Hoe realistisch is IFRS voor niet-beursfondsen?

Niet-beursgenoteerde ondernemingen kunnen vrijwillig de International Financial Reporting Standards hanteren. Daar wordt echter maar weinig gebruik van gemaakt. IFRS wordt als omvangrijk en complex ervaren. De International Accounting Standards Board (IASB) heeft daarom het initiatief genomen tot een vereenvoudiging van IFRS voor de Small and Medium-sized Entities (SME’s), rapporteert PwC.

Inmiddels is er een Staff Draft ontwikkeld waarin IFRS-standaarden voor middelgrote niet-beursfondsen zijn opgenomen. Het ‘Raamwerk voor de opstelling en presentatie van jaarrekeningen’, zoals dat nu voor IFRS geldt, blijft onverkort van toepassing. Daarmee gelden voor SME’s dezelfde conceptuele uitgangspunten als voor de beursfondsen, zoals het toerekeningsbeginsel, het continuïteitsbeginsel en de kwalitatieve kenmerken van jaarrekeningen: begrijpelijkheid, relevantie, betrouwbaarheid en vergelijkbaarheid. Ten aanzien van de individuele standaarden worden vereenvoudigingen voor de verwerking, waardering, toelichting en presentatie nagestreefd.
Het aantal vereenvoudigingen valt echter tegen. Complexe onderwerpen zoals de bepaling van de reële waarde, de verwerking van leaseovereenkomsten en de bepaling en verwerking van bijzondere waardevermindering- verliezen (‘impairment’) blijven vrijwel ongewijzigd. Verder introduceert de IASB het fall-backprincipe: in de SME-IFRS worden verwijzingen naar de (onverkorte) IFRS-bundel opgenomen voor onderwerpen die bij niet-beursfondsen minder frequent voorkomen. Daarmee kan de omvang van de IFRS-SME-bundel beperkt blijven. Het fall-backprincipe doet echter afbreuk aan het streven naar een zelfstandig leesbare, op zichzelf staande tekst.
De uitgebreide regelgeving (en het ontbreken van vereenvoudigingen ten aanzien van verwerking en waardering) en de toepassing van het fall-backprincipe maken de Staff Draft niet erg aantrekkelijk. De algemene reactie op de voorstellen van de IASB is dan ook kritisch. Op korte termijn wordt een Exposure Draft verwacht, waarin belanghebbenden om commentaar gevraagd wordt. De verwachting is dat hier massaal gevolg aan zal worden gegeven. Met inachtneming van het ingediende commentaar zal er in 2008 of 2009 een definitieve set standaarden voor SME’s worden gepubliceerd. In hoeverre we daar in Nederland gebruik van kunnen (of moeten) maken hangt af van de besluitvorming van de wetgevende instanties.

Auteur(s)
Redactie
Dit artikel is gepubliceerd in
gu2007-02

Nationaal Register

Jan van Nassaustraat 93
2596 BR Den Haag
T 070-324 30 91
info@nationaalregister.nl

Volg ons op social media

Governance Update nieuwsbrief