For a few dollars more…

Vanuit een Nederlandse ‘corporate governance’-optiek zijn voldoende argumenten denkbaar op grond waarvan het management zou kunnen besluiten om – in geval van overname - niet het hoogste bod maar een lager bod voor te leggen aan de vergadering van aandeelhouders. Rutger van Wijk van Van Doorne plaatst dan ook enkele kanttekeningen bij de veiling die Corus uiteindelijk in handen bracht van Tata Steel.

Tata Steel heeft goed gekeken naar de wijze waarop private equity fondsen tegenwoordig overnames financieren. Het onverwacht hoge bod van £6,2 miljard op Corus wordt grotendeels gefinancierd met vreemd vermogen. De schulden aan de financiers moeten door het Nederlands-Britse staalconcern zelf worden afgelost uit kasstromen. Hierdoor betaalt het Corus-concern welbeschouwd haar eigen overname. Zijn daarvoor straks saneringen nodig en kunnen geplande investeringen nu nog wel doorgaan? Prachtig nieuws misschien voor aandeelhouders van Corus, maar niet noodzakelijkerwijs voor Corus zelf en haar 41.000 werknemers.
Hoewel de doelwitvennootschap in dit geval een Engelse PLC was en de veiling derhalve weinig aanknopingspunten had met de Nederlandse governancecode, zijn er toch kanttekeningen te plaatsen. In december 2006 besloot het Takeover Panel (een onafhankelijk Engels instituut van professionals uit de Londense City dat toezicht houdt op de naleving van de City Code on Takeovers and Mergers) een langdurige biedingsoorlog in de kiem te smoren en een veiling uit te schrijven. Een biedingsoorlog zou ten koste gaan van de dagelijkse bedrijfsvoering van Corus. Voorwaarden en procedures van de veiling werden vastgesteld in overleg met de biedende partijen, maar niet met Corus zelf. Het management van Corus werd dus feitelijk buitenspel gezet. Een vreemde situatie vanuit Nederlandse optiek bekeken.
Stel nu dat bij een volgende overnamestrijd het geen Engelse PLC, maar een Nederlandse NV betreft met een beursnotering in Londen of met een ‘dual listing’ in Londen en Amsterdam. Ook dan zou het Takeover Panel de controle over de biedingen naar zich toe kunnen trekken. Mag een bestuur of RvC van een Nederlandse NV de touwtjes ‘zomaar’ uit handen geven? Staat dat niet op gespannen voet staat met de Nederlandse wet? Het bestuur en de RvC van een Nederlandse NV dienen zich te richten ‘naar het belang van de vennootschap en de aan haar verbonden onderneming’ waarbij zij de ‘in aanmerking komende belangen van de bij de vennootschap betrokkenen’ behoren af te wegen. Het Takeover Panel richt zich vrijwel exclusief op de bescherming van de belangen van aandeelhouders. Belangen van andere stakeholders komen er bekaaid vanaf. Een prijsopdrijvende veiling is niet vanzelfsprekend de aangewezen methode om tot een voor alle stakeholders bevredigende uitkomst te komen. Kan het bestuur of de RvC op die gronden een voor de aandeelhouders geweldig bod naast zich neerleggen? Vanuit een Nederlandse ‘corporate governance’-optiek zijn voldoende argumenten denkbaar op grond waarvan het management kan besluiten om een lager bod voor te leggen aan de vergadering van aandeelhouders: de financieringsstructuur van het bod, een grotere of eerder te behalen synergie, de langetermijnstrategie van de bieder, investerings- en baangaranties, om er maar een paar te noemen. In het geval van Corus lijken dergelijke argumenten nauwelijks te zijn meegewogen. Dat was ook niet te verwachten vanuit de Angelsaksische filosofie, maar de tijd zal leren of dat verstandig was.

Takeover Panel
Takeover Code
Corus Group
Initieel bod Tata Steel
Winnend bod Tata Steel

Auteur(s)
Rutger van Wijk
Dit artikel is gepubliceerd in
gu2007-02

Nationaal Register

Jan van Nassaustraat 93
2596 BR Den Haag
T 070-324 30 91
info@nationaalregister.nl

Volg ons op social media

Governance Update nieuwsbrief