‘Fit & proper toets nog beetje black box’

Albert Kerssies, directeur VTW:
'Het mag allemaal wat sneller'

Albert Kerssies is positief over de nieuwe fit & proper-toets, al plaatst hij wel een aantal kanttekeningen. ‘Het vertraagt het benoemingsproces en je moet oppassen dat extern toezicht niet op de stoel van het intern toezicht gaat zitten.’

Wat vooraf ging… De excessen van de laatste jaren in bestuur en toezicht bij woningcorporaties hebben onder meer geleid tot de invoering per 1 juli 2015 van een fit & proper-toets. Daarmee worden nieuwe toezichthouders bij hun benoeming getoetst op geschiktheid en betrouwbaarheid. Dat geldt ook voor herbenoemingen. In een interview met Governance Update in 2014, gaf VTW-directeur Albert Kerssies destijds aan wel betrokken te willen worden bij het opstellen van die fit & proper-toets.

En, bent u als VTW geconsulteerd?

‘Gedeeltelijk. We hebben een bijdrage geleverd aan de competenties waarover een bestuurder of commissaris moet beschikken om zijn of haar vak goed te kunnen uitoefenen. Deze zijn opgenomen in een bijlage van het BTIV. Ook zijn wij gevraagd mee te denken over de kennisgebieden in de zogenoemde Geschiktheidsmatrix: het formulier waarmee de Autoriteit inzage wordt gegeven in de kennis en ervaring van de kandidaat en de rest van het bestuur of de RvC. Voor de rest heeft het ministerie ervoor gekozen de toets van DNB en AFM vrijwel één op één over te nemen.’

De fit & proper-toets is er nu ruim een half jaar. Wat zijn de ervaringen? Levert het de gewenste kwaliteitsimpuls voor toezicht in de sector op?

‘Op zich vindt de VTW het prima dat er op kwaliteit wordt getoetst voordat je aan een toezichthoudende taak begint. Dit draagt vooral bij aan de bewustwording van het belang van kwaliteit en governance. Het huidige proces is echter wel tijdrovend: van het aanleveren van documentatie tot de zienswijze van de minister kan zomaar drie maanden duren. De Autoriteit doet deels het selectietraject van de RvC over, dus het voegt niet veel toe voor raden die de werving en selectie zorgvuldig hebben gedaan. Voor het snel kunnen aanstellen van een interim-bestuurder duurt de huidige procedure veel te lang. De reactie die we van onze leden krijgen, is dat ze het gesprek niet altijd prettig vinden. Elk kandidaat-lid wordt persoonlijk door de Autoriteit ondervraagd. Dat zijn toch zo’n vierhonderd mensen en gesprekken per jaar. Ik vraag me af of het nodig is dat iedereen op gesprek gaat. Verder vinden raden het invullen van de matrix een lastig proces, in combinatie met de gevraagde uitgebreide motivaties. Wie heb je waarvoor nodig binnen de raad? Je moet dat uitvoerig beargumenteren. Wij hebben als VTW Berenschot ingeschakeld om handreikingen en trainingen te ontwikkelen voor onze leden voor de fit & proper-toets. Niet om een trucje te leren, maar om de kwaliteit van werving & selectie verder te verbeteren.’

Hoeveel mensen hebben er het afgelopen half jaar uiteindelijk een negatieve zienswijze gekregen, ofwel zijn door de Autoriteit niet geschikt genoeg gevonden?

‘Ik denk dat dit een klein groepje is. Overigens krijgt een kandidaat altijd vooraf te horen dat de Autoriteit voornemens is om een negatieve zienswijze af te geven. Dus het kan ook zijn dat een kandidaat zich dan terugtrekt. Over de afwijzingen is het lastig iets te zeggen, omdat de redenen daarvoor niet openbaar zijn. Er is weinig inzicht in de inhoud en het verloop van een toetsing. In die zin is de toets nog wel een beetje een black box. Er zit een psycholoog bij zo’n persoonlijk gesprek en één of twee mensen vanuit de Autoriteit. Uiteindelijk is het altijd een menselijke afweging. Ook voor de Autoriteit is het een leerproces, merken wij. Ik denk wel dat de impact van een negatieve zienswijze groot is, dat zie je ook in de financiële sector. Overigens kan een commissaris bij een negatieve zienswijze voor de ene corporatie, nog wel geschikt zijn als commissaris bij een andere corporatie.’

Zouden ministers en staatssecretarissen als Mansveld en Teeven nog wel zo’n fit & proper-toets halen? Die hebben toch aantoonbaar gefaald?

‘Ik weet niet of de Autoriteit hen dit zou aanrekenen of dat ze door de werving en selectie van de RvC zouden komen. Dat een bewindspersoon moet aftreden, is vooral een politiek feit en dat wil niet zeggen dat hij of zij geen toezichthoudende kwaliteiten heeft. Je moet niet iemand voor eeuwig brandmerken.’

Kun je het ook omdraaien? Als iemand de toets haalt, is de minister in feite dan aansprakelijk voor falend toezicht? Immers: je bent gekeurd en goed bevonden door de Autoriteit.

‘Zie het als een rijbewijs. Als je een rijbewijs hebt, wil dat niet zeggen dat je geen schuld bij een ongeval kunt hebben. De fit & proper-toets zegt niets over cultuur en gedrag. Het is altijd maar afwachten hoe iemand zich in een team gedraagt. In die zin biedt de toets een schijnzekerheid.’

Een van de geuite zorgen is dat je door de fit & proper-toets moeilijker aan toezichthouders zou kunnen komen. Is dat in de praktijk gebleken? Wordt de instroom minder?

‘Misschien iets minder, maar het aanbod blijft afdoende. Er zijn wel een paar mensen geweest die hebben gezegd: we stoppen ermee. En ik merk dat kandidaten wat langer nadenken of ze het proces van toetsing, inclusief ondervraging, wel willen ondergaan. Maar over de hele linie zie ik geen instroomprobleem. Er zijn nog steeds mensen genoeg die zich maatschappelijk willen inzetten uit passie voor de volkshuisvesting.’

Houdt de fit & proper-toets de Maserati’s – een beetje het symbool geworden van falend toezicht in de sector- buiten de deur in de toekomst?

‘De Maserati was het symbool van een bestuurder met zonnekoning-gedrag. De fit & proper-toets voor bestuurders en commissarissen kijkt aan de voorkant naar competenties en kennis. In de praktijk gaat het om inzicht in eigen gedrag, normen en waarden. Verder denk ik dat we moeten oppassen dat de greep van extern toezicht niet zo groot wordt dat het intern toezicht erdoor wordt verzwakt. Op zich is er niets mis met de fit & proper-toets, maar je moet de taken intern en extern wel goed blijven scheiden. En zoals gezegd: het mag allemaal wel wat sneller gaan.’

http://www.aedes.nl/binaries/downloads/woningwet-in-de-praktijk/handreikingen/20150827-woningwet_bestuurders-en-comm_versie1_23-.pdf

Auteur(s)
Ronald Buitenhuis
Dit artikel is gepubliceerd in
GU2016feb

Nationaal Register

Jan van Nassaustraat 93
2596 BR Den Haag
T 070-324 30 91
info@nationaalregister.nl

Volg ons op social media

Governance Update nieuwsbrief