‘Een toezichtfunctie bij een museum of orkest is géén hobby’

Cultural governance
Nieuw onderzoek naar kwaliteit toezicht culturele organisaties

Hoe is het gesteld met de kwaliteit van het toezicht in de culturele sector? Ervaren directeuren van culturele organisaties hun toezichthouders als een lust of een last? Executive searcher Patricia Maitland initieerde een onderzoek om de status quo in kaart te brengen en best practices te verzamelen.     

Het toezicht op culturele organisaties bevindt zich midden in een professionaliseringsslag. Zeker sinds de invoering van een sectorcode voor goed bestuur, in navolging van de code-Tabaksblat. Inmiddels heeft de code Cultural Governance een breed draagvlak: tachtig procent van de cultuurorganisaties past de code toe, zo bleek in 2014 uit een enquête onder 239 respondenten. Een flinke toename, want in 2006 was de compliance van de code nog slechts 41% en in 2008 54%. Maar hoe ervaren directeuren van culturele organisaties de kwaliteit van het toezicht in de praktijk? Hebben ze steun aan hun bestuur of raad van toezicht, of ervaren ze hun bestuurders of toezichthouders ook wel eens als een belemmering om hun museum of orkest op te stoten in de vaart der volkeren? En hoe kan de kwaliteit van het toezicht nog verder versterkt worden?

Tijd voor een ‘toestand van het toezicht’ in de cultuursector, gezien door de ogen van directeuren van culturele organisaties, vond Patricia Maitland, actief als executive searcher in de cultuursector. Een inmiddels gehouden enquête met 300 respondenten en aansluitende rondetafelgesprekken met veertig tot vijftig directeuren van culturele organisaties moeten de status quo op het gebied van toezicht in kaart brengen en leiden tot concrete aanbevelingen en best practices voor verdere verbetering. Maitland werkt daarvoor samen met het Nationaal Register en partners uit de cultuursector: de Museumvereniging, de VSCD en de NAPK.

Wat is de aanleiding voor het onderzoek?

‘Het thema goed bestuur krijgt steeds meer aandacht: niet alleen vanuit de culturele organisaties zelf, maar bijvoorbeeld ook vanuit het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen. Bovendien krijgt de Governance Code Cultuur steeds meer navolging. Maar goed toezicht krijgt niet van het ene op het andere moment gestalte: professionalisering is een langdurig en intensief proces.  Er kan dus nog veel verbeteren aan de kwaliteit van het toezicht. Na vijftien jaar actief geweest te in de cultuursector, wil ik graag een bijdrage leveren aan de discussie hoe het toezicht verder versterkt kan worden.’

Waarom richt het onderzoek zich alleen op directeuren van culturele organisaties en niet op de toezichthouders?

‘Er is al veel onderzoek gedaan naar de vraag wat toezichthouders zelf vinden van de governance in de cultuursector en hoe ze deze in praktijk brengen. Maar er is nog nooit gevraagd hoe directeuren van culturele organisaties de kwaliteit van het toezicht ervaren en hoe ze denken over hun bestuur of raad van toezicht. Terwijl dat een belangrijke bijdrage kan leveren aan de gewenste professionalisering.’

De resultaten van de enquête moeten nog worden uitgewerkt. Als voorschot daarop: hoe kijkt u zélf aan tegen de kwaliteit van het toezicht in de cultuursector? 

‘Er gaat gelukkig al veel goed. Maar de uitdagingen zijn ook groot. De cultuursector heeft de afgelopen jaren harde klappen gehad. De crisis heeft keihard toegeslagen. Veel culturele organisaties worden geconfronteerd met enorme bezuinigingen. Zo moeten sommige orkesten terug naar zestig procent van hun bezetting. Directeuren van culturele organisaties hebben dus grote behoefte aan goede toezichthouders die hen hierin kunnen bijstaan, met expertise op het gebied van financiën, marketing, human relations en bijvoorbeeld het binnenhalen van sponsors. Hoe ga je bijvoorbeeld om met reorganisaties, het inschatten van risico’s, de politieke context en netwerken?’

Wat ziet u als belangrijke verbeterpunten in het toezicht?

‘Het mag bij culturele organisaties ook weer niet alléén gaan om marketing en winkeltje spelen. Het lijkt tegenwoordig soms of dat belangrijker is dan de inhoud. Directeuren hebben ook behoefte aan inhoudelijke sparringpartners voor het strategisch beleid op de lange termijn: bestaan we als museum of orkest over tien jaar nog wel, hoe kunnen we de kwaliteit en continuïteit waarborgen? Vaak zit er in raden van toezicht nog niet zo’n sparring partner met een inhoudelijke achtergrond, hoewel de code dat wel eist. Dat is dus een belangrijk punt van verbetering. Een ander verbeterpunt betreft de diversiteit van raden van toezicht. De leden moeten complementair zijn in expertise en voldoende variatie in achtergrond bieden. Ze moeten niet allemaal lid van de Rotary zijn.

Hoe lastig is het om goede toezichthouders te vinden?

‘De complexiteit, het tijdsbeslag en het aansprakelijkheidsrisico nemen toe, aldus een derde van de toezichthouders van culturele organisaties in het Nationaal Commissarissen Onderzoek 2015. Bovendien gaat het vaak om onbezoldigde of bescheiden gehonoreerde functies. Mensen nemen dat mee in hun afwegingen. Het wordt dus moeilijker om geschikte mensen te vinden. De werving in de culturele sector wordt wel steeds professioneler. Raden van toezicht werken vaker met aftreedroosters en profielen. Je kunt dus systematischer en gerichter zoeken naar de juiste match.’  

Wanneer fungeren toezichthouders niet als steun, maar juist als een belemmering?

‘Leden van besturen en raden van toezicht zien de functie soms als een culturele hobby, of als een mooie aanwinst voor hun cv. Ze denken er te licht over: “Ach, dat doe ik er wel even bij.” Of ze zijn te weinig betrokken, lezen de stukken niet, of zijn onvoldoende beschikbaar en bereikbaar. Sommige directeuren ervaren dat als een barrière. Ze zijn niet gebaat bij toezichthouders die je alles vier keer moet uitleggen of vaak een vergadering missen. Het onderzoek wil bijdragen aan het bewustzijn dat een toezichtfunctie bij een culturele organisatie een serieuze verantwoordelijkheid is, die vraagt om de gewenste expertise en kwaliteit en om voldoende betrokkenheid en beschikbaarheid. Tegelijkertijd is het ook een heel mooie functie, die zowel maatschappelijk van grote betekenis is als individuele voldoening oplevert.’     

De uitkomsten van de enquête en de neerslag van de rondetafeldiscussies zullen worden gebundeld in een speciale uitgave, die dit voorjaar zal worden gepresenteerd.

Klik hier voor meer informatie. 

Auteur(s)
Marike van Zanten
Dit artikel is gepubliceerd in
GU2016feb

Nationaal Register

Jan van Nassaustraat 93
2596 BR Den Haag
T 070-324 30 91
info@nationaalregister.nl

Volg ons op social media

Governance Update nieuwsbrief