nieuwe commotie. Dat is volkomen onterecht. De wet die nu is aangenomen, regelt expliciet wat er gebeurt als de minister geen nieuwe ministeriële regeling kan vaststellen. In het betreffende wetsartikel wordt aangegeven dat het maximum van 2014 dan nog van kracht blijft, ook als dit hoger ligt dan € 178.000. Die bepaling is niet voor niets in deze wet opgenomen. Iedereen had dit kunnen weten en Kamerleden hadden deze bepaling kunnen schrappen, in plaats van achteraf kritiek hierop te uiten. Maar kennelijk is ook dit aspect verloren gegaan in de grote haast waarmee het wetsvoorstel moest worden behandeld. Weer een voorbeeld van onzorgvuldigheid, waar de tegenstemmers zo nadrukkelijk voor hebben gewaarschuwd. Zij stonden daarin niet alleen. Vanaf het begin hebben vele deskundigen de grote risico’s, verbonden aan het in hoog tempo stapelen van complexe wetgeving, aangegeven, de Raad van State voorop. Dat heeft niet geholpen.

De ministers van Zorg, Wonen en Onderwijs hadden geen keuze. De rechter heeft al eerder een ministeriële regeling (2013, Wonen) als onrechtmatig gekwalificeerd omdat er geen zorgvuldig (wettelijk vereist) overleg met de sector was gevoerd.

Is er nog iemand die het begrijpt?

De WNT was in de oorspronkelijke opzet al ingewikkeld. Ongetwijfeld ook voor Kamerleden, gezien de voortdurende stroom van Kamervragen over de toepassing van de wet. Maar nu begrijpt vrijwel niemand meer hoe het zit. Er geldt vanaf 1 januari 2015 een nieuw wettelijk maximum van € 178.000, maar voor meer dan de helft van de topfunctionarissen die het betreft, wordt dit pas een jaar later ingevoerd. Dat lijkt inmiddels ook een typisch geval van ongelijke behandeling. Het wachten is op de eerste procedures.

De effecten tot nu toe?

De regelmatig terugkomende vraag is wat de effecten zijn van de wetgeving. In december is de eerste WNT-rapportage over 2013 naar de Tweede Kamer verstuurd. Enkele highlights uit de rapportage van 246 bladzijden:

  • de bezoldiging van 31.500 topfunctionarissen bij 5.200 instellingen/organisaties is gerapporteerd;
  • circa twee derde betreft rapportages over interne toezichthouders met een gemiddelde bezoldiging van circa € 6.000;
  • de gemiddelde bezoldiging van topbestuurders ligt met € 122.000 op 53% van de WNT-norm 2013;
  • circa 4% van de topbestuurders en circa 5% van de toezichthouders verdiende meer dan de WNT-norm, maar dit is toegestaan onder het overgangsrecht;
  • er zijn landelijk zeven overtredingen geconstateerd en er lopen nog enkele onderzoeken.

Samenvattend dus een heel gematigd beeld van de werkelijke beloning in de praktijk. Daarbij moet wel worden bedacht dat er in 2013 nog geen klassenindelingen voor de zorg en woningcorporaties waren ingevoerd.  

Wat is nu de stand van zaken voor de WNT?

Het algemene WNT-maximum wordt per 1 januari 2015 verlaagd van € 230.474 naar € 178.000. (-23%). Het maximum is teruggebracht van 130% naar 100% van een ministerssalaris. Het maximum van €178.000 wordt jaarlijks geïndexeerd. Ingeval van bijzondere arbeidsmarktomstandigheden kan nog een verzoek bij het ministerie worden ingediend om een hoger maximum (tot maximaal € 230.474) toe te passen. Het beleid zal op dit punt zeer terughoudend zijn. 

Uitzonderingen in 2015, een nieuw dilemma voor commissarissen?

Voor de zorg- en woningcorporatiesector en voor het wetenschappelijk onderwijs blijft de oude ministeriële regeling 2014 in 2015 van kracht, ook voor de maxima boven € 178.000. In de loop van 2015 zal in overleg met de sectoren tot een nieuwe ministeriële regeling voor 2016 moeten worden gekomen met het algemene WNT-maximum van € 178.000 als uitgangspunt. Het ministerie van OCW overweegt om ook een klassenindeling in te voeren in plaats van de huidige plafonds die gelden voor zowel grote als kleinere instellingen.

Deze overgangssituatie brengt natuurlijk weer nieuwe dilemma’s met zich mee bij de werving  van een nieuwe bestuurder in 2015 of bij salarisaanpassingen. Er mag een hogere bezoldiging dan € 178.000 worden afgesproken, die nog gedurende de overgangstermijn (4+3 jaar) van kracht blijft. Wat dan te doen? De (maatschappelijke) verantwoording voor dit soort beslissingen is niet eenvoudig.

Overgangsrecht WNT

Ook voor de WNT2-verlaging mag het gebruikelijke overgangsrecht worden toegepast. De algemene regel voor alle overschrijdingen is, dat een eerste overschrijding van een WNT-maximum gedurende vier jaar wordt toegestaan en vervolgens in drie jaar moet worden afgebouwd. Daaropvolgende nieuwe overschrijdingen, bijvoorbeeld door invoering van een ministeriële regeling in 2014 of de WNT2 moeten worden teruggebracht in de twee jaar na afloop van de eerste overgangsperiode van 4+3 jaar. Afspraken over variabele beloning zijn niet meer toegestaan sinds de invoering van de WNT per 1-1-2013 en vervallen per 1-1-2017.

Verhoging maximum bezoldiging RvC/RvT, ook een dilemma?

De maximumbezoldiging voor leden van toezichthoudende organen wordt verhoogd naar 10% van het voor de instelling van toepassing zijnde maximum. Voor voorzitters van deze organen is de maximumbezoldiging verhoogd van 7,5% naar 15%. De deeltijdfactor voor de toezichthouders is aangepast omdat de politiek tot het inzicht is gekomen dat de oorspronkelijke factor van 5% (circa 80 uur per jaar) geen realistische inschatting was. Een terechte aanpassing, al oogt het wat paradoxaal dat de beloning van commissarissen nu mag worden verhoogd, terwijl de bestuurders moeten inleveren. Ook deze beslissingen van toezichthoudende organen zullen goed moeten worden gemotiveerd.

Nieuwe normering voor interim-topfunctionarissen in de loop van 2015

De WNT2 maakt een andere aanpak voor het maximeren van de beloning van interimmers mogelijk. Voor de eerste twaalf maanden dat een interimmer als topfunctionaris werkzaam is komt er een afzonderlijke norm. Deze norm zal naar verwachting in 2015 in een algemene maatregel van bestuur worden vastgesteld. Hoe hoog die zal worden, is nog niet duidelijk. Vanaf de dertiende maand gelden de gebruikelijke WNT-normen, maar deze behoeven niet meer met terugwerkende kracht te worden toegepast. Dit nieuwe regime komt in plaats van de huidige regel, waarbij de bezoldiging uitsluitend is gemaximeerd voor interimmers die in een periode van achttien maanden langer dan zes maanden werkzaam zijn als topfunctionaris.

Aanpassing arbeidsvoorwaarden onder het overgangsrecht wordt eenvoudiger

De Beleidsregels toepassing WNT 2015 maken aanpassing van de arbeidsvoorwaarden onder het overgangsrecht eenvoudiger: ‘Van de bezoldiging die onder het overgangsrecht valt, mogen afzonderlijke bezoldigingscomponenten te allen tijde worden verhoogd of verlaagd, mits de totale bezoldiging daardoor niet wordt verhoogd. Deze wijziging heeft geen gevolgen voor het toepasselijke overgangsrecht.’ Dit betekent dat compensatie van een verlaagde pensioenopbouw met bijvoorbeeld een hogere beloning of een werkgeversbijdrage aan een netto pensioenregeling is toegestaan zolang de totale bezoldiging daardoor niet wordt verhoogd. Alhoewel deze beleidsregel pas per 1 januari 2015 van kracht wordt, mag deze beleidsregel ook op voorgaande jaren in aanvulling op de voor dat jaar geldende beleidsregels worden toegepast.

http://www.axyosWNT.nl

Auteur(s)
Henk Jan van den Bosch
Martin Meijer
Dit artikel is gepubliceerd in
gu2015feb

Nationaal Register

Jan van Nassaustraat 93
2596 BR Den Haag
T 070-324 30 91
info@nationaalregister.nl

Volg ons op social media

Governance Update nieuwsbrief