Green Deal Monitor: commissaris kan vereiste samenwerking tot stand helpen brengen

Sustainability

De energietransitie is alleen mogelijk met een geïntegreerd en circulair energiesysteem, waar producenten en gebruikers samen verspilling tegengaan en kosten reduceren, zo wordt gesteld in de Green Deal Monitor van PwC. Dat vraagt om meer samenwerking tussen bedrijven, overheden en andere organisaties. Commissarissen kunnen hierbij een verbindende rol spelen, aldus PwC-partner Viviana Voorwald. 

De Green Deal is het antwoord van de Europese Unie op de existentiële bedreigingen van klimaatverandering. Het is de routekaart van de EU naar een CO2-neutrale en circulaire economie in 2050. De Green Deal zal, net als het klimaatbeleid van individuele lidstaten zoals het Nederlandse Klimaatakkoord, grote invloed hebben op de manier waarop we produceren, consumeren en leven. Het beroep daarin op het bedrijfsleven om bij te dragen aan een succesvolle transitie naar een duurzame samenleving is groot. Bedrijven en organisaties krijgen hierdoor te maken met bedreigingen, maar ook met kansen en nieuwe mogelijkheden.

Kernelementen van de Green Deal: 

  • een circulaire economie die geen broeikasgassen uitstoot in 2050;
  • behoud en herstel van ecosystemen en biodiversiteit;
  • een eerlijk, gezond en milieuvriendelijk voedselsysteem;
  • het versnellen van de overgang naar duurzame en slimme mobiliteit.

Koppelen en optimaliseren infrastructuur

De Green Deal vereist een energietransitie, die alleen mogelijk is als de verschillende systemen in de energiesector integreren. De Europese Commissie heeft onlangs haar strategie voor een dergelijke systeemintegratie gepresenteerd. Daaronder verstaan we het coördineren van de werking en planning van (internationale) energiesystemen om een betrouwbare, kosteneffectieve en milieuvriendelijke energielevering tot stand te brengen. Systeemintegratie richt zich op zaken als het koppelen en optimaliseren van de infrastructuur voor productie, transport en opslag van energie. Het betekent dat de verschillende energiedragers - elektriciteit, warmte, koude, gas, vaste en vloeibare brandstoffen - met elkaar en met de eindgebruikers worden verbonden.

Silo’s doorbreken

Het integreren van verschillende energiesystemen maakt emissiereductie mogelijk in sectoren waar dat moeilijk is, zoals de maritieme en luchtvaartsector of de staalproductie. De oplossing ligt hier in het sluiten van kringlopen, het voorkomen van ongebruikte restwarmte en (waar elektrificatie niet mogelijk is) het gebruik van schone(re) brandstoffen. Hiervoor moet worden gebruikgemaakt van bestaande infrastructuur en oplossingen die dwars heengaan door de bestaande ‘silo’s’ van het energiesysteem: verschillende verticale waardeketens die naast elkaar bestaan en specifieke energiebronnen nauw verbinden met hun specifieke eindgebruikers. Aardolieproducten bijvoorbeeld domineren nog steeds als brandstof voor de transportsector en als grondstof voor de industrie. Elektriciteits- en gasnetten worden onafhankelijk van elkaar gepland en beheerd. Voor de verschillende sectoren gelden bovendien verschillende, specifieke marktregels.

Perspectief verruimen

Het huidige energiesysteem bestaat dus uit lineaire energiestromen in één richting met veel verspilling. Het toekomstige geïntegreerde energiesysteem moet gaan bestaan uit circulaire energiestromen tussen producenten en gebruikers, die verspilling tegengaan en kosten reduceren. Hoewel de energiesystemen al meer met elkaar verweven zijn dan voorheen, is er nog een weg te gaan. Daartoe moeten bedrijven en overheden meer gaan samenwerken. De rol van regeringen en de EU is om een ​​speelveld te creëren waarin belangen op één lijn liggen en externe (milieu)effecten worden beprijsd, terwijl concurrentie wordt gestimuleerd. Bedrijven moeten verder durven kijken dan hun eigen (korte termijn) winst- en verliesrekening en in plaats daarvan hun creativiteit inzetten om op een ​​gemeenschappelijke basis projecten op gang te brengen. Alleen door het perspectief te verruimen, kunnen de maatschappelijk optimale oplossingen worden gerealiseerd.

Moed gevraagd

De infrastructurele uitdagingen waarmee we worden geconfronteerd, zijn niet nieuw. Europa is al eerder zeer succesvol geweest in het realiseren van grote particuliere initiatieven, die grote welvaart brachten voor bedrijven en de samenleving. De spoorwegen en gas- en elektriciteitsnetten zijn allemaal voorbeelden van particuliere infrastructuurontwikkeling die pas later gereguleerd en eigendom van de overheid werden. In de kapitaalintensieve en soms zeer competitieve energiesector kunnen Europese bedrijven alleen met enige moed succesvolle spelers worden in nieuw opkomende gebieden. Nieuwe kansen nastreven in een tijd waarin de toekomst onzeker is, maar gedreven door de wens om grote dingen te realiseren.

Gedurfde stappen

Een goed voorbeeld daarvan is de Amerikaan die tegen alle verwachtingen in volledig voor elektrische auto's ging in een zeer competitieve en kapitaalintensieve industrie. Tegenwoordig is Tesla een van de meest waardevolle bedrijven ter wereld. Het zet alle andere autofabrikanten onder druk om de ontwikkeling en productie van elektrische auto's te versnellen en het bedrijf wordt algemeen erkend als de grote motor achter innovatie in elektrische voertuigen. Soms betalen gedurfde stappen zich groots uit.

Valley of death overbruggen

Een belangrijke voorwaarde voor versnelling van systeemintegratie is financiering van de innovatie. Bedrijven moeten lef hebben om buiten de gebaande paden te denken om met nieuwe ideeën te komen en vastbesloten zijn om de ‘valley of death’ te overbruggen wanneer ze nieuwe businessmodellen ontwikkelen en testen. Ze moeten ook hun perspectief verbreden en een gemeenschappelijke basis vinden om samen te werken met andere bedrijven of organisaties. Gezamenlijk zijn ze beter in staat uitdagingen aan te gaan en daarvoor financiering aan te trekken. In die zin is financiering altijd het grootste probleem.

Grote investeringen nodig

Bedrijven, overheden en de financiële sector moeten daarom ook creatief zijn in het zekerstellen van de financiering van de grote investeringen die nodig zijn voor de energietransitie. Voor projecten die grote investeringen vergen en die niet kunnen worden terugverdiend door hogere inkomsten op korte termijn, zou het opzetten van een Europees fonds met (enige) publieke startfinanciering een alternatief kunnen zijn. Bijkomend voordeel is dat dit ten dele kan voorzien in de grote vraag naar effecten met een laag risico en een stabiele kasstroom. Institutionele beleggers krijgen hiermee tevens een kans om deel te nemen aan duurzame projecten met een hoge maatschappelijke waarde.

Rol van commissarissen

De doelstellingen voor energiesysteemintegratie uit de European Green Deal vormen een uitgelezen voorbeeld van een traject waarbij commissarissen hun brede rol kunnen vervullen. Die rol bestaat allereerst uit het integreren van klimaatbeleid en de energietransitie in hun eigen toezichtagenda. Daarnaast kunnen commissarissen bestuurders uitdagen om verder te kijken dan de korte termijn. Dat sluit naadloos aan op hun taakstelling om langetermijnwaardecreatie en de continuïteit van de organisatie te bewaken. Daarbij behoort ook erop toezien dat het bestuur de strategie regelmatig tegen het licht houdt en nadenkt over nieuwe businessmodellen, met de juiste mix tussen lef enerzijds en risicobeheersing anderzijds. De raad van commissarissen zal ook innovatie - én de financiering daarvan - hoog op de agenda hebben staan. Bij de geschetste noodzaak tot systeemintegratie kunnen commissarissen eveneens een belangrijke rol spelen: die van verbinder. Als betrokken buitenstaander zijn ze in staat om over de grenzen van de organisatie heen te kijken naar andere bedrijven en organisaties waarmee kan worden samengewerkt. Daarnaast kunnen ze hun netwerk inzetten om partijen met elkaar in contact te brengen voor het gezamenlijk opzetten van duurzame projecten. Ook bij internationale systeemkoppeling, zoals harmonisatie van nationale regelgeving, kan het letterlijk 'over-de-grens-denken' van commissarissen die bij internationale ondernemingen toezicht houden, bijzonder nuttig zijn. De Green Deal raakt daarmee direct aan de taken en verantwoordelijkheden van de commissaris.           

Dit artikel is een ingekorte en enigszins aangepaste versie van de Green Deal Monitor #2 van PwC. De Green Deal Monitor verschijnt regelmatig en biedt informatie over de impact van nieuwe wet- en regelgeving op het gebied van klimaatbeleid en de energietransitie en bevat data en inzichten, praktijkvoorbeelden en de mening van experts.

Klik hier voor het kosteloos lezen van de volledige tekst en de twee eerder verschenen edities van de Green Deal Monitor. En klik hier voor contact met Viviana Voorwald.  

Auteur(s)
Viviana Voorwald
partner PwC
Dit artikel is gepubliceerd in
GU2020sep

Nationaal Register

Jan van Nassaustraat 93
2596 BR Den Haag
T 070-324 30 91
info@nationaalregister.nl

Volg ons op social media

Governance Update nieuwsbrief