Regering negeert kritiek op bonusplafond

Remuneratie
Update Wet beloningsbeleid financiële ondernemingen

De regering blijft van oordeel dat de Wet beloningsbeleid in de huidige vorm moet worden doorgevoerd, ondanks kritiek van de Raad van State en verontrustende berichten in de media. De antwoorden van de regering op actuele vragen van de vaste commissie voor Financiën van de Tweede Kamer bieden dan ook weinig nieuwe gezichtspunten, blijkt uit de update van Constant van Tuyll van Serooskerken en Els de Wind van Van Doorne.

Op 29 augustus heeft de regering de Nota naar aanleiding van het verslag en de Nota van Wijziging met betrekking tot het Wetsvoorstel beloningsbeleid financiële ondernemingen (de Wet beloningsbeleid) ingediend bij de Tweede Kamer. In de Nota naar aanleiding van het verslag is ingegaan op verscheidene vragen die leden van de vaste commissie voor Financiën van de Tweede Kamer voor het zomerreces hebben gesteld. Constant van Tuyll van Serooskerken en Els de Wind van Van Doorne bespreken de meest actuele en vermeldenswaardige antwoorden van de regering, in de vorm van een Q&A. De Nota van Wijziging bevat alleen technische wijzigingen en wordt verder niet besproken.

Ontwijking Wet beloningsbeleid

Vraag vaste commissie:

Overwegen ondernemingen hun structuur om te bouwen dan wel het bedrijf of delen daarvan naar het buitenland te verplaatsen om zo onder de Wet beloningsbeleid uit te komen, zoals in de media is gesuggereerd?

Antwoord regering: De regering is bekend met deze berichtgeving uit de media en geeft aan niet over nadere informatie te beschikken dat sprake is van een mogelijk vertrek van ondernemingen uit Nederland als rechtstreeks gevolg van de invoering van de Wet beloningsbeleid. Voor wat betreft het aanpassen van de structuur blijkt uit de media dat ondernemingen hier reeds enige tijd mee bezig zijn en dat dit niet een rechtstreeks gevolg is van de voorliggende wet - en regelgeving. Het omvormen van een onderneming kan alleen plaatsvinden op basis van een degelijke onderbouwing. Dit kan bijvoorbeeld niet plaatsvinden op grond van de invoering van het bonusplafond, omdat in dat geval sprake zou zijn van een sanctioneerbare ontwijkingconstructie. Uit statistieken blijkt overigens niet dat sprake is van een trend.

Concurrentiepositie en behoud toptalent

Vraag vaste commissie:

Welke gevolgen heeft de Wet beloningsbeleid voor de concurrentiepositie van Nederlandse bedrijven in de financiële sector en het behoud van toptalent?

Antwoord regering: In het algemeen geldt dat competitieve arbeidsvoorwaarden niet alleen betrekking hebben op variabele beloningsbestanddelen, maar ook op bijvoorbeeld vaste beloning, trainingsmogelijkheden en carrièreperspectief. Daarom kan niet op voorhand worden gesteld dat een theoretisch ongelijk speelveld op onderdelen van het arbeidsvoorwaardenpakket in de praktijk ook nadelige gevolgen zal hebben voor de concurrentiepositie van Nederlandse financiële ondernemingen. Daarnaast verwacht de regering dat de Wet beloningsbeleid geen grote gevolgen zal hebben voor de concurrentiepositie van Nederlandse ondernemingen en het vestigingsklimaat waar het gaat om concurrentie met buitenlandse ondernemingen. De door de regering gekozen benadering heeft een versobering van de variabele beloning tot gevolg, maar op zo’n wijze dat van grote negatieve effecten voor ondernemingen geen sprake zal zijn.

Compensatie verlies aan variabele beloning

De regering kan zich voorstellen dat in individuele gevallen ondernemingen toptalent willen aantrekken of behouden dat niet per se aan de onderneming is gebonden en ook gemakkelijk elders in Nederland of het buitenland aan de slag zou kunnen gaan. Het kan voorkomen dat goede arbeidsvoorwaarden het betrokken individu over de streep kunnen trekken bij het nemen van een beslissing over toekomstige werkzaamheden. De regering heeft wel twijfels of de hoogte van de variabele beloning voor de betrokkene allesbepalend is. Daarnaast wijst de regering erop dat ondernemingen de mogelijkheid wordt geboden om verlies aan variabele beloning te compenseren, wat in de praktijk zal leiden tot een versobering van de totale beloning, maar tegelijkertijd tot een hogere gegarandeerde (en daarmee waardevollere) beloning. Ten slotte merkt de regering op dat een vertrek van personen uit de Nederlandse financiële sector die gevoelig zijn voor variabele beloningen, past binnen de door de regering nagestreefde gedrags- en cultuurverandering en aansluit bij een nieuw risicobewustzijn in de financiële sector.

Verhoging vast salaris en hogere loonkosten

Vraag vaste commissie:

Welke mogelijkheid is er om grip te houden op de stijging van de vaste beloning en in hoeverre vormt het bonusplafond een extra risico in verband met de hogere loonkosten door de vermoedelijke stijging van het vaste salaris?

Antwoord regering: Het belangrijkste doel van de Wet beloningsbeleid is het voorkomen en bestrijden van risico’s die voortkomen uit perverse beloningsprikkels. Het gaat dan onder meer om prikkels die aanleiding kunnen geven tot het nemen van ongewenste en onverantwoorde risico’s en prikkels die ertoe kunnen leiden dat het klantbelang niet centraal wordt gesteld. De Wet Beloningsbeleid richt zich niet op de hoogte van vaste beloningen. Hoge vaste beloningen, hoewel maatschappelijk omstreden, brengen in beginsel geen perverse prikkel met zich mee. Er is geen sprake van het omzeilen van het wetsvoorstel als variabele beloningen anticiperend op het wetsvoorstel worden verlaagd en vaste beloningen stijgen ter compensatie. Het is evident dat de sector hier prudent mee moet omgaan, mede gelet op het feit dat lonen in de Nederlandse financiële sector reeds relatief hoog liggen ten opzichte van andere landen. Het is aan de financiële onderneming om de hoogte en reikwijdte van eventuele compenserende verhoging van de vaste beloning vast te stellen en daarover transparantie te betrachten naar de samenleving. De regering hecht eraan te onderstrepen dat er geen aanwijzingen zijn dat variabel belonen in de afgelopen jaren op grote schaal is gebruikt in de financiële sector om loonkosten mee te laten bewegen met economische ontwikkelingen.

Uitzondering beleggingsinstellingen

Vraag vaste commissie:

Waarom zijn beleggingsinstellingen en beleggingsondernemingen die voor eigen rekening en risico handelen, uitgezonderd van het bonusplafond?

Antwoord regering: Het uitgangspunt van het bonusplafond is dat het van toepassing is op alle financiële ondernemingen. Een aantal typen ondernemingen is uitgezonderd omdat de verwachting is dat het bonusplafond geen effect zal sorteren. Het gaat daarbij om twee groepen ondernemingen: ten eerste beheerders van beleggingsinstellingen en daarnaast beleggingsondernemingen die voor eigen rekening en risico handelen. Deze ondernemingen hebben ten opzichte van andere ondernemingen in de financiële sector een beperkte binding met Nederland. Dit betekent dat het opleggen van een bonusplafond voor deze ondernemingen niet effectief zou zijn: ondernemingen vertrekken waardoor zij niet langer onder Nederlands toezicht staan en er geen bonusplafond op hen van toepassing is. Voor de regering is - gelet daarop - de meest optimale uitkomst te voorkomen dat deze ondernemingen vertrekken, waardoor zij onder Nederlands toezicht blijven staan en de overige beloningsregels (zoals de bepaling over de maximale vertrekvergoeding en de regels over terugvordering en aanpassing van variabele beloningen) op hen van toepassing zullen zijn.

Sancties

Vraag vaste commissie:

Welke typen sancties kunnen worden opgelegd bij normschendingen en welk publicatieregime geldt bij het opleggen van boetes?

Antwoord regering: Het niet naleven van de normen uit de Wet beloningsbeleid kan onder meer worden bestraft met boetes en dwangsommen. Ten aanzien van de algemene normen betreffende het beloningsbeleid is het maximale boetebedrag € 1.000.000. In het geval van specifieke individuele normen (waaronder het verbod om het bonusplafond te ontwijken) is het maximale boetebedrag € 4.000.000.

Bij overtreding van specifieke individuele normen wordt in geval van een boeteoplegging in ieder geval tot directe publicatie overgegaan. De regering acht directe publicatie noodzakelijk om naleving van de normen te versterken, gelet op het karakter en de doelstelling van de voorliggende wetgeving. Bovendien vermindert directe publicatie de kans dat ondernemingen creatief met regelgeving omgaan en schept het duidelijkheid voor de markt over de gewenste te volgen lijn.

Klik hier en hier voor meer informatie.  

Auteur(s)
Constant van Tuyll van Serooskerken
Els de Wind
Dit artikel is gepubliceerd in
GU2014sep

Nationaal Register

Jan van Nassaustraat 93
2596 BR Den Haag
T 070-324 30 91
info@nationaalregister.nl

Volg ons op social media

Governance Update nieuwsbrief