Drie overwegingen voor transparantie in de gezondheidszorg

Opstellers van verantwoordingen in de gezondheidszorg hebben te maken met een groot aantal stakeholders die afzonderlijke, gespecificeerde informatie eisen, veranderende waarderingsgrondslagen en nieuwe subsidieregels. Jacques Kies en Walfried van Egeraat, partners bij Mazars accountants en belastingadviseurs, geven een aantal praktische adviezen voor de jaarverantwoording.

Bestuurders in de gezondheidszorg worstelen voortdurend met de vraag hoe complexe processen, uitmondend in financiële stromen, kunnen worden vertaald in bruikbare leesbare informatie voor de jaarverantwoording die ook aansluit op de behoefte van de gebruikers van deze informatie.

Het bedrijfsleven legt verantwoording af aan haar stakeholders in de vorm van één jaarverslag, waarin opgenomen een verslag van de bestuurder(s), de jaarrekening en overige wettelijk verplichte informatie. Voor de inhoud van deze documenten kunnen ondernemingen beschikken over eenduidige richtlijnen, standaarden en wettelijke voorschriften, zoals de International Financial Reporting Standards (IFRS), Richtlijnen voor de Jaarverslaglegging (RJ), de wet, et cetera.

De non-profitsector, waaronder de gezondheidszorg, heeft te maken met stakeholders die afzonderlijke, zeer gespecificeerde, informatie eisen. Instellingen moeten naast de jaarrekening veelal ook afzonderlijke financiële verantwoordingen per subsidiënt opstellen en afzonderlijk rapporteren over allerlei onderwerpen, zoals kwaliteit, personeel, et cetera.

Om het aantal verantwoordingen terug te dringen, is voor instellingen in de gezondheidszorg een modeljaarverantwoording ontworpen: het zogenoemde jaardocument. Maar als een instelling te maken heeft met meerdere subsidiënten, kan deze vaak niet volstaan met slechts één jaardocument als verantwoordingsinstrument.

Bovendien zijn de waarderingsregels aan veranderingen onderhevig, niet alleen door wijzigende standaarden, maar ook door wijzigende inzichten van de subsidieverstrekker zelf. Onlangs is de richtlijn (RJ) voor zorginstellingen ingrijpend gewijzigd. De waardering van immateriële en materiële vaste activa moet zijn gebaseerd op de te verwachten subsidies.

Op zichzelf is deze grondslag logisch, maar de subsidie van huisvestingslasten gaat de komende jaren over van een financiering op basis van een individuele beschikking, naar een financiering op basis van genormeerde huisvestingslasten. Daar een ‘normatieve’ instelling niet bestaat, is het goed mogelijk dat afboekingen op investeringen uit het verleden moeten plaatsvinden. Doordat de hoogte van de vergoeding van de huisvestingslasten thans niet bekend is, zullen de bestaande waarderingsregels moeten worden gehandhaafd. In dat geval heeft de instelling iets uit te leggen aan de gebruiker van de jaarrekening.

Dit alles geeft aan dat transparantie in de verslaggeving in de gezondheidszorg niet altijd eenvoudig is. Opstellers van verantwoordingen moeten zich het volgende realiseren:

  • regelgeving en specifieke verantwoordingseisen kunnen met elkaar op gespannen voet staan;
  • een goede inschatting van de informatiebehoefte van de gebruikers is essentieel;
  • keuzes ten gevolge van veranderende spelregels (subsidiëring en of waarderingsvoorschriften) moeten worden uitgelegd.

Kortom: het blijven nadenken over deze zaken, in relatie tot het afleggen van verantwoording in welke vorm dan ook, vormt het begin van transparantie.

www.mazars.nl

Auteur(s)
Jacques Kies
Walfried van Egeraat
Dit artikel is gepubliceerd in
gu2008-10

Nationaal Register

Jan van Nassaustraat 93
2596 BR Den Haag
T 070-324 30 91
info@nationaalregister.nl

Volg ons op social media

Governance Update nieuwsbrief