‘Wet Bestuur en Toezicht heeft de plank volledig misgeslagen bij omvangscriterium’

Congresverslag
Onderzoek: maximering commissarissen levert kwalitatief niets op

Even leek de geest van Irrgang uit de fles tijdens het congres U wordt gemaximeerd  over de Wet Bestuur en Toezicht. Maar met name Henk Breukink ‘het is belachelijk alle rechtspersonen over één kam te scheren’ en Commissaris van de Koning Johan Remkes ‘de wet is een parlementaire krokodil’, gooiden olie op het vuur. Toen stak de storm toch weer op en klonk massaal de roep bij de aanwezige commissarissen om alsnog de wet aan te passen.

Het symposium over de maximering van toezichtposities, georganiseerd door het Nationaal Register, begon rustig in de Rode Hoed, daar waar drie jaar geleden de emoties nog hoog opliepen. Commissaris Willem van Hassel zei destijds op het memorabele eerste congres over de maximering van toezichtfuncties - waar ook de indiener en naamgever van het amendement-Irrgang persoonlijk aanwezig was - dat ‘een toezichthouder straks minder verdient dan een havenarbeider’. En zo waren er destijds meer emotionele reacties. Toezichthoudend Nederland stond op de achterste benen. De Wet Bestuur en Toezicht die aanvankelijk vooral de invoering van het one-tier systeem moest faciliteren, werd opeens gegijzeld door de amendementen Irrgang en Heijnen. Op basis van de resultaten van het nieuwe onderzoek van Goos Minderman naar de effecten van de Wet Bestuur en Toezicht, leken de donkere wolken van destijds rond “Irrgang” nu verdwenen. Er is zelfs draagvlak voor maximering, zo wijst het onderzoek uit. Maar de pijn bij de aanwezigen, zo bleek, zat vooral in het feit dat de wetgever, in de woorden van meervoudig commissaris Henk Breukink, ‘wel heel losjes criteria heeft rondgestrooid om het aantal functies te beperken en dat het doel van de wetgever, namelijk verbetering van kwaliteit niet lijkt bereikt’. Reparatie van de wet is nodig, zo vond Breukink en met hem de zaal toezichthouders. En dagvoorzitter, commissaris en bestuursadviseur Ada van der Veer concludeerde dat de wet een wanverhouding oproept voor een beroepscommissaris in vergelijking met een actieve bestuurder.

Niks opgeleverd

Van der Veer opende het congres met wat zaalvragen naar hoe de wet werd ervaren. Of de wet wat had opgeleverd? Is de kwaliteit van toezicht verbeterd, toch het achterliggende doel van de wet? Nagenoeg alle aanwezigen vonden van niet. Zijn er meer vrouwen in raden gekomen? Mixed feelings, maar geen hosannastemming in de zaal. De mini-zaalenquête was de opmaat naar de presentatie van de resultaten van het onderzoek van Goos Minderman (VU Amsterdam) en Sjors van den Berg naar de effecten van de Wet Bestuur en Toezicht. Een van de opmerkelijkste resultaten is dat er een groot draagvlak lijkt te bestaan voor de ooit verguisde normering  (het vijfpuntensysteem). Minderman: ‘Tachtig tot negentig procent van de ondervraagden stelt maximering eigenlijk niet ter discussie.’ Het onderzoek, dat werd gehouden onder de populatie van het Nationaal Register, wijst ook uit dat het gros van de ondervraagden zelfs helemaal niet aan de vijf punten komt. Slechts zes van de 473 respondenten komen op meer dan vijf uit, waarbij in acht moet worden genomen dat er ook nog een overgangsfase is waarin overschrijding van het maximum is toegestaan. Minderman merkte dan ook op dat de maximering het gros van de geënquêteerden dan ook niet in de weg zat, wat wellicht een reden was dat men de maximering niet ter discussie stelde. Het onderzoek wijst tevens uit dat de echte missie - kwaliteitsverbetering van het toezicht - niet is gerealiseerd door de wet. In het onderzoek zijn meer mensen het oneens met de stelling ‘de Wet heeft geleid tot verbetering van kwaliteit in toezicht op semipublieke instellingen’ dan dat ze het er mee eens zijn. Als er al verbetering van de kwaliteit van het toezicht is opgetreden, zo bleek onder meer in de rondetafeldiscussies over het onderwerp, komt dat vooral doordat commissarissen – gedwongen door markt en tijd - hun taak serieuzer zijn gaan nemen. Ze zijn zelf tot het inzicht gekomen dat het stapelen van functies niet langer kan en hebben zich daarbij nauwelijks laten leiden door de wet.

Bewustwording

Toch heeft de Wet wel degelijk bijgedragen aan veranderingen, zo laat het onderzoek zien. Het gros van de ondervraagden is het namelijk eens met de stelling: De wetgeving heeft de cumulatie van functies op de agenda gezet; bewustwording is toegenomen. Desondanks zegt Minderman: ‘Een grens stellen aan het aantal commissariaten levert misschien bewustzijn op, maar betekent niet automatisch een verbetering. De wet heeft aan de kwaliteit van toezicht niets bijgedragen en laat zelfs een klein negatief effect zien.’ Dat laatste komt volgens Minderman doordat er knelpunten in de wet zitten. Zo wringt de dubbeltelling van het voorzitterschap van raden van commissarissen. Minderman: ‘Die ruimte wordt als te beperkend ervaren.’ Hij constateert dat goede voorzitters schaars zijn en dat meer ‘souplesse’ in de wet wenselijk is. Daarbij sorteerde hij alvast voor op de verplichte evaluatie van de wet die komend najaar op de agenda staat. De huidige minister van Justitie, Ard van der Steur, was destijds als Kamerlid middels een toen afgewezen amendement, al tegen de dubbeltelling van het voorzitterschap. Er gloort dus hoop voor de toezichthouders dat daar bij een eventuele revisie van de wet  een streep door gaat, gezien het feit dat Van der Steur er als minister nu zelf over gaat. Johan Remkes meldde de zaal dat hij zijn partijgenoot nog wel zal herinneren aan dat oude amendement. Met een knipoog: ‘Ik hoop dat minister Van der Steur het Tweede Kamerlid Van der Steur met terugwerkende kracht gelijk zal geven.’

Beroepscommissaris

Ander pijnpunt dat de kwaliteit volgens Minderman onder druk zet, is dat de maximering van het aantal functies vooral bij beroepscommissarissen knelt. ‘De samenleving lijdt schade door een groep mensen die veel kan en weet, van zich af te duwen. Dat is expliciet kwaliteitsverlies.’ Een rekensom. Een beroepscommissaris houdt gemiddeld 200 dagen per jaar toezicht. Met een gemiddelde van 20 dagen per toezichtfunctie kan hij dan tien commissariaten vervullen, maar zijn portefeuille mag dus maar de helft daarvan bevatten. Meervoudig commissaris Henk Breukink zei daar tijdens het symposium over: ‘Afgezet tegen zijn oude CEO-salaris gaat hij dat financieel niet trekken.’ Wat betreft het vrouwenquotum zei Minderman nog dat de wet ook hier nauwelijks effect heeft gehad en hooguit een steuntje in de rug is geweest. Pikant: eind november 2009 diende Kamerlid Kalma (PvdA) een amendement in ter regulering van het aandeel vrouwen (en mannen) in besturen, RvC’s en RvT’s. Per 1 januari verdwijnt die tijdelijke bepaling. Ook daarover zal de minister in zijn evaluatie dus moeten nadenken, waarschuwde Minderman.

Wat vooral de gemoederen in de Rode Hoed bezighield was de omvang van organisaties die onder de WBT vallen. ‘Het is appels en peren vergelijken’, zei Remkes. Een middelgrote woningcorporatie wordt qua puntentelling gelijk gesteld aan een grote AEX-vennootschap. Ada van der Veer: ‘Iemand met 12.000 euro (woningcorporatie) en 70.000 euro beloning (AEX-fonds) krijgen allebei één punt voor hun functie.’ Aansluitend daarop woedde er een discussie over het tijdsbeslag. Iedereen in de zaal was het erover eens dat je ruimte in je agenda moet houden voor crises. Zelfs met één commissariaat kun je al de hele week bezig zijn in een crisissituatie. Laat staan vijf.

Maatwerk

Overall adviseerde Minderman op basis van zijn onderzoek dat de minister vooral reparatiewerk te wachten staat na de evaluatie, waartoe dit onderzoek als input diende. Duidelijker criteria voor de omvang van de organisaties waarop toezicht gehouden wordt, aanpassing van de dubbeltelling voor voorzitters, meer ruimte voor commissariaten voor de beroepscommissaris en nog eens kijken naar het vrouwenvraagstuk. Ook is geen commissariaat gelijk en is er meer maatwerk nodig, de ondertitel van het rapport. In de opmaat naar het in ontvangst nemen van het rapport door PvdA-senator Marleen Barth, vatte Ada van der Veer het betoog van Minderman nog eens samen: ‘We hebben minder last van de wet dan gedacht, maar er is wel maatwerk en reparatie nodig. En de wet was misschien ook wel mosterd na de maaltijd, want de kwaliteitswinst was door de verhoogde aandacht daarvoor bij de toezichthouders zelf al ontstaan.’

Gemopper

Barth liet zich niet verleiden tot een politiek statement over de Wet. ‘Ik zit immers in de Chambre de Reflection en wil de Tweede Kamer in de evaluatie niet voor de voeten lopen.’ Ze toonde zich tevreden over de brede steun voor maximering in het onderzoek en dat de bewustwording is toegenomen. ‘Het gemopper van een paar jaar geleden is wat verstomd.’ Ze had nog wel wat zorgpunten. ‘Het valt me op dat nog altijd maar veertig procent van de ondervraagden een collega in de raad aanspreekt op een vraag als: besteed je wel voldoende tijd aan je commissariaat?’ Verder was ze blij met de positieve invloed die werving- en selectiebureaus hebben gehad op het toenemend aantal vrouwen in raden van commissarissen en toezicht, maar onderstreepte ze tegelijkertijd dat we er nog lang niet zijn. Ze zegde toe het rapport bij Van der Steur onder de aandacht te brengen.

Geest Irrgang

Nog altijd leek het erop dat bij het congres de geest van Irrgang uit de Rode Hoed was verdwenen en de storm rond de puntentelling was gaan liggen. Een beetje reparatie van de wet en we kunnen weer verder. Toch wakkerde de oude storm langzaam weer aan. Henk Breukink zette het onderwerp op scherp door onder meer te stellen dat Irrgang vermoedelijk niet de reikwijdte van zijn eigen amendement heeft overzien. En hij zei ook: ‘Het ging in de wet niet om meer kwaliteit, het lijkt erop dat de wet gebruikt is voor het doorbreken van macht. We zijn ook gevlucht in meer extern toezicht. Maar een kwantitatieve vlucht betekent geen kwalitatieve verbetering.’ Hij riep de suggestie/toezegging tijdens het symposium van drie jaar geleden in herinnering dat commissarissen input konden leveren voor de Wet. Breukink: ‘Dat bleek niet waar. We hebben nu de tijd gehad om inhoudelijk beter na te denken.’ Hij deelde in grote lijnen de conclusies van het onderzoek dat reparatie op onderdelen wenselijk is. Onder meer op de omvang-definitie. Breukink: ‘Daar heeft de wetgever de plank volledig misgeslagen.’

Parlementaire Krokodil

De bries werd een stevige storm toen Remkes aan het woord kwam. Hij zei het zelf niet letterlijk, maar Ada van der Veer vatte het na afloop van zijn rede wel pakkend samen: ‘Volgens mij wilt u van de wet af. Of in elk geval is de wet aan een forse herziening toe.’ Remkes had de wet eerder een ‘parlementaire krokodil’ genoemd. Ja, ook hij deelde de mening dat er meer bewustwording is ontstaan en dat dat goed is. Maar of dat door de wet komt? ‘De oorsprong van de wet lag niet in: een kwaliteitsslag maken, maar in: weg met de elite.’ Wil je het publieke belang borgen, dan moet een raad transparant zijn, divers zijn samengesteld en onafhankelijk zijn, stelde Remkes: ‘En dat is bij deze wet helemaal niet aan de orde.’ Remkes vindt dat de dubbeltelling voor de voorzitter eruit moet en dat beroepscommissarissen meer ruimte moeten krijgen. Ook vindt hij dat de Wet niet over familiebedrijven moet gaan. Bovendien miskent de wet de grote verschillen tussen organisaties in de private, (semi)publieke en familie-omgeving. Het was hem een raadsel waarom er zoveel uitzonderingen zijn. Waarom vallen bijvoorbeeld kerkelijke, culturele en media-instellingen niet onder de wet? ‘Arbitrair. Ik kan die grenzen niet uitleggen.’ Volgens Remkes heeft het kabinet een probleem omdat drie jaar te kort is om tot effectmeting te komen en antwoord te geven op de vraag of de wet de gedragingen van commissarissen heeft veranderd. ‘Ik hoop dat bij de evaluatie het gezonde verstand van de wetgever zegeviert en dat de wet in deze vorm geen lang leven is gegund.’ Hij pleitte voor de lijn: voldoe aan de algemene regels voor goed toezicht, stel extra eisen aan sectorale wetgeving en laat de primaire verantwoordelijkheid voor de samenstelling van een raad van commissarissen of toezicht bij de raad zelf. ‘En zorg ervoor dat extern toezicht zo min mogelijk binnen je poorten hoeft te komen.’

Het leverde in het plenaire deel van het symposium nog een aardige, klassieke tegenstelling op tussen twee denkbeelden; die van socialist Barth en liberaal Remkes. Barth vond dat alle debacles van de laatste tijd toch wel een wet rechtvaardigden. ‘Er is veel verkeerd gegaan. Door die incidenten is een vertrouwensbreuk met de samenleving ontstaan die we moeten repareren. Het signaal  dat commissarissen  afgeven: “wij regelen het zelf wel”, kan niet het enige antwoord op de vraag om beter toezicht zijn. Dit mag misschien symboolwetgeving zijn, maar symbolen doen er toe. Zeker als het gaat om zoiets ongrijpbaars als herstel van vertrouwen.'

Bizar proces

Goos Minderman constateerde aan het einde van het symposium dat het wetgevingstraject een bizar proces is geweest waardoor allerlei uitzonderingen in de wet konden komen. En ja, dus is reparatie nodig. Daarbij was er wel sprake van discrepantie tussen de mening van de onderzoeker en de zaal. Waar het onderzoek dus tevredenheid over de maximering aangaf en constateerde dat we met bewustwording al een heel eind zijn, daar was de zaal, met Remkes en Breukink voorop, toch vooral strijdbaar. Die puntentelling is niks, aldus de communis opinio. Het gaat niet om kwantiteit, maar om kwaliteit. Minderman had er wel een verklaring voor: ‘Ik denk dat er toch vooral veel multicommissarissen in de zaal zaten. Het onderzoek was veel breder.’ Aanpassing van de wet door Van der Steur in het najaar zal de storm vermoedelijk definitief doen luwen. Na voldoende ‘reflection’ in de ‘chambres’ kan de geest van Irrgang definitief in de fles, daar waar hij er tijdens dit symposium toch weer stiekem even uitkwam. Wordt vervolgd…

==========================

In Wet Bestuur en Toezicht, meer maatwerk is noodzakelijk doen Minderman en Van den Berg een aantal suggesties die de minister mee kan nemen in zijn evaluatie van de wet.

•   Ten behoeve van voorzitters en beroepscommissarissen:  'pas toe of leg uit'-bepaling? Beëindiging dubbeltelling voor voorzitters? Meer ruimte voor beroepscommissarissen?

•   Waar kan het meest effectief de beslissing omtrent cumulaties worden belegd: bij de wetgever, normering door een gedragscode of door de raad van toezicht/raad van commissarissen?

•   Zijn de criteria voor 'grote rechtspersonen' wel effectief?

•   Door allerlei recente regelingen in de financiële sector, de volkshuisvesting en de zorg: heeft deze wettelijke beperking nog wel zin?

•   Wat zijn de effecten van de uitzonderingen (coöperatieve verenigingen, charitatieve instellingen etc.) van de cumulatiebeperking?

Klik hier voor de presentatie (PDF) van deze middag.

Auteur(s)
Ronald Buitenhuis
Dit artikel is gepubliceerd in
GU2015sep

Nationaal Register

Jan van Nassaustraat 93
2596 BR Den Haag
T 070-324 30 91
info@nationaalregister.nl

Volg ons op social media

Governance Update nieuwsbrief