Pensioenactualiteiten in turbulente tijden

Pensioenen
De kredietcrisis heeft grote gevolgen gehad voor de pensioenfondsen

De kredietcrisis heeft grote gevolgen gehad voor de pensioenfondsen. Het jaar 2008 stond dan ook in het teken van het stimuleren van het langer doorwerken van oudere werknemers. Hiervoor zijn twee wetsvoorstellen ingediend: de doorwerkbonus en de uitstelmogelijkheid van de AOW-uitkering. De eerste is al met terugwerkende kracht met ingang van 1 januari 2009 in werking getreden. Een resumé door Mercer.

In het kader van de doorwerkbonus kunnen oudere werknemers straks bij hun aangifte voor de inkomensbelasting een speciale heffingskorting claimen. Deze systematiek is vergelijkbaar met de bestaande (verhoogde) arbeidskorting voor ouderen en geldt voor alle ouderen die in een kalenderjaar 62 jaar of ouder worden enblijven werken. Deze bonus is een percentage van het bedrag aan inkomsten uit tegenwoordige arbeid. Daarbij geldt voor dit inkomen een ondergrens van € 8.860,- en een bovengrens van € 54.776,-. De hoogte van de bonus is tevens afhankelijk van de leeftijd van de werknemer.

Een belangrijk element van deze maatregel is dat de doorwerkbonus direct wordt toegepast in het jaar waarin wordt (door)gewerkt. Dat heeft als voordeel dat de financiële prikkel voor het doorwerken meteen zichtbaar is voor de betrokkene. De hoogte van de bonus loopt op met de leeftijd en het inkomen uit arbeid. Zo krijgt een belastingplichtige die in de loop van een jaar 62 wordt over dat kalenderjaar een bonus van 5% van het inkomen verdiend met arbeid. Wordt hij of zij in een kalenderjaar 63 jaar, dan wordt de bonus verhoogd naar 7%; wordt hij of zij 64 jaar, dan stijgt de bonus naar 10%.

Door de doorwerkbonus afhankelijk te maken van het inkomen en de hoogte van de bonus te laten oplopen naarmate men dichter bij de leeftijd van 65 jaar komt, wordt specifiek invulling gegeven aan de wens van het kabinet om mensen te motiveren in ieder geval tot hun 65e jaar te werken. Daarbij geldt dat naarmate mensen ouder worden het minder eenvoudig is deze groep te motiveren om door te werken. Om die reden loopt de hoogte van de bonus ook met de leeftijd op. Het kabinet wil daarmee een cultuuromslag bewerkstelligen, waardoor 65 jaar niet meer als het vaste eindpunt van het werkzame leven wordt gezien.

De staatssecretaris van Sociale Zaken heeft daarnaast een wetsvoorstel voor keuzemogelijkheid tot uitstel AOW ingediend bij de Tweede Kamer. Vooralsnog wordt gedacht aan een ingangsdatum van 1 januari 2010. Dit zou betekenen dat belanghebbenden die op of na 1 januari 2010 de leeftijd van 65 jaar bereiken, voor het eerst gebruik kunnen maken van de mogelijkheid hun AOW-pensioen later te laten ingaan. Bij het bereiken van de 65-jarige leeftijd kan ervoor gekozen worden de AOW geheel of gedeeltelijk uit te stellen, met een maximum van vijf jaar. Een latere datum van het AOW-pensioen leidt tot een actuariële verhoging van het AOW-pensioen. Deze verhoging strekt zich ook uit over de eventuele partnertoeslag en de tegemoetkoming. De keuze om de AOW uit te stellen, kan slechts eenmaal worden gemaakt. Na een keuze om de AOW niet uit te stellen kan later, als de aangevraagde AOW al is ingegaan, niet alsnog uitstel worden verleend. Bij één jaar uitstel van de AOW zal het AOW-pensioen voor het resterende leven 5,08% hoger zijn. Bij drie jaar uitstel van de AOW is dit 16,95% hoger.

Daarnaast is ook gedeeltelijk uitstel mogelijk. Gedeeltelijk uitstel kan in stappen van 10% plaatsvinden. Tussentijdse verhoging van de AOW is mogelijk; tussentijdse verlaging van de AOW is echter niet mogelijk. Bij een uitstel van 50% over drie jaar geldt een verhogingspercentage dat gelijk is aan de helft van het verhogingspercentage voor 100% uitstel over drie jaar.

De introductie van flexibiliteit binnen de AOW maakt het wenselijk deze keuzemogelijkheden ook te bieden in de pensioenregelingen. Een groot aantal pensioenregelingen kent deze keuzemogelijkheden al. Er zal echter geen verplichting komen deze keuzemogelijkheden op te nemen in de pensioenregeling. In de Memorie van Toelichting wordt aangegeven dat de aanvullende pensioenen onder verantwoordelijkheid van de sociale partners vallen. Het is aan hen om, voorzover dat nog niet is gedaan, afspraken te maken over de flexibilisering van de ingangsdatum van het aanvullend pensioen, over de mogelijkheid tot deeltijdpensioen en over de verdere opbouw bij doorwerken na 65 jaar.

www.mercer.nl

Auteur(s)
Mercer
Dit artikel is gepubliceerd in
gu2009-05

Nationaal Register

Jan van Nassaustraat 93
2596 BR Den Haag
T 070-324 30 91
info@nationaalregister.nl

Volg ons op social media

Governance Update nieuwsbrief