Eis niet alleen eigenaarschap van medewerkers, maak ze écht eigenaar

Zeggenschap
Aandelen voor personeel?

KLM wil piloten aandelen geven in ruil voor bezuinigingen en ziekenhuizen overwegen medisch specialisten mede-eigenaar te maken. Marcel Wanrooy, bestuursadviseur GITP, pleit voor een brede toepassing van medewerkersparticipatie en benoemt de uitgangspunten.

De piloten van KLM krijgen een belang van 4,5% in het moederbedrijf Air France-KLM en een commissariszetel. Dat valt slecht bij vakbonden en beleggers. ‘Absurd’ en ‘merkwaardig’, aldus een landelijk dagblad. De pilotenbond VNV heeft met de directie een deal gesloten – die overigens nog goedgekeurd moet worden door de aandeelhouders – dat de piloten aandelen krijgen in ruil voor bezuinigingen. De bonden zijn tegen. Waarom zouden de piloten een aparte commissaris krijgen en cabine- en grondpersoneel niet? Beleggersvereniging VEB vreest dat de bestuurbaarheid van het bedrijf in gevaar komt. Er zijn immers al veertien non-executive bestuurders en daar komt nu nog een vijftiende bij.

Participatiemodel in de zorgsector

De parallel met een vergelijkbare ontwikkeling in de ziekenhuiswereld is niet te missen. Al jaren wordt erover gesproken om medisch specialisten mede-eigenaar te maken in het eigen ziekenhuis. Dit voorjaar kondigde ziekenhuis Bernhoven aan de medici een rol als aandeelhouder te willen geven. De percentages aandelen worden nog nader uitgewerkt. Ook dit zogenaamde participatiemodel in de zorgsector is aan kritiek onderhevig. Is het een deal om de specialisten te verleiden af te zien van hun status als vrijgevestigden (met hoge inkomens)? Waarom zouden loondienstspecialisten en andere groepen personeelsleden niet ook recht op aandelen krijgen? En komt het ziekenhuisbestuur in een spagaat terecht als het besluiten over de medisch specialisten moet nemen terwijl deze groep tevens als aandeelhouder een machtspositie heeft?

Shareholders of stakeholders?

Het zijn dilemma’s die terug te voeren zijn op de fundamentele vraag: Van wie is de onderneming? Is het eigendom in handen van de aandeelhouder die kapitaal inbrengt? Of berust het eigendom –niet juridisch, maar in brede zin- bij álle stakeholders, waaronder personeel, topprofessionals, bestuurders, maar ook cliënten, overheid en maatschappelijke groeperingen? Er zijn verschillende invalshoeken om naar dit vraagstuk te kijken: ideologisch en bestuurskundig.

Rijnlands versus Angelsaksisch model

Ideologisch gezien zijn er twee uitersten:

  1. De onderneming is een maatschappelijk instituut en een samenwerkingsvorm van verschillende belanghebbenden: ruwweg het Rijnlandse model. In deze visie past dat piloten, specialisten en andere personeelsleden aandelen bezitten en is het logisch dat ‘de factor arbeid’ zeggenschap heeft in de governancestructuur.
  2. De onderneming is een investeringsobject met als oogmerk winstmaximalisatie voor de aandeelhouders: ruwweg het Angelsaksische model. In deze visie is het logisch dat alleen de kapitaalverschaffers de ultieme zeggenschap hebben.

Gedeelde winst en zeggenschap

Er is echter een middenweg mogelijk en dit is common practice in Nederland. Overwinsten worden soms gedeeltelijk uitgekeerd aan bestuurders, professionals en overig personeel. Ook de zeggenschap wordt gedeeld, zij het met mate. Zo heeft de ondernemingsraad instemmings- en adviesrechten en een voordrachtsrecht voor maximaal een derde van de RvC-leden. In het semipublieke domein kunnen cliëntraden of huurders een bindende voordracht doen voor een RvT-lid.

Agency-theorie versus arbeiderszelfbestuur

Uit bestuurskundig oogpunt zijn er ook twee extremen mogelijk:

  1. De klassieke agency-theorie schrijft voor dat er een strikte scheiding moet zijn tussen eigenaren, managers en uitvoerenden. Dat leidt tot grote wendbaarheid, optimale aanwending van middelen en maximale economische waardetoevoeging. Het nadeel is echter dat de uitvoerenden slechts werknemer zijn, zonder intrinsieke motivatie of eigenaarsgevoel en dat de onderneming tot koopwaar wordt gereduceerd, waarbij  aandeelhouders soms kortetermijnwinsten laten prevaleren en de continuïteit van het bedrijf op lange termijn gevaar kan lopen.
  2. De onderneming is eigendom van allen die er werkzaam zijn. Er is een eerlijke verdeling van geld en zeggenschap. Men voelt zich als eigenaar verantwoordelijk, de motivatie is hoog. Maar in extreme vorm leidt dit ‘arbeiderszelfbestuur’ tot verlamming en onbestuurbaarheid.

Het ‘bestuur bestuurt’

Ook bestuurskundig gezien is in Nederland sprake van een middenweg, maar zodanig dat de bestuurbaarheid geen gevaar loopt. Er zijn vele vormen van formele en informele zeggenschap, bijvoorbeeld voor de ondernemingsraad, maar zodanig dat de onafhankelijke positie van het bestuur behouden blijft. Het ‘bestuur bestuurt’. Er wordt geëxperimenteerd (en gekoketteerd) met leiderloze organisaties, maar over het algemeen bewijzen ‘bazen’ met beslismacht hun waarde: het voorkomt verlamming. Daarnaast is in de governancestructuur de onafhankelijke positie van de RvC/RvT gewaarborgd.

4 uitgangspunten voor mede-eigenaarschap

Er is in de typisch Nederlandse ‘middenweg’ geen one best way. Zowel bij de KLM als bij de ziekenhuizen (en elders)  is het zaak een passende vorm van mede-eigenaarschap te kiezen en daarbij zorgvuldig de voor- en nadelen af te wegen. Een paar uitgangspunten zijn daarbij van belang:

  • Nederland heeft belang bij stabiele arbeidsverhoudingen. Consensus bereiken over de verdeling van geld en zeggenschap hoort daarbij.
  • Ondernemingen moeten scherp aan de wind zeilen en wendbaar zijn. Kritische aandeelhouders zorgen daarvoor, maar onrustig flitskapitaal kan tot desintegratie en waardevernietiging leiden. Continuïteit en duurzame organisaties moeten dus zijn gewaarborgd.
  • Risicodragende investeerders, bestuurders met grote verantwoordelijkheden en schaarse topprofessionals mogen op passende wijze beloond worden, maar de inkomensverschillen moeten redelijk en rechtvaardig blijven.
  • Te veel zeggenschapstoedeling aan verschillende partijen leidt tot een bestuurlijke impasse en verpolitiekte of gejuridiseerde verhoudingen. Twee kernprincipes zijn dus leidend: onafhankelijk toezicht en het bestuur bestuurt.

Commissaris afvaardigen

Concreet betekent dit het volgende: medewerkers kunnen aandelen verwerven – waarmee ze dus investeren in hun eigen bedrijf - en naar rato van hun belangrijkheid in de onderneming (met salarisniveau als indicator) dividend uitgekeerd krijgen. Als men een goede verhouding kiest, is dit verder geen probleem. Qua zeggenschapsverdeling is het oppassen geblazen. Men kan niet alle medewerkers-aandeelhouders directe invloed op de besturing geven, maar een getrapte vertegenwoordiging kan wel. Bijvoorbeeld via het bestuur van een stichting die de aandelen beheert en bepaalde zeggenschapsrechten krijgt (een zogenaamde Stichting Administratiekantoor, of  STAK). Of een RvC-lid kan vanuit een groepering worden afgevaardigd, zolang maar bewaakt wordt dat de RvC niet door facties en achterban wordt aangestuurd. Dit RvC-lid moet zonder last of ruggespraak kunnen functioneren.

Verantwoordelijkheid en eigenaarschap

Het is merkwaardig dat vormen van mede-eigenaarschap niet veel vaker worden toegepast. Deze vorm van participatie sluit aan bij de huidige tijd waarin verantwoordelijkheid en eigenaarschap van medewerkers wordt verlangd. Waarom dan niet écht eigenaarschap?

Klik hier voor contact met Marcel Wanrooy. 

Auteur(s)
Marcel Wanrooy (bestuursadviseur GITP)
Dit artikel is gepubliceerd in
GU2015nov

Nationaal Register

Jan van Nassaustraat 93
2596 BR Den Haag
T 070-324 30 91
info@nationaalregister.nl

Volg ons op social media

Governance Update nieuwsbrief