Ingrijpende maatregelen bezoldigingsbeperking publieke sector

Remuneratie
Het wetsvoorstel Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector

Het wetsvoorstel Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (‘wetsvoorstel WNT’) beoogt zowel de totale bezoldiging als de contractuele ontslagvergoeding van topfunctionarissen van onder meer woningcorporaties, netbeheerders (energiesector), organisaties in de onderwijssector, onderzoeksinstellingen en in beperktere mate de zorgsector te maximeren. Albert van Marwijk Kooy en Martijn Burgers van Van Doorne geven een eerste beschouwing.

Het wetsvoorstel WNT, ingediend op 14 januari 2011, borduurt voort op de Wet openbaarmaking uit publieke middelen gefinancierde topinkomens (Wopt). Op grond van de Wopt worden organisaties in de publieke sector en privaatrechtelijke organisaties die uit publieke middelen worden bekostigd, verplicht in hun jaarrekening belastbare lonen te vermelden voor zover deze het belastbare salaris van een minister te boven gaan.

De belangrijkste componenten van het wetsvoorstel WNT zijn:

  • maximering van het totale beloningspakket (arbeidsvoorwaardenpakket) van de hoogste leidinggevenden binnen de organisatie;
  • maximering van eventuele contractuele ontslagvergoedingen (gouden handdruk/golden parachute);
  • openbaarmaking in de jaarrekening van (alle) individuele bezoldigingsgegevens van de bestuurder en van de in het relevante jaar uitgekeerde beëindigingsvergoedingen.

In het wetsvoorstel WNT wordt de raad van commissarissen van een doelgroeporganisatie als 'verantwoordelijke' aangemerkt. Dat houdt in dat die raad van commissarissen (samen met de topfunctionaris, aan wie de verplichting tevens wordt gericht) verantwoordelijk wordt voor het naleven van de voorschriften van het wetsvoorstel WNT.

Onder topfunctionaris wordt verstaan: bestuurders, leden van de raad van toezicht, directeuren en degelijke. Er wordt ook wel gesproken van de hoogste leidinggevenden binnen de organisatie. Het gaat dus (slechts) om de persoon (of personen) bij wie  (gezamenlijk) de dagelijkse leiding berust binnen de doelgroeporganisatie. Het maakt daarbij geen verschil of de topfunctionaris een arbeidsovereenkomst of een overeenkomst van opdracht met de doelgroeporganisatie heeft.

Het wetsvoorstel WNT kent voor de maximering van de bezoldiging twee regimes, het standaardregime met een absoluut maximum en het sectorale beloningsregime waarbij de minister jaarlijks beloningsmaxima voorschrijft. De bezoldiging wordt voor het standaardregime gemaximeerd op € 187.340 bruto per jaar (althans het pro rato gedeelte daarvan bij een deeltijdfunctie), te vermeerderen met de sociale verzekeringspremies, (maximaal) € 7.559 wegens belastbare vaste en variabele onkostenvergoedingen en (maximaal) € 28.767 wegens voorzieningen ten behoeve van beloningen betaalbaar op termijn (zoals pensioen). Voor het sectorale beloningsregime geldt dat partijen geen hogere beloningen mogen overeenkomen dan de door de minister vastgestelde maxima.

Contractuele ontslagvergoedingen zijn volgens (het regeerakkoord en dus) het wetsvoorstel WNT slechts beperkt toegestaan. De ontslagvergoeding bedraagt maximaal een jaarsalaris én maximaal € 75.000 bruto. De limitering is in vergelijkbare variant opgenomen in een ander aanhangig wetsvoorstel (wetsvoorstel limiteren van de vergoeding bij ontbinding van de arbeidsovereenkomst), waarop overigens veel kritiek is geuit en waarover de Raad van State het advies heeft gegeven het te heroverwegen en niet in te dienen bij de Tweede Kamer. Het is mede daarom de vraag of het wetsvoorstel WNT ongewijzigd zal worden aangenomen.

Verder dienen in de jaarrekening van (alle) individuele bezoldigingsgegevens van de bestuurder en van de in het relevante jaar uitgekeerde beëindigingsvergoedingen openbaar te worden gemaakt. Indien de grenzen van de in het wetsvoorstel WNT genoemde bedragen zijn overschreden, dan worden die overschrijdingen en de relevante bestuurder met naam en toenaam genoemd in de jaarrekening. Bovendien legt het wetsvoorstel WNT aan de accountant van de woningcorporatie de verplichting op dergelijke overschrijdingen aan de minister te melden. De minister is vervolgens bevoegd een last onder dwangsom (ten behoeve van het terugvorderen van bovenwettelijke uitkeringen, al dan niet vermeerderd met boetebedragen, en ongedaanmakingshandelingen) op te leggen aan de raad van toezichthouders en topfunctionarissen. Als deze daarop geen of onvoldoende actie  ondernemen, dan heeft de minister bij wijze van uiterst middel nog zelf de bevoegdheid de bovenwettelijke uitkeringen op te eisen.

Indien het wetsvoorstel WNT wet wordt, dan rijst de vraag hoe die wet zich verhoudt tot bestaande overeenkomsten (en eventuele sectorbrede afspraken). Er geldt overgangsrecht voor (op het moment van inwerkingtreding van de wet) bestaande overeenkomsten, op grond waarvan die gerespecteerd worden. Dat overgangsrecht geldt zolang er geen wijziging optreedt in de arbeidsvoorwaarden van de topfunctionaris. Dat overgangsrecht geldt niet voor eventuele sectorbrede afspraken. Zouden die in strijd zijn met de wet, dan zullen die sectorbrede afspraken moeten wijken (tot de onder de wet toelaatbare omvang).

Het is onduidelijk of en zo ja wanneer en in welke vorm het wetsvoorstel WNT wet zal worden. Gelet op de wens van het parlement om dit te regelen en het maatschappelijk klimaat, leeft bij velen de verwachting dat invoering van het wetsvoorstel WNT snel en zonder veel significante wijzigingen zal plaatsvinden.

Er is voor toezichthouders (en topfunctionarissen) van doelgroeporganisaties geen verplichting alvast rekening te houden met de voorschriften van het wetsvoorstel WNT. Ook omdat er overgangsrecht geldt voor (op het moment van inwerkingtreding van de wet) bestaande gevallen.

www.vandoorne.nl

Auteur(s)
Van Doorne
Dit artikel is gepubliceerd in
gu2011-02

Nationaal Register

Jan van Nassaustraat 93
2596 BR Den Haag
T 070-324 30 91
info@nationaalregister.nl

Volg ons op social media

Governance Update nieuwsbrief