Functioneren onder het vergrootglas

Best Practice
BDO onderzoek wijst uit: driekwart commissarissen ervaart toegenomen druk vanuit maatschappij
Elke uitgave buigt een panel van governancespecialisten en ervaringsdeskundigen zich over een vraag, dilemma of minicasus op het gebied van toezicht houden. 
 
Dit keer: Hoe handhaaft een commissaris zich in een wereld waarin hij door internet en social media zichtbaarder is dan ooit?
 
BDO stelde, mede op basis van gesprekken met door de wol geverfde commissarissen, een checklist op voor het omgaan met de toenemende maatschappelijke druk. Ruud Vergoossen, hoofd Bureau Vaktechniek van BDO en hoogleraar International Financial Accounting aan Maastricht University en hoogleraar Externe Verslaggeving aan Nyenrode Business Universiteit: ‘Tot voor kort was het helder: ging er bij een bedrijf of organisatie iets mis, dan moest de bestuurder met de billen bloot. Tegenwoordig voelt ook de commissaris druk om bij media en politiek op het matje te komen, zo blijkt ook uit een onderzoek van BDO. En over deze verantwoording aan “de maatschappij” zegt de wetgever nauwelijks iets. Dus hoe ga je hier als commissaris praktisch mee om?
 
Verantwoording volgens de wet 
Om nog maar even bij wet- en regelgeving te blijven: er bestaan slechts enkele wetsartikelen die handelen over “verantwoording” door commissarissen. Zo ondertekent op grond van art. 2:101.2 BW elke commissaris persoonlijk de jaarrekening. Daarmee bevestigt hij of zij dat de bezittingen, rechten en verplichtingen van de vennootschap op aanvaardbare wijze in de jaarrekening zijn verwerkt en dat deze een getrouw beeld geeft van het resultaat en de vermogenstoestand van de vennootschap. In het verlengde daarvan zegt art. 2:150 BW dat, als de jaarrekening een misleidend beeld blijkt te geven, de commissarissen naast de bestuurders mede aansprakelijk zijn naar derden voor eventuele schade die deze hebben geleden door te vertrouwen op die jaarrekening. Die derden kunnen de niet-wettelijke stakeholders - oftewel de maatschappij - zijn.
 
Enquêteprocedure bij de Ondernemingskamer
Ook de mogelijkheid dat de procureur-generaal om redenen van openbaar belang een enquêteprocedure tegen een NV kan aanspannen bij de Ondernemingskamer - wegens twijfel aan behoorlijk beleid – zou je als een vorm van verantwoording richting de maatschappij kunnen zien. Dit is bijvoorbeeld mogelijk als er sprake lijkt te zijn van onverantwoorde beslissingen, overnames of verkoop van bedrijfsonderdelen waardoor werkgelegenheid verloren gaat. In zo’n procedure kan ook het functioneren van de RvC aan de orde komen.
 
Wat zegt de code?
De Nederlandse Corporate Governance Code schrijft voor dat het bestuur onder meer verantwoordelijk is voor de ‘voor de onderneming relevante maatschappelijke aspecten van ondernemen’ en dat het daarover verantwoording aflegt aan de RvC. Dit betekent dat de RvC daarop toezicht houdt en in het verslag van zijn werkzaamheden melding doet. Best Practice-bepaling II.1.2 stelt dat het bestuur onder meer deze maatschappelijke aspecten ‘ter goedkeuring’ aan de RvC voorlegt. Het complement van deze bepaling komt terug bij de bepalingen van de code over de RvC, Principe III.1: de RvC betrekt in zijn toezichthoudende taak ook de voor de onderneming relevante maatschappelijke aspecten van ondernemen. Dat daarover iets in het verslag van de RvC moet worden gezegd, bepaalt Best Practice-bepaling III.1.6.
 
Rol toezichthouders bij Maasstad Ziekenhuis
Bovenstaande summiere regels weerspiegelen niet de toegenomen maatschappelijke aandacht voor de rol van het toezicht houden en de druk die dat met zich meebrengt. Ook recente voorbeelden uit de praktijk laten zien dat toezichthouders vaker onder de loep worden genomen. Denk bijvoorbeeld aan de Maasstad Ziekenhuis-casus waar de ziekenhuisbacterie Klebsiella uitbrak en waar later, tijdens het onderzoek naar de kwestie, de rol van de toezichthouders nadrukkelijk ter sprake kwam in het maatschappelijke en politieke debat.
 
Onderzoek: de druk neemt toe
Uit een recente steekproef onder commissarissen door BDO blijkt dat driekwart van de ondervraagden een toegenomen druk vanuit de maatschappij ervaart om publiekelijk verantwoording af te leggen over zijn of haar werk als commissaris/toezichthouder. Een krappe meerderheid van de ondervraagden vindt dat de maatschappelijke verwachtingen van toezicht (profit en not-for-profit) te hooggespannen zijn. Hoe dan ook, de overgrote meerderheid (88 procent) vindt de maatschappij altijd een belangrijke stakeholder, ook bij ondernemingen in de profitsector.  
 
Praktische tips
De teneur van het onderzoek is: ja, de druk neemt toe, maar dat hoort bij het vak. Dan blijft de vraag staan: hoe ga je hiermee om, nu een wettelijke leidraad ontbreekt? Hoe handhaaft een commissaris zich in een wereld waarin hij door internet en social media zichtbaarder is dan ooit? BDO stelde, mede op basis van gesprekken met door de wol geverfde commissarissen, een checklist op.
 
1. PRAAT
Ga en blijf in gesprek met alle relevante partijen, wettelijke stakeholders én niet-wettelijke stakeholders. Zoek de dialoog.
 
2. BESPREEK
Maak afspraken met je medecommissarissen en met het bestuur over wie op welk moment de taak op zich neemt om naar buiten te treden.
 
3. ZOEK
Zoek actief naar informatie en word niet afhankelijk van alleen de gegevens die door het bestuur worden aangedragen. Relevante informatie kan bijvoorbeeld ook worden gevonden via de reguliere,  blogs en de social media.
 
4. VRAAG
Vraag door. Neem geen genoegen met een onduidelijk antwoord en stel vooral ‘domme vragen’. Schroom niet om extern advies in te winnen.
 
5. DURF
Durf te staan voor je taak. Durf te zeggen dat je iets niet weet.
 
6. ONTWIKKEL
Volg een (media)training of scherp op andere wijze je vaardigheden als commissaris aan. Blijf in ontwikkeling.
 
7. EVALUEER
Evalueer met je medecommissarissen eens per jaar je eigen functioneren en dat van de RvC. Huur daar eventueel hulp van buitenaf bij in.
 
Bovenstaand artikel is ontleend aan ‘de Dialoog’, een serie publicaties van BDO over samen werken aan effectiever toezicht. Meer informatie over dit onderwerp is hier te vinden.
 
Auteur(s)
Ruud Vergoossen
Dit artikel is gepubliceerd in
GU2014apr

Nationaal Register

Jan van Nassaustraat 93
2596 BR Den Haag
T 070-324 30 91
info@nationaalregister.nl

Volg ons op social media

Governance Update nieuwsbrief