Vestia voorbij: 'Laat u niet afleiden door derivaten!'

Column

De liquiditeitsproblemen bij Vestia als gevolg van onverwachte renteontwikkelingen bewijzen dat derivaten aanzienlijke risico’s met zich meebrengen, zowel voor financiële als niet-financiële instellingen. Commissarissen en toezichthouders moeten leidend zijn in het debat over de toepassing van derivaten door de organisatie, stelt Auke de Bos van Ernst & Young. Welke vragen moeten commissarissen stellen aan het bestuur en de accountant?

Derivaten zijn zogenaamde ‘afgeleide’ financiële instrumenten. Dat betekent dat zij waarde krijgen door de waarde van andere goederen en dat ze dus ook reageren op wijzigingen in de waarde van die andere goederen. Derivaten vormen daardoor een belangrijke manier om risico’s ten aanzien van rente, valuta’s en prijzen te beheersen. Veel organisaties voeren met behulp van derivaten dan ook een actief risicobeheer ten aanzien van rente, valuta en prijsrisico’s.

Toch brengen derivaten zelf ook weer risico’s met zich mee. Zo kunnen negatieve bewegingen in de marktwaarde van derivaten mogelijk leiden tot een verplichting om op korte termijn liquide middelen te storten. Ook kunnen ondernemingen in de problemen komen als derivaten zijn afgesloten voor risico’s die uiteindelijk niet optreden. Ten slotte worden soms ‘exotische’ derivaten afgesloten, bijvoorbeeld omdat deze goedkoper zijn dan meer reguliere derivaten. Deze kunnen in bepaalde (uitzonderlijke) situaties echter een speculatief karakter hebben. Meestal wordt vooraf ingeschat dat deze situaties zich niet zullen voordoen, maar de afgelopen periodes hebben aangetoond dat dergelijke omstandigheden zich wel degelijk kunnen manifesteren

De belangrijkste verantwoordelijkheid voor het gebruik van derivaten ligt bij het bestuur maar de RvC heeft uiteraard de taak ook toezicht te houden op het beleid met betrekking tot derivaten. Enkele belangrijke vragen die de RvC aan het bestuur kan stellen zijn:

  • In hoeverre wordt gebruikgemaakt van derivaten en wat zijn de doelstellingen omtrent het risicobeheer? Welke risico’s dienen in welke mate te worden afgedekt, met welke instrumenten, en hoe worden risico’s gemonitord?
  • Wat is de risk appetite van de organisatie?
  • Heeft de organisatie geanalyseerd wat de gevolgen voor de liquiditeitspositie zijn als zich een significante ontwikkeling in marktomstandigheden voordoet (scenario-analyses)? Kan de organisatie dit financieren?
  • Wat is de opzet en werking van de treasury- en administratieve organisatie en de interne beheersing met betrekking tot derivaten?
  • Waarderingen van derivaten zijn vaak complex, in het bijzonder bij gebruik van meer specifieke, complexe financiële instrumenten. Zijn in de procesgang binnen de organisatie voldoende waarborgen ingebouwd, gericht op juiste waardering?

Tijdens de jaarrekeningcontrole zal de accountant ook kijken naar de juiste verwerking van derivaten in de jaarrekening en de wijze waarop deze zijn toegelicht. Het is daarom goed om stil te staan bij de aandachtspunten waarmee de accountant rekening kan en moet houden op het gebied van derivaten. Audit committee en RvC kunnen daar dan weer op inspelen. In de accountantscontrole is het van belang om aandacht te besteden aan de beheersing van derivaten en juistheid en volledigheid daarover in de verslaggeving (zowel qua verwerking, waardering als toelichting). Daarbij zijn de hierboven reeds genoemde punten van belang maar kan bijvoorbeeld ook worden gedacht aan de volgende punten:

  • Leidt initiële cijferbeoordeling door de accountant tot identificatie van exposures? Denk hierbij aan valutaverschillen of variabele rentes. Hoe wordt hiermee binnen de organisatie omgegaan?
  • Banken geven vaak per jaareinde een bedrag op waartegen het derivaat kan worden afgewikkeld. In hoeverre wijkt dit bedrag of van de reële waarde?
  • Bestaat er een volledig beeld van alle contracten op het gebied van derivaten?
  • Zowel onder IFRS als Dutch GAAP is het van groot belang dat effectiviteit van de hedges wordt beoordeeld. Het belangrijkste risico is dat ineffectieve hedges leiden tot 'speculatieve' derivatenposities. Op dergelijke posities kan onder geen van de verslaggevingsregels hedge accounting worden toegepast. De mutatie in de marktwaarde van deze ineffectieve hedges dient te worden verantwoord in de winst- en verliesrekening. Is dit binnen de organisatie juist toegepast?

Bij ondernemingen en instellingen waar treasury geen kernactiviteit is, bestaat het risico dat de kennis bij de cliënt, inclusief het toezichthoudend orgaan, beperkt is en dat slechts enkele personen binnen de organisatie over voldoende kennis beschikken. In deze omgeving kunnen derivaten risico’s met zich meebrengen als men niet de nodige kritische vragen durft te stellen over de treasury-activiteiten. Tevens speelt hierbij het risico dat de onderneming of instelling mogelijk niet voldoende inzicht heeft in de derivaten die zij afsluit met de bank, zeker als dit complexe of exotische instrumenten zijn. Kortom, zorg als toezichthouder dat u zich niet laat afleiden door derivaten, maar dat u zelf leidend bent in het debat.

www.ey.nl

Auteur(s)
Auke de Bos
Dit artikel is gepubliceerd in
gu2012-02

Nationaal Register

Jan van Nassaustraat 93
2596 BR Den Haag
T 070-324 30 91
info@nationaalregister.nl

Volg ons op social media

Governance Update nieuwsbrief