Wetsvoorstel Opstelten verdient prominente plek op vergaderagenda

Wet- en regelgeving

Het consultatievoorstel van minister Opstelten voor een beter governanceklimaat bij verenigingen en stichtingen schept een uitstekende basis voor een strakker toezicht. Het succes zal echter afhangen van de mate waarin bestuurders en toezichthouders hun rol serieus nemen en daarop aanspreekbaar zijn, betoogt Ron Steenkuijl, voorzitter Nederlandse Vereniging van Commissarissen en Directeuren (NCD).

Waar sprake is van macht, is controle noodzakelijk. Het ideaalbeeld is dat van de wijze bestuurder die Socrates voor ogen stond: vrij van zelfzucht, de eigen zwakheden en die van de mensheid kennende en daarop zijn of haar beslissingen baserend. In werkelijkheid zijn er geen bestuurders te vinden die aan dit ideaalbeeld voldoen. Bestuurders die dat profiel dicht benaderen, zoals een Nelson Mandela, worden prompt over de hele wereld geroemd; talloze straten, pleinen en bruggen worden gesierd met de naam van zo’n bijzonder mens. In onze dagelijkse werkelijkheid zijn we echter meestal aangewezen op checks and balances: anderen houden toezicht op degene die de uitvoerende macht heeft. Daarmee verdient het voorstel van minister Opstelten van Veiligheid en Justitie onze volle aandacht.

Verbetering governanceklimaat

De minister stuurde in februari van dit jaar een relevant consultatievoorstel met betrekking tot bestuur en toezicht naar - onder meer - de Raad van State. Zijn voorstel betekent in potentie een verbetering van het governanceklimaat bij - met name - verenigingen en stichtingen. Op dit moment is de taak van bestuurders en toezichthouders daar wettelijk nog onvoldoende helder omschreven.

Slecht functioneren sanctioneren

Het voorstel van Opstelten creëert een duidelijk kader voor mensen die de verantwoordelijkheid op zich nemen om te besturen of toezicht te houden bij een vereniging of stichting. Dat geeft helderheid en houvast. Daarnaast legt het de lat voor alle betrokkenen hoger, want slecht functioneren kan gesanctioneerd worden. De kans dat deze rollen met een bepaalde mate van vrijblijvendheid worden uitgevoerd, zou in de toekomst dan ook kleiner moeten worden. Kort gezegd: een aantrekkelijk voorstel.

Forse prikkel

Met dit voorstel wordt een forse prikkel gegeven aan commissarissen en toezichthouders om hun verantwoordelijkheid te nemen en kritischer te kijken naar het eigen functioneren en dat van hun bestuurder. Doen ze dat niet, dan lopen ze immers het risico dat ze met hun privévermogen de schade moeten vergoeden die is ontstaan door onjuist handelen van zichzelf of van de bestuurder.

Cultuurverandering noodzakelijk

Het voorstel betekent echter niet dat het gehele vraagstuk van de noodzaak tot verandering in toezicht houden wordt aangepakt. In de kern gaat het om een cultuurverandering bij de toezichthouder zelf. We hebben in onze veranderende samenleving toezichthouders nodig die veel transparanter in de samenleving staan en meer dan voorheen de belangen van de stakeholders van een organisatie centraal stellen. Toezichthouders ook die kritisch kijken naar het eigen functioneren, zich kwetsbaar durven opstellen bij ten minste de peers en bereid zijn te investeren in de eigen opleiding en ontwikkeling.

Doodsteek voor stakeholders

Het nieuwe toezicht vraagt om een krachtige commissaris of toezichthouder die zich onomwonden achter zijn of haar bestuurder durft te scharen als deze ten onrechte onder vuur ligt. Op sociale media worden geruchten vaker tot waarheid verheven. Dat toelaten leidt tot een zwak bestuur dat geen beslissingen durft te nemen en vooral aardig wil worden gevonden. Dat laatste zou de doodsteek zijn voor de belangen van de stakeholders in de semi-publieke sector, waar dit wetsvoorstel zich op richt.

Risicomijdend gedrag voorkomen

Het is van eminent belang dat alle besturen en raden van toezicht de voorgestelde wetswijziging uitgebreid de revue laten passeren in de vergaderingen. Het betreft ingrijpende wijzigingen met serieuze implicaties.  Het helpt om elkaar sneller te vinden als de verschillende betrokkenen  helder op het netvlies hebben wat deze wetswijziging betekent en de gemeenschappelijke visie op dit punt wordt gedocumenteerd. Daarnaast moet worden voorkomen dat bestuurders en toezichthouders zich te risico-avers gaan opstellen, uit angst voor de mogelijke gevolgen van hun besluiten. Daarmee pleit ik niet voor een risicovol beleid, integendeel, maar de aangescherpte regelgeving mag niet leiden tot risico- of conflictmijdend gedrag.   

Good governance = goed gedrag   

Tot slot is het van belang te bedenken dat good governance staat of valt met het juiste gedrag, in combinatie met optimale regelgeving. Zonder het eerste is het tweede slechts een lege huls. Het voorstel van Opstelten schept een uitstekende basis voor een strakker (toezicht op) beleid bij verenigingen en stichtingen, maar het succes zal in individuele gevallen afhangen van de mate waarin bestuurders en toezichthouders hun rol serieus nemen en daarop zij aanspreekbaar zijn. Niet formeel, maar juist informeel. Het is de combinatie die leidt tot deskundig en professioneel toezicht.

Klik hier voor meer informatie.

Auteur(s)
Ron Steenkuijl
Dit artikel is gepubliceerd in
GU2014apr

Nationaal Register

Jan van Nassaustraat 93
2596 BR Den Haag
T 070-324 30 91
info@nationaalregister.nl

Volg ons op social media

Governance Update nieuwsbrief