Reputatie toezichthouders staat onder druk

Vertrouwensherstel

Op de Dag van het Commissariaat 2010 waren de reputatie van toezichthouders en het noodzakelijke herstel van vertrouwen de rode draden in de discussies. Het dieptepunt van het vertrouwensverlies is nog niet bereikt, meent Rabo-bestuursvoorzitter Piet Moerland, die pleitte voor een toezichttriptiek van integriteit, identiteit en authenticiteit.

‘Falend toezicht’ is niet alleen in de media de laatste tijd een veel gelezen frase. Ook als commissarissen ‘onder ons’ zijn, praten zij er veelvuldig over. Soms boos over de ‘negatieve beeldvorming’ en de ‘eenzijdige aandacht voor wat er mis gaat’. Maar opvallend vaak ook met stevige (zelf)kritiek op de rol van interne en externe toezichthouders bij de problemen waar ondernemingen de afgelopen jaren in verzeild zijn geraakt.

Zo ook op de Dag van het Commissariaat, georganiseerd door het Nederlands KennisCentrum voor Commissarissen (NKCC), in samenwerking met Ernst & Young, Loyens Loeff en Tijdschrift Goed Bestuur. Ruim 250 commissarissen en toezichthouders kwamen op 21 januari naar het Haagse Kurhaus. Sprekers waren onder meer Jan Peter Schmittmann, voormalig bestuursvoorzitter van ABN Amro Nederland, en Piet Moerland, bestuursvoorzitter van de Rabobank. Moerland sprak de Goed Bestuur Jaarlezing uit, waarin hij inging op de rol van de raad van commissarissen bij het noodzakelijke herstel van vertrouwen in het bedrijfsleven na de kredietcrisis. Ook het jaarlijkse Nationaal Commissarissen Onderzoek werd gepresenteerd (zie elders in dit e-zine).

Jan Peter Schmittmann, nu zelfstandig ondernemer en commissaris, sprak over risico’s en risicomanagement. Volgens Schmittmann heeft de RvC de taak om van het management te eisen dat zij systeemrisico’s en beheersbare risico’s goed onderscheiden en van die laatste een grondige analyse maken met gebruik van scenario’s. Omdat commissarissen dichter op het bestuur moeten zitten, vindt Schmittmann een one-tier board het beste governancemodel. Daarnaast moet de RvC meer als team werken, zijn functioneren grondig (laten) evalueren en de evaluatie koppelen aan een tweejaars benoemingstermijn. Ook zouden commissarissen gecertificeerd moeten worden.

Dat de Dag van het Commissariaat in het teken stond van vertrouwensherstel op grond van intrinsieke verbeteringen in het toezicht, bleek ook uit de verschillende deelsessies: integriteit, risicomanagement, het audit committee, mededinging en de Maatschappelijke Onderneming. De discussies werden in de plenaire vergadering samengevat, waarbij het opviel dat kwaliteitverbetering de overheersende doelstelling was. Zo werd veel aandacht besteed aan de jaarlijkse (zelf)evaluatie van de RvC/RvT, die tot doel moet hebben dat het functioneren van de Raad structureel verbetert. Daarvoor is nodig dat de evaluatie eerlijk en grondig gebeurt, dat naast het eigen functioneren ook het daadwerkelijke toezicht op het beleid wordt besproken en dat een follow-up van de evaluatie verzekerd is. Zelfs als die leidt tot het afzien van herbenoeming.

Een ander initiatief om de kwaliteit van de RvC/RvT te verhogen komt uit het NKCC zelf. De vereniging is bezig een systematiek te ontwikkelen om de verslaggeving van commissarissen en toezichthouders in het jaarverslag kwalitatief te wegen. Deze weging wordt in samenwerking met deskundigen (accountants en wetenschappers) én betrokkenen uit de praktijk van het toezicht ontwikkeld. ‘Een groep experts zal de verslagen op basis van duidelijke criteria binnen de governanceverhoudingen moeten wegen. Zo krijgen RvC’s en RvT’s een transparant, publiek toetsingsmiddel én ook een benchmark voor hun activiteiten’, aldus NKCC-voorzitter Norbert de Melker.

Ook Piet Moerland, bestuursvoorzitter van de Rabobank, ging in de Goed Bestuur Jaarlezing uitgebreid in op het reputatiethema. Hij constateerde dat vertrouwen en gezag niet langer vanzelfsprekend zijn en sprak over een breed maatschappelijk ongenoegen over managers. ‘Het dieptepunt van het vertrouwensverlies is nog niet bereikt, we hebben nog maar het begin gezien’, stelde hij somber vast. Volgens Moerland is er geen easy fix voor dit probleem. Hij hekelde de ethische verklaring voor bankiers, een voorstel van de Commissie Maas, als ‘padvinderij in een nieuw jasje’. Er is maar één lange en tijdrovende weg en die loopt via drie kernbegrippen: integriteit, identiteit en authenticiteit. De rol van toezichthouders is in dit proces zeer belangrijk, zegt Moerland. Goede commissarissen luisteren goed naar wat er in de organisatie en in de maatschappij leeft en gebruiken dit in hun toezichtfunctie. Helaas kunnen zij deze rol niet aanleren, vindt Moerland: ‘Je hebt het of je hebt het niet.’

Verslag: Jan Schoenmakers

Zie voor het volledige verslag en een fotoreportage: www.dagvanhetcommissariaat.nl

Auteur(s)
Jan Schoenmakers
Dit artikel is gepubliceerd in
gu2010-01

Nationaal Register

Jan van Nassaustraat 93
2596 BR Den Haag
T 070-324 30 91
info@nationaalregister.nl

Volg ons op social media

Governance Update nieuwsbrief