Voorkom Meavita-scenario, vraag door

Zorggovernance
Zorgtoezichthouders moeten bijdragen aan vertrouwensherstel banken

Banken hebben steeds minder vertrouwen in zorginstellingen, vanwege het ontbreken van heldere strategische keuzes, onderscheidend vermogen en zicht op toekomstige kasstromen. Raden van toezicht moeten meer doorvragen en zorgen voor haalbare strategische plannen, stelt Siety de Jager, vennoot van Custom Management Interim Directeuren.

‘Als het gaat om de ggz wordt al geruime tijd een enorme wissel getrokken op het geduld en de flexibiliteit van de banken.’ Zo luidde de openingszin van een recente blog van Michel van Schaik, sectormanager Zorg van de Rabobank. Hij uitte daarin de bezorgdheid van de bank over het mogelijk niet tijdig aanleveren van de gevalideerde jaarrekening 2015, vanwege een verschil van mening over de afgeleverde ggz-zorg. Inmiddels heeft minister Edith Schippers (VWS) de deadline voor de deponering van de jaarrekening  op verzoek van GGZ Nederland opgerekt van 1 juni naar 1 december. De minister waarschuwde echter dat dit de laatste keer is dat de sector uitstel krijgt. Een groeiend aantal zorginstellingen heeft ook moeite om tijdig aan de betalingsverplichtingen te voldoen, zo blijkt uit het jaarverslag 2015 van het Waarborgfonds voor de Zorgsector (WFZ). Eind  2014 stond nog 11 procent - oftewel 35 deelnemers - onder verhoogde risicobewaking. Een jaar later, eind 2015, was dit percentage met 48 deelnemers al gestegen tot 16 procent.

Veranderende businessmodellen

Zo’n openingszin is niet mis te verstaan en zet het gesignaleerde probleem zonder enige terughoudendheid neer. De banken zien dat zorginstellingen te maken hebben met een stapeling van transities, bezuinigingen en wijzigingen in cliëntenstromen, leegstand in vastgoed en veranderende businessmodellen. De vraag van Van Schaik in dezelfde blog is dan ook hoe de banken het vertrouwen in de sector kunnen behouden, als onvoldoende heldere strategische keuzes worden gemaakt, instellingen zich onvoldoende weten te onderscheiden en geen zicht hebben op toekomstige kasstromen. Dat de bank het bijltje er niet bij neergooit, heeft volgens Van Schaik alleen te maken met het grote maatschappelijke belang van de sector.

Cashratio meenemen bij toekomstplannen

Hier ligt een belangrijke governance-opdracht voor raden van toezicht van zorginstellingen. De bank gooit het bijltje er weliswaar nog niet bij neer, maar de houding naar zorginstellingen wordt kritischer. Het aantal instellingen dat bij de afdeling Bijzonder Beheer van banken terechtkomt, neemt toe en het verkrijgen van krediet wordt lastiger. De banken hanteren voor het verstrekken van kredieten de DSCR (Dept Service Coverage ratio): Ebitda/rente en aflossing. Een cashratio die gezondheidsinstellingen tot voor kort niet hanteerden of meenamen bij toekomstplannen. De minimale DSCR-ratio-eisen hangen af van de risicoperceptie van banken die nu nog op 1.4 staat.

Duurzame, betaalbare en toegankelijke zorg

Het is van het allergrootste belang dat zorginstellingen een heldere toekomstvisie ontwikkelen en weten hoe ze moeten omgaan met een groeiende zorgvraag, een stagnerende of zelfs krimpende volumegroei, een overheid die kosten wil drukken, nieuwkomers op de zorgmarkt die kansen zien én pakken en een cliënt die beter dan ooit weet wat hij of zij wil. Bovendien moeten zorgorganisaties de continuïteit van hun eigen organisatie voor ogen hebben en tegelijkertijd het maatschappelijke/ publieke belang borgen. Niet alleen door het leveren van goede zorg, maar ook door duurzame, betaalbare en toegankelijke zorg. Dit vraagt om een grensverleggende strategie, innovatieve denkkracht en taai doorzettingsvermogen.

Wankel vertrouwen

De legitimatie van de raden van toezicht van zorginstellingen bestaat uit het geregeld bespreken van al deze onderwerpen binnen de raad. Bovendien moeten de intern toezichthouders zichtbaar kunnen maken dat zij hiervoor aandacht hebben gevraagd en de benodigde resultaten hebben gezien. Raden van toezicht vervullen een belangrijke functie door zich goed op de hoogte te stellen van alle nieuwe ontwikkelingen in de zorg en zich te verdiepen in de positie van banken en het hoe en waarom van hun wankele vertrouwen in de sector.

Vaker doorvragen

Dat lijkt een open deur, maar dat is het niet. Menig lid van een raad van toezicht weet niet wat het betekent om als zorginstelling onder de afdeling Bijzonder Beheer te vallen, is boos over de bemoeizucht van de bank en verbaast zich over het feit dat het eigen vermogen relatief weinig gewicht in de schaal legt bij het bepalen van de kredietwaardigheid van de instelling. Zorg er dus voor dat deze kennis in huis is of dat deze van buiten beschikbaar komt. Andere belangrijke onderwerpen van gesprek: het kritisch toetsen van de strategie en de ambitie aan de nieuwe ontwikkelingen, plus actief vragen en monitoren wat daarvan daadwerkelijk wordt uitgevoerd.
De ondergang van Meavita laat zien dat raden van toezicht van zorginstellingen soms niet of onvoldoende doorvragen. Een groot knelpunt in veel zorginstellingen wordt momenteel bijvoorbeeld gevormd door de vraagstukken rond vastgoed. Leegstand en een impairment hebben negatieve gevolgen voor de solvabiliteit.

Haalbare toekomstplannen

Belangrijk is dat zorginstellingen een heldere toekomstvisie hebben, zich weten te onderscheiden, executiekracht hebben om plannen te realiseren en deskundigheden weten te mobiliseren om de effecten op alle terreinen te kennen. Alleen op die manier kunnen zorginstellingen haalbare toekomstplannen maken, die financieel zijn doorgerekend, met vertrouwen aan de banken kunnen worden voorgelegd en minder van hun geduld en flexibiliteit vragen.

Klik hier voor contact met Siety de Jager.

Auteur(s)
Siety de Jager (Custom Management)
Dit artikel is gepubliceerd in
GU2016mei

Nationaal Register

Jan van Nassaustraat 93
2596 BR Den Haag
T 070-324 30 91
info@nationaalregister.nl

Volg ons op social media

Governance Update nieuwsbrief