Het (nood)lot van de vrijwillige bestuurder

Governance Radar

De politiek mag niet dezelfde hoge eisen stellen aan vrijwillige bestuurders als aan betaalde professionals. Net als op het voetbalveld, moet er in het maatschappelijke middenveld sprake zijn van fair play.

Recentelijk overleed grensrechter Richard Nieuwenhuizen nadat hij in elkaar was geschopt na een wedstrijd tussen de Almeerse club Buitenboys B3 en Nieuw Sloten B1 uit Amsterdam. Heel journalistiek Nederland toog naar Almere om Buitenboys-voorzitter Marcel Oost om uitleg te vragen. Op slag was hij ongewild een bekende Nederlander. Waarschijnlijk had hij nooit, maar dan ook nooit kunnen bevroeden dat hij in zo’n situatie terecht zou komen. Met een beetje goede wil heeft de voetbalclub serieus gezocht naar goede kandidaten voor de voorzittersfunctie, maar of daaraan een functieprofiel ten grondslag heeft gelegen…? We vragen het u af. En er zal ook geen draaiboek crisiscommunicatie in de kast hebben gelegen. Nu krijgen Oost en zijn medebestuurders alle media-aandacht en allerlei andere zaken rond het incident op hun bord. En het zijn allemaal vrijwilligers.

Wilt u one-tier of two-tier?

Vorig jaar werd er een Code Goed Bestuur voor het primair onderwijs ingevoerd. Of schoolbesturen - ook kleine, zelfstandige scholen met vrijwilligers in het bestuur - maar even een one-tier of two-tier systeem wilden invoeren. In functieprofielen moest worden vastgelegd aan welke kwaliteiten een bestuur moet voldoen. Zeker eenpitters kunnen daarbij slechts selecteren uit een beperkte populatie en moeten maar zien of ze mensen kunnen vinden die zowel geschikt als beschikbaar zijn. Iets soortgelijks geldt voor voetbalclubs.

Te hoge druk

Professionele besturen doen het overigens vaak niet beter dan dat enorme arsenaal aan vrijwilligers dat overal clubs, stichtingen en verenigingen in het zadel houdt. Juist bij de grote onderwijsinstellingen gaat het fout. Neem Amarantis of Inholland. Kennelijk zorgen codes en de daarin afgedwongen functieprofielen er niet altijd voor dat het goed gaat. Diezelfde codes maken het echter wel vrijwel onmogelijk voor vrijwilligers om te kunnen voldoen aan de hoge eisen. Het bestuur van een kleine school is verantwoordelijk voor de financiën en het gebouw, maar ook voor de kwaliteit van het onderwijs. Ga er maar aan staan als caissière, VVV-baliemedewerker of CO2-lasser. O nee, dat kan niet, want die voldoen niet aan het functieprofiel. Kennelijk kunnen alleen accountants, advocaten en directeuren de kwaliteit in vrijwilligersbesturen garanderen. Vermoedelijk gaat het daarbij net als met de discussie over belonen van toezichthouders in (non-)profitfuncties: kun je aan goede mensen komen als je ze niet beloont en bovendien de druk te hoog opvoert?

‘Waar begin ik aan?’

In een veranderende maatschappij waarin mensen steeds minder tijd krijgen en andere prioriteiten stellen, is het antwoord vermoedelijk: nee. Wie heeft er nog zin om in het bestuur van een voetbalclub te gaan zitten als het geweld langs de lijn escaleert? Wie heeft er nog zin om in een bestuur te gaan zitten als de penningmeester de boel voor een paar ton heeft belazerd? Als er geld tegenover staat, kun je nog stellen dat mensen er bewust voor hebben gekozen om in een bestuur te gaan zitten, met alles wat daarbij op hun bord kan komen. Maar zeker in het vrijwilligerscircuit zal de vraag steeds vaker worden gesteld: waar begin ik aan? En dat is een bijl aan de wortel van de vrijwillige inzet van mensen om een maatschappelijke bijdrage te leveren.

Light bestuursmodel

Moet er een soort light model komen voor besturen van stichtingen en verenigingen? Moet de bestuurder van een kleine, zelfstandige basisschool dezelfde regeldruk voelen als een lid van de one-tier board van een beursgenoteerde onderneming? Niet realistisch om die vergelijking te trekken? Stel dat de nabestaanden van de overleden grensrechter het bestuur aansprakelijk houden voor het geweld. Kunnen vrijwillige bestuursleden dan aantonen dat ze genoeg gedaan hebben om de veiligheid van de mensen op het veld te garanderen? Over druk gesproken.

Gapend gat

Politici doen er verstandig aan zich te verdiepen in de gevolgen van de wetten en regels die ze uitvaardigen. Ze moeten zich bewust worden van het feit dat er een gapend gat bestaat tussen het leveren van een vrijwillige bijdrage als smeermiddel van de maatschappij en de wens om alles te verankeren in regels. Op het voetbalveld draait het om fair play. Bij een tackle moet je ingrijpen, bij buitenspel moet er gevlagd worden. Ook bestuurders van stichtingen en verenigingen moeten ingrijpen als er in de organisatie getackeld wordt of een grens wordt overschreden. Maar net als op het voetbalveld, moet er in het maatschappelijke middenveld sprake zijn van fair play. In dit geval betekent dat: de druk op vrijwillige bestuurders van clubs, stichtingen en verenigingen wegnemen door niet hetzelfde te eisen als van mensen die ervoor betaald worden.

Auteur(s)
Redactie
Dit artikel is gepubliceerd in
gu2012-09

Nationaal Register

Jan van Nassaustraat 93
2596 BR Den Haag
T 070-324 30 91
info@nationaalregister.nl

Volg ons op social media

Governance Update nieuwsbrief