(Toe)zicht op mensenrechten

‘Mensenrechten zijn geen separaat onderdeel van de maatschappij’
Rol voor commissarissen weggelegd

Mensenrechten zijn een integraal onderdeel van de maatschappij en dus ook van de ondernemingen die daar deel van uitmaken. Ondanks wetgeving en beschikbare handreikingen zien we dat externe rapportage vaak beperkt blijft tot een beschrijving van het mensenrechtenbeleid. Communicatie over het risicomanagement en de uitkomsten van het beleid is voor verbetering vatbaar. Commissarissen kunnen een belangrijke rol spelen bij het ondersteunen en uitdagen van het bestuur. Concluderen Jan Niewold van EY en Gina Schuurman, associate director NLFI.

We zien meer en meer dat in de maatschappij aandacht wordt gevraagd voor de bijdrage van bedrijven aan het thema mensenrechten. Dit vormt een wezenlijk onderdeel van Internationaal Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen (IMVO). En het ligt in lijn met al langer bestaande kaders zoals de OESO-richtlijnen voor multinationale ondernemingen en de United Nations Guiding Principles on Business and Human Rights (UNGP). Het lopende project ‘IMVO-maatregelen in perspectief’ van het Ministerie van Buitenlandse Zaken onderstreept het belang van naleving van deze richtlijnen. Het project zal het kader schetsen van het toekomstige IMVO-beleid van Nederland en zal daarmee perspectief geven aan het internationaal zakendoen.

Mensenrechten

Waar hebben wij het over als we spreken over mensenrechten? Eigenlijk zegt het eerste artikel uit de Universal Declaration of Human Rights (1948) genoeg:

‘Alle mensen worden vrij en gelijk in waardigheid en rechten geboren. Zij zijn begiftigd met verstand en geweten, en behoren zich jegens elkander in een geest van broederschap te gedragen.’

We denken hierbij vaak aan arbeidsomstandigheden, al dan niet in overige delen in de waardeketen, maar ook ‘dichter bij huis’ hebben we ermee te maken. Hierbij kunnen we denken aan privacy, gegevensbescherming en discriminatie. Daarnaast is het onderwerp niet los te koppelen van andere thema’s zoals milieu, financiële en sociale aangelegenheden.  Hoe cruciaal het respect voor mensenrechten is (en hoe moeilijk dit kan zijn) blijkt duidelijk uit de huidige COVID-19 crisis. In deze situatie voert recht op gezondheid de boventoon en is solidariteit van eminent belang, terwijl daarmee individuele belangen zwaar kunnen worden geraakt. Het is belangrijk om vast te stellen dat mensenrechten geen separaat onderdeel zijn van de maatschappij, maar integraal onderdeel uitmaken van deze maatschappij, in alle geledingen en perspectieven.

Wetgeving en richtlijnen

De reikwijdte van het onderwerp mensenrechten maakt het complex om het in één wet of richtlijn te vatten. Dat uit zich dan ook in het zich ontwikkelende landschap van wet- en regelgeving. Naast de overkoepelende Universal Declaration of Human Rights en OESO-richtlijnen voor multinationale ondernemingen zijn belangrijke richtinggevende richtlijnen de UN Global Compact (2000) en de UNGP (2011). Vanuit internationale wetgeving zien we onder andere de California Transparancy in Supply Chains Act (2010) in de USA, de Modern Slavery Act van het Verenigd Koninkrijk (2015) en Le devoir de vigilance (2017) in Frankrijk. Hierbij is een duidelijke trend waarneembaar in het toepasbaar maken van het brede begrip mensenrechten naar kleinere en beter hanteerbare en meetbare onderdelen. Een voorbeeld hiervan is de verantwoordelijkheid van een onderneming naar de economische, ecologische en sociale impact van haar bedrijfsactiviteiten in de supply chain, zoals productieomstandigheden van ingekochte producten of materialen in ontwikkelingslanden.

Development goals

Ook de Nederlandse Staat heeft zich gecommitteerd aan de Universal Declaration of Human Rights en OESO-richtlijnen voor multinationale ondernemingen. Naar aanleiding hiervan zijn vanaf 2014 IMVO-convenanten gesloten waarbij afspraken zijn gemaakt voor onder andere de sector kleding & textiel, de sector voedingsmiddelen en de bancaire sector. Daarnaast is in Nederland inmiddels ook een start gemaakt met de Wet Zorgplicht Kinderarbeid en heeft de Sociaal-Economische Raad (SER) in 2019 het kabinet geadviseerd om haar beleid te verbinden op het terrein van IMVO en de Sustainable Development Goals (SDGs). De SDGs sluiten aan op de aanjagende rol van rapportageverplichtingen en -aanbevelingen, zoals het Besluit Bekendmaking Niet-financiële Informatie (Besluit NFI). Tevens zien we een duidelijke link met de Nederlandse Corporate Governance Code. Daarin staat langetermijnwaardecreatie centraal die ook inhoudt dat eerbiediging van mensenrechten een aandachtspunt moet vormen in de strategie.

Samenvattend zien we een toename in wetgeving en richtlijnen met een (steeds meer) verplicht karakter. De contouren van deze wetgeving en richtlijnen op het gebied van mensenrechten worden ook concreter, waarbij aandacht wordt gevraagd voor de gehele keten van bedrijfsactiviteiten, verslaggeving en toezicht.

Identificeren van aandachtsgebieden

Het is lastig om mensenrechten als een op zichzelf staand onderwerp te beschouwen en het is duidelijk dat de relevantie van het onderwerp voor organisaties groeit. Maatschappelijke acceptatie en het afleggen van verantwoording door ondernemingen met externe verslaggeving liggen in elkaars verlengde. Een leidende praktijkhandreiking om verantwoording af te leggen over mensenrechten, is het Guiding Principles Reporting Framework van de Verenigde Naties. Dit raamwerk bestaat uit drie onderdelen:

A: Governance of respect for human rights

B: Defining the focus of reporting

C: Management of salient human rights issues

In het raamwerk wordt gesproken over ‘salient human rights issues’. Dat zijn de gebieden waar het risico op misstanden op het gebied van mensenrechten het grootst is en de meeste impact heeft. Salient human rights issues kunnen ontstaan als gevolg van eigen bedrijfsactiviteiten, producten en diensten, maar ook op andere plekken in de waardeketen. Hierbij zijn diverse gradaties van betrokkenheid van de onderneming mogelijk. Ook kunnen er juist misstanden ontstaan door gebrek aan betrokkenheid en inspanning. De inspanningsverplichting met betrekking tot de supply chain krijgt bijvoorbeeld steeds meer aandacht. Hierbij ontstaat dan wel gelijk de vraag hoever deze inspanningsverplichting moet gaan om te kunnen spreken van zorgvuldig handelen. Voorbeelden van salient human rights issues die in de praktijk voorkomen zijn onder andere ‘leefbaar loon’ en gezondheid & veiligheid, maar ook milieu-gerelateerde onderwerpen zoals grondvervuiling met directe impact op mensen en hun rechten.

Observaties in de praktijk

Met ingang van 2017 moeten ondernemingen vanaf een bepaalde omvang en die organisatie van openbaar belang (OOB) zijn, voldoen aan het Besluit NFI. Op grond van dit besluit moeten OOB’s ook rapporteren over mensenrechten. Deze informatie heeft betrekking op het mensenrechtenbeleid, de uitkomsten van dit beleid, relevante risico’s, het management van de risico’s en kritieke prestatie-indicatoren. In de praktijk blijkt dat nog onvoldoende wordt gerapporteerd in de bestuursverslagen.  Dat blijkt uit het themaonderzoek Niet-financiële Informatie van de Autoriteit Financiële Markten (AFM). Negentig procent van de beursgenoteerde ondernemingen rapporteerde in het bestuursverslag 2017 over het beleid. De vertaling van dit beleid naar risico’s, KPI’s en resultaten laat echter nog te wensen over. Slechts een derde van de ondernemingen vermeldt de resultaten van het beleid en minder dan twintig procent rapporteert een KPI die is gekoppeld aan mensenrechten. De uitkomsten van het follow-up onderzoek van de AFM over de bestuursverslagen 2018 laten weinig verbetering zien. Praktijkhandreikingen zoals besproken in de vorige paragraaf en de mogelijkheid om te focussen op ‘salient issues’ bieden hier vooralsnog geen soelaas. De waarnemingen van de AFM worden bevestigd door een recent onderzoeksrapport van Alliance for Corporate Transparency, waarbij duizend Europese bedrijven zijn geanalyseerd op naleving van de EU-richtlijn Niet-financiële informatie (in Nederland geïmplementeerd als het Besluit NFI). Ook hier blijkt dat concrete rapportage over uitkomsten van het beleid inzake mensenrechten achterblijft. Tegelijkertijd zien we dat steeds meer ondernemingen specifieke themarapportages uitbrengen rondom het onderwerp mensenrechten. Met name de bancaire sector loopt hierin voorop.

De rol van de interne toezichthouder

De verantwoordelijkheid ten aanzien van mensenrechten en de rapportage hierover ligt in eerste instantie bij het bestuur van de onderneming. Vanwege de relevantie van het onderwerp voor de legitimiteit van een onderneming en de langetermijnwaardecreatie zien we echter ook een duidelijke verantwoordelijkheid voor de raad van commissarissen. De onderstaande tabel biedt handvatten om de vorm te geven aan het interne toezicht. De primaire pijler is gericht op het creëren van bewustzijn in de organisatie en de externe omgeving en stakeholders. Vervolgens vindt prioritering plaats door middel van het identificeren, beoordelen en implementeren van beheersingsmaatregelen van en rondom salient human rights issues. De derde pijler betreft het integreren van mensenrechten in de bedrijfsactiviteiten, onder andere door het meten van resultaten. Dit kan zowel kwantitatief (met KPI’s) als kwalitatief (door het aantonen van geleverde inspanning). Een voorbeeld is het aantal uitgevoerde supplier audits en acties die zijn ondernomen op basis van de uitkomsten van deze audits. De tabel geeft houvast voor zowel het vaststellen als het beheersen van de risico’s. Dit kan resulteren in baten voor zowel de onderneming als de maatschappij, zoals verbeterde (werk)omstandigheden qua gezondheid en veiligheid maar ook meer werkgeluk voor de werknemer.

Conclusie

Mensenrechten zijn een integraal onderdeel van de maatschappij en dus ook van de ondernemingen die daar deel van uitmaken. Mensenrechten krijgen steeds nadrukkelijker aandacht. Deze nadruk wordt tot uiting gebracht door middel van media, wetgeving en richtlijnen. Ondanks wetgeving en beschikbare handreikingen zien we dat externe rapportage vaak beperkt blijft tot een beschrijving van het mensenrechtenbeleid. Communicatie over het risicomanagement en de uitkomsten van het beleid is voor verbetering vatbaar. Commissarissen kunnen een belangrijke rol spelen bij het ondersteunen en uitdagen van het bestuur. De uitdaging is om risico’s en mogelijkheden die voor een onderneming voortvloeien uit het thema mensenrechten te integreren in de bedrijfsvoering en daarmee zowel het goede te doen voor de onderneming als voor de maatschappij.

===

Jan Niewold – Partner Climate Change and Sustainability Services

https://www.ey.com/en_nl/people/jan-niewold

jan.niewold@nl.ey.com

Auteur(s)
Jan Niewold van EY en Gina Schuurman
associate director NLFI.
Dit artikel is gepubliceerd in
GU2020okt

Verder in deze Governance Update

On Board

Commissarissen en toezichthouders in de media

Kwaliteit is een must-have en diversiteit een nice-to-have

Wat doen raden van toezicht om tot een meer diverse raad te komen?

Corporate purpose

De onderneming als verantwoordelijke burger, een taak voor de toezichthouder?

(Toe)zicht op mensenrechten

‘Mensenrechten zijn geen separaat onderdeel van de maatschappij’

Corporate Red Team

Governance Radar

Raad van toezicht geen heilige graal

Culturele sector verdient meer divers toezicht

Nationaal Register

Jan van Nassaustraat 93
2596 BR Den Haag
T 070-324 30 91
info@nationaalregister.nl

Volg ons op social media

Governance Update nieuwsbrief