Nieuw bloed, diversiteit en meer nieuwsgierigheid

Buitenlandexpansie en governance door familiebedrijven

Expansie van het familiebedrijf naar het buitenland biedt, mits goed geborgd, goede kansen, betoogt Ron Steenkuijl, voorzitter Nederlandse Vereniging van Commissarissen en Directeuren (NCD). ‘Uit eigen ervaring kan ik zeggen dat het een verrijking is om binnen de organisatie mensen te hebben met uiteenlopende achtergronden. Zo begrijp je ook je nieuwe klanten beter.’

‘Expansie in het buitenland blijkt voor veel familiebedrijven een positief effect te hebben op de resultaten. Dit laat recent onderzoek van consultancyfirma BoerCroon zien. Ondernemers die ervoor kozen om ook over de grenzen hun activiteiten te ontplooien, hebben tijdens de crisis beter gepresteerd en zijn daar sneller van hersteld. Zij realiseerden in 2012 een brutomarge op de omzet van 7,9%. Ter vergelijking: voor familiebedrijven die alleen in Nederland actief waren, was dat 4,8%. De spelers in het buitenland zijn in zware tijden ook actiever gebleven op het gebied van fusies en overnames en profiteren nu van het gunstiger wordende internationale klimaat. Ondernemen in het buitenland wordt door veel familiebedrijven gepercipieerd als risicovol. Toch blijken risico’s juist af te nemen door een buitenlandexpansie en spreiding van afzetgebieden.

Nieuw bloed

Maarten Vijverberg, partner bij BoerCroon, merkt in het FD terecht op dat internationalisering geen vlucht mag zijn. Met andere woorden: voordat de grens wordt overgestoken, moet er eerst sprake zijn van een stabiele onderneming in eigen land. Ik ben het daarmee eens en voeg er graag een aantal aanbevelingen op het gebied van governance aan toe die een succesvolle buitenlandexpansie van familiebedrijven kunnen bevorderen of misschien zelfs voorwaardelijk zijn. Op bestuursniveau en in de managementlaag eronder moet ruimte zijn voor het toelaten van “nieuw bloed”. Familiebedrijven hebben traditioneel de neiging hier minder open voor te staan. Dat is zowel een opdracht aan de raad van bestuur/directie als aan de raad van commissarissen. Het kan erg nuttig zijn om externen aan te trekken die afkomstig zijn uit het land waar wordt geëxpandeerd, of die uit eigen land komen maar relevante managementervaring hebben.

Diversiteit

Een tweede aanbeveling heeft betrekking op diversiteit. Het is in governanceland inmiddels een wat obligaat begrip aan het worden, maar het streven naar diversiteit binnen de raad van commissarissen is zeker bij een buitenlandexpansie erg belangrijk. Er is dan immers meer dan ooit behoefte om gebruikelijke manieren van denken te doorbreken en nieuwe wegen te verkennen. Een derde aandachtsgebied betreft het interne draagvlak. De top van de onderneming hoort er, in samenwerking en overleg met de raad van commissarissen, voor te zorgen dat de buitenlandexpansie ook intern wordt omarmd en beleefd. Zo hoort elke vorm van twijfel over de gevolgen daarvan voor het functioneren van de bestaande organisatie te worden besproken en weggenomen. Een goede relatie met de ondernemingsraad hoort in dit kader een prioriteit te zijn.

Nieuwsgierigheid

Tot slot moet er binnen de onderneming een leiderschapscultuur heersen die belangstelling in het onbekende aanmoedigt en stimuleert. Een nieuwe omgeving moet met beleid maar zeker ook met grote nieuwsgierigheid worden betreden. Dan gaat het om belangstelling in mensen, taal, omgangsvormen en zakelijke mores. Dat kan al binnen het eigen land beginnen. Uit eigen ervaring kan ik zeggen dat het een verrijking is om binnen de organisatie mensen te hebben met uiteenlopende achtergronden. Zo begrijp je ook je nieuwe klanten beter.’

Klik hier voor meer informatie

 

Auteur(s)
Ron Steenkuijl
Dit artikel is gepubliceerd in
GU2014mei

Nationaal Register

Jan van Nassaustraat 93
2596 BR Den Haag
T 070-324 30 91
info@nationaalregister.nl

Volg ons op social media

Governance Update nieuwsbrief