De toezichthouder van Hans de Hoog

Boeken
Praktijkvoorbeelden van opportunistisch bestuur en falend toezicht

 

In het boek De Toezichthouder schroomt Hans de Hoog niet om heilige huisjes omver te schoppen, stevig te zijn in zijn standpunten en man en paard te noemen. Governance Update-recensent Jacques Gerards heeft alvast ‘genoten van het boek’.

Goed toezicht is van groot maatschappelijk belang. Falen van toezichthouders lijkt veelal verhaald te worden op maatschappelijke organisaties, hun reserves of – nog erger – hun gebruikers. Denk aan de huurders van Nederland die via huurverhogingen het tekort van Vestia van twee miljard mogen dekken. Gezien dit belang is het nuttig om nauwgezet te bekijken wat de oorzaken, de aanleidingen en de omstandigheden zijn van het falen van het toezicht. Publicaties over deconfitures zijn zinvol als leermoment, een publicatie die een groot aantal faalsituaties bekijkt – in het boek van De Hoog staan er liefst veertig – biedt zelfs veel meer.

Veel vragen

De gestelde vragen in het boek zijn: hoe komt het dat toezichthouders zo vaak falen?  Waarom is het voor hen zo moeilijk nee te zeggen tegen bestuurders met overambitie en een voorliefde voor risico’s? Waarom hebben interne toezichthouders geen of weinig contact met externe toezichthoudende organen zoals inspecties? Wat brengt sommige toezichthouders aan de toezichtobesitas? Waarom komt dit met name voor bij ex-politici? Speelt het old boys network nog een rol? Is het socratische model van toezicht achterhaald? En waarom is Machiavelli als filosoof van de macht zo belangrijk voor toezichthouders?

De heerser

Het boek opent met een quote van Machiavelli uit zijn boek De Heerser, refererend aan het feit dat toezichthouders een machtspositie innemen met de daaraan verbonden consequenties. Na de proloog volgt de inleiding en verantwoording waarin De Hoog meteen al preludeert op een deel van zijn conclusies: goed toezicht vereist een reëel mensbeeld (van zichzelf en van diegenen waarop toezicht wordt uitgeoefend) en een bepaalde geesteshouding (liever gevreesd dan bemind).

Geopend wordt met een hoofdstuk over het feit dat bestuurders opportunisten zijn en dat daaraan risico’s verbonden zijn. Elk hoofdstuk opent met een quote en is gelardeerd met citaten uit onderzoeksrapporten en mediaberichten die de lijn van de gedachten in een hoofdstuk onderstrepen.

Zonnekoning

Dit feit wordt gekoppeld aan de noodzaak van helderheid over ieders positie en met name wie de heerser is: het zijn de commissarissen of toezichthouders, die de baas zijn van de bestuurders. Zij moeten zich dan ook als zodanig gedragen. De volgende vier hoofdsstukken gaan dan ook over old boys en waarom het beter is gevreesd te zijn dan bemind, over hoe bestuurders manipuleren en wat daartegen te doen is, over de vraag of nee zeggen van meer moed en wijsheid getuigt dan in te stemmen en over of de zonnekoning en diens despotische bewind moet worden getolereerd. 

Politiek faalt

In de titel van het hoofdstuk ‘waarom politici het kleed van de toezichthouder niet past’, maakt de schrijver duidelijk dat politici in het algemeen bij voorbaat al falende toezichthouders zijn. Grote aantallen functies tegelijkertijd bekleden is volgens hem pure megalomanie en zelfoverschatting, met als enkel doel een hogere status en een vergroting van het inkomen. Organisaties en hun raden van toezicht nemen zichzelf niet serieus als zij een politicus in de raad opnemen die al meer dan vijf vergelijkbare functies bekleedt. Partiële betrokkenheid, persoonlijke dominantie wat betreft de agendaplanning en een eigenbelang dat voor en boven het belang van de maatschappelijke organisatie gaat, zijn verschijnselen waarop geen toezichthoudend orgaan zit te wachten. Afgeleid prestige (‘ik mag met een oud-minister in een raad van toezicht zitten’) tekent de eigendunk van raden die om die reden een politicus in hun midden opnemen, of - nog erger - als niet-meewerkend voorman aanstellen. Politici zijn meesters van de reactie en het compromis. En dat zijn niet de kerncompetenties die van toezichthouders verwacht worden. Met andere woorden: het profiel van een politicus, zeker als hij denkt dat een goede politicus gelijk is aan een goede bestuurder, commissaris of toezichthouder, past niet bij het profiel van een toezichthouder.

Naming, geen shaming

De auteur laat de betrokkenheid bij het onderwerp ‘goed toezicht’ met stevige standpunten en schroomt niet tegen enkele heilige huisjes te schoppen of man en paard te noemen. Zo noemt (naming) en beoordeelt hij toezichthouders die falen veroorzaakten of toelieten, zonder zich op het niveau van shaming te begeven. Mijn aandrang om zijn samenvatting en aanbevelingen hier weer te geven onderdruk ik, opdat u zelf het boek gaat lezen. Ik beveel het van harte aan, want het is een topper!  Ik heb ervan genoten!

http://www.managementboek.nl/boek/9789059728110/de-toezichthouder-hans-de-hoog

Hans de Hoog

De toezichthouder, praktijkvoorbeelden van opportunistisch bestuur en falend toezicht

Eburon, 2014. Het boek is in printvorm en als e-book verkrijgbaar.

Auteur(s)
Jacques Gerards
Dit artikel is gepubliceerd in
GU2014feb

Verder in deze Governance Update

Board wil eigen butler

Governance Radar

On Board

Commissarissen in de media

Boeken

Jaarboek Corporate Governance 2013/2014: leer – en leesplezier

Mutaties

Imtech-topman Gerard van de Aast commissaris bij NS

Lobby en ledengevoel

Verslag symposium Goed Bestuur Branche en Beroep

Nieuwe wet versterking bestuur pensioenfondsen

Gouden kans voor meer vrouwelijk toezicht!?

Nationaal Register

Jan van Nassaustraat 93
2596 BR Den Haag
T 070-324 30 91
info@nationaalregister.nl

Volg ons op social media

Governance Update nieuwsbrief