OR kan zich meer laten gelden in toezicht

Ondernemingsraden van grote ondernemingen kunnen, veel meer dan tot nu toe het geval is, gebruikmaken van hun mogelijkheden om de samenstelling van de RvC te beïnvloeden en afspraken te maken over de onderlinge afstemming tussen OR en RvC, concludeert Rienk Goodijk van GITP.

De OR kan, bijvoorbeeld bij een fusie, aandringen op de ontwikkeling of actualisering van de profielschets van de nieuwe RvC en op basis daarvan gericht invloed uitoefenen op de samenstelling van de RvC. In de gewijzigde structuurregeling heeft de OR het wettelijke recht gekregen om betrokken te zijn bij de profielschets. En via zowel het gewone als het versterkte recht van aanbeveling kan de OR zijn invloed op de bezetting dus doen gelden. Dat een RvC belangrijk is voor een onderneming en de werknemers, bleek bij kwesties als Corus en Stork. De RvC van de Nederlandse onderneming wordt immers nog steeds geacht toezicht te houden in het belang van álle stakeholders en niet alleen de aandeelhouders. De Ondernemingskamer heeft dat in de recente uitspraak rondom Stork nogmaals bevestigd. Tegen die achtergrond is het zorgwekkend dat een onderneming als Corus via een veiling en buiten de invloed van de RvC om, aan aandeelhouders verkocht kan worden. (zie ook artikel For a few dollars more… elders in dit e-zine).
De RvC kan voor de onderneming en haar werknemers een belangrijke rol spelen. Met name commissarissen op voordracht van de OR voelen over het algemeen een grotere verantwoordelijkheid ten opzichte van de werknemers. Zij kunnen via deze ‘bijzondere relatie’ de opvattingen en zorgpunten van de OR in de RvC bespreekbaar maken zónder direct als ‘vertegenwoordiger’ van de OR op te treden. De OR zou ook meer betrokken kunnen worden bij de evaluaties van het functioneren van de RvC en met name het functioneren van de voordrachtscommissaris ten opzichte van de OR.
Het opbouwen en onderhouden van een goede onderlinge relatie kan zowel voor de OR als voor de RvC zelf grote waarde hebben, vooral als belangrijke strategische beslissingen genomen moeten worden. Ook het recente rapport van het Multinationale Ondernemingsradenoverleg (Visie op Medezeggenschap, Stichting MNO-Overleg) wijst op het belang van deze relatie. Het rapport beveelt aan dat de (Centrale) OR zich een mening moet vormen over de benoeming van alle leden van de RvC en die mening ook kenbaar dient te maken aan de RvC zelf en de Algemene Vergadering van Aandeelhouders. Geregeld contact tussen medezeggenschap en RvC is dan ook noodzakelijk. Dat kan in het ‘driehoeksverband’ van OR, bestuurder en RvC. Maar commissarissen zouden ook vaker als deskundige in de OR kunnen worden uitgenodigd.

www.stichting-mno.nl

Auteur(s)
Rienk Goodijk
Dit artikel is gepubliceerd in
gu2007-02

Nationaal Register

Jan van Nassaustraat 93
2596 BR Den Haag
T 070-324 30 91
info@nationaalregister.nl

Volg ons op social media

Governance Update nieuwsbrief