VWS-voorstellen voor good governance: zinvol met losse flodders

Zorggovernance
In de nota Ruimte en rekenschap voor zorg en ondersteuning schetsen de minister en staatssecretaris van VWS hun voornemens met betrekking tot de governance-inrichting van zorgondernemingen, fusies en nieuwe, aan het bedrijfsleven ontleende rechtspersonen

In de nota Ruimte en rekenschap voor zorg en ondersteuning schetsen de minister en staatssecretaris van VWS hun voornemens met betrekking tot de governance-inrichting van zorgondernemingen, fusies en nieuwe, aan het bedrijfsleven ontleende rechtspersonen. Hildegard Pelzer van Governance Support heeft de governancevoorstellen kritisch bekeken en bespreekt de implicaties daarvan voor het toezicht en bestuur van zorgondernemingen.

In de kern van de zaak gaat het om:

  • meer nadruk op de kwaliteit van zorg
  • borging van de positie van de raad van toezicht
  • het op afstand houden van externe aandeelhouders bij vennootschappen
  • meer invloed van andere belanghebbenden.

Het leveren van zorg is voor een zorgorganisatie die als maatschappelijke onderneming opereert, de reden van bestaan. Alle andere facetten van het functioneren van de onderneming zijn ondersteunend aan de zorgdoelstelling. En toch blijkt het lastig om de aandacht voor de zorg in de top, het bestuur en intern toezicht te verankeren. Het is dan ook goed dat de minister en staatssecretaris zorg en patiëntveiligheid een  prominente plaats in hun voornemens geven.

Het gaat om drie soorten maatregelen:

  • Meer bevoegdheden voor het bestuur ten opzichte van de zorgprofessional en duidelijke verantwoording van de zorgprofessional aan het bestuur, alsmede integratie van kwaliteitssystemen van professionals in het kwaliteitssysteem van de zorgonderneming;
  • Een early warning systeem gericht op melding van kwaliteitsproblemen (naast financiële problemen) aan één of meer externe instanties;
  • Expliciete toewijzing van de portefeuille ‘kwaliteit’ aan een lid van de raad van bestuur.

De eerstgenoemde maatregel sluit aan bij aanbevelingen in verschillende rapporten, waaronder het recente rapport van de Commissie Lemstra (MST). Op de beide andere maatregelen is het een en ander af te dingen. Een early warning systeem heeft aantrekkelijke kanten, maar heeft ook het gevaar in zich dat de aandacht vooral gericht is op indicatoren uit het early warning systeem (die ook niet waterdicht zullen zijn) en dat het gezonde verstand en eigen inschattingen op een lage stand worden gezet. De maatregel dat een lid van de raad van bestuur expliciet de portefeuille ‘kwaliteit’ heeft lijkt overbodig en zelfs niet wenselijk. Het beknot de zorgonderneming in het kiezen van een structuur en besturingssysteem die voor de eigen organisatie het meest effectief zijn.

De beide laatste maatregelen lijken losse flodders. Aandacht voor kwaliteit en patiëntveiligheid vraagt meer. Niet meer regels, maar een andere, dieper gaande focus in de praktijk van het bestuur en toezicht.

Hiermee is het betoog van Hildegard Pelzer nog niet afgerond. Lees meer boeiende observaties via de volgende link: www.governancesupport.com/ZorgEenOndergeschovenKind_Pelzer (pdf)

 

Auteur(s)
Hildegard Pelzer
Dit artikel is gepubliceerd in
gu2009-09

Nationaal Register

Jan van Nassaustraat 93
2596 BR Den Haag
T 070-324 30 91
info@nationaalregister.nl

Volg ons op social media

Governance Update nieuwsbrief