De game changers in de Pensioenwet

Wat wordt van rvt verwacht bij de implementatie van het nieuwe pensioenstelsel?
Analyse

Er komt een nieuwe pensioenwet aan. Van uitstel komt geen afstel. Wat is de rol van de raad van toezicht? Senior manager Job de Ruiter van KPMG neemt u mee in wat er komen gaat en wat de game changers in de wet zijn.

Hoewel Minister Koolmees aangeeft dat de nieuwe pensioenwet later zal ingaan dan 1 januari 2022, ziet het er niet naar uit dat dit uitstel tot afstel leidt. De uiterste implementatiedatum schuift eveneens met een jaar op naar uiterlijk 1 januari 2027, maar betrokken partijen benadrukken dat een eerdere overgang op het nieuwe stelstel mogelijk is. Dit betekent dat sociale partners, pensioenfondsen en uitvoeringsorganisaties zich onverminderd moeten voorbereiden op het nieuwe pensioenstelsel en in het bijzonder de uitvoering hiervan. De raad van toezicht kan het pensioenfondsbestuur conform haar wettelijke taak met raad bijstaan in dit proces.

Game changers

De publicatie van de concept-wetgeving en de memorie van toelichting van de nieuwe pensioenwet is voor veel pensioenfondsen en uitvoerders het startsein geweest om aan de slag te gaan met de voorbereiding op de implementatie. Hoewel nog belangrijke details ingevuld moeten worden, zijn de contouren van de nieuwe pensioenwet duidelijk zichtbaar. Belangrijke game changers zijn dat het stelsel een meer individueel karakter zal krijgen met collectieve elementen, dat de premiesystematiek zal wijzigen waarbij de premie leeftijdsonafhankelijk wordt, de uitkeringsovereenkomst verdwijnt, voor regelingen bij pensioenfondsen gekozen kan worden uit twee vormen van premieregelingen (NPC: het nieuwe pensioencontract, en WvP: de wet verbeterde premieregeling) en de beleggingen op de risicohouding van leeftijdscohorten vastgesteld moeten worden. Welke vraagstukken deze wijzigingen met zich meebrengen bij de vormgeving van de regelingen en de uitvoering kan op dit moment al voor een belangrijk deel uitgetekend worden. Een van de onderdelen hiervan is dat in het nieuwe stelsel de uitvoerders van de pensioenadministratie, het fiduciair en vermogensbeheer en beleggingsadministratie versterkt moeten gaan samenwerken.

Geen persoonlijke pensioenpot

Bij de NPC blijven de beleggingen van een pensioenfonds collectief uitgevoerd worden, maar in plaats van een aanspraak op een uitkering uit de pensioenpot, zullen deelnemers in de toekomst een bepaalde aanspraak op de pensioenpot zelf hebben. Op dit voor pensioen gereserveerde vermogen zal de deelnemer een bepaald rendement toegewezen krijgen. Dit rendement is afhankelijk is van het allocatiemechanisme dat door het pensioenfonds moet worden vastgesteld, op basis van de risicohouding van het leeftijdscohort waar een deelnemer toe behoort en de vul- en verdeelregels voor de solidariteitsreserve. Dit betekent dat de deelnemer een sterkere koppeling zal zien tussen de ingelegde premie en het daarop behaalde rendement. Hoewel er geen sprake is van persoonlijke pensioenpotten, zal elke deelnemer toch in de toekomst weten hoeveel geld beschikbaar is voor een uitkering op basis van zijn of haar pensioenregeling en wat het rendement is waarmee dit gegroeid is over een bepaalde periode.

Samenwerken op drie punten

Voor de uitvoering betekent dit dat op een drietal punten de pensioenadministratie en het vermogensbeheer en beleggingsadministratie versterkt moeten gaan samenwerken. Ten eerste bij de vaststelling van leeftijdscohorten, waarbij de pensioenadministratie inzicht in het deelnemersbestand heeft en de fiduciair beheerder/vermogensbeheerder inzicht in welke samenstelling van de beleggingen past bij de risicohouding van het leeftijdscohort fonds. Hierbij is het van belang om ook een beeld te vormen van de dynamiek tussen leeftijdscohorten, omdat verschuivingen tussen leeftijdscohorten consequenties heeft voor de benodigde liquiditeit in de beleggingen. Daarnaast verandert de manier waarop de samenwerking vormgegeven zal moeten worden: de uitvoering van periodieke herbalancering als gevolg van wijzigingen in de leeftijdscohorten, bijvoorbeeld doordat deelnemers ouder worden waardoor ze in een ander leeftijdscohort terecht komen. De pensioenadministratie zal de fiduciair en vermogensbeheerder moeten informeren over de wijzigingen in het deelnemersbestand, waarop de fiduciair kan bepalen wat dit betekent voor de allocatie naar de verschillende beleggingscategorieën. Ten slotte verzorgt de deelnemersadministratie doorgaans de rapportages naar deelnemers. Vanuit de beleggingsadministratie zal de pensioenadministratie over de rendementen op de beleggingen geïnformeerd worden, waarbij afspraken gemaakt moeten worden op welk punt het stokje over gegeven wordt van de beleggingsadministratie naar de deelnemersadministratie in het proces om rendementen op individuele beleggingen toe te wijzen aan deelnemers(groepen).

Meer interactie

Een bijkomstig aspect hierbij is dat de nieuwe pensioenwet vereist dat rapportages naar deelnemers in de toekomst voor de deelnemer een handelingsperspectief bieden. Afgezien dat voor pensioenfondsen dit een wijziging in de inhoud en vormgeving ten opzichte van bestaande rapportage kan betekenen zal het naar verwachting eveneens tot meer interactie met de deelnemers leiden. Bijvoorbeeld ten aanzien van vragen over het beleggingsbeleid. Een complicerende factor is dat in het geval van het NPC het collectieve rendement op de beleggingen door verschillende risicoprofielen per leeftijdscohort voor verschillende deelnemersgroepen tot een hoger of lager rendement op de beleggingen zal leiden. Pensioenfondsen zullen er voor moeten zorgen dat hun uitvoerders een toename van vragen adequaat kunnen verwerken.

Raad van toezicht

Een van de wettelijke taken van de raad van toezicht is om toe te zien op een evenwichtige belangenafweging en adequate risicobeheersing. Naast de vraag of de voorgenomen regeling evenwichtig is en recht doet aan de belangen van verschillende deelnemers, kan de rvt ook een belangrijke rol spelen bij het toezien op de uitvoerbaarheid van de regeling. Leden van de rvt kunnen op dit moment al vragen in hoeverre het pensioenfonds een beeld heeft op welke wijze de uitvoering, in het bijzonder de samenwerking tussen pensioenadministratie, vermogensbeheer en beleggingsadministratie concreet vormgegeven kan worden. Goede afspraken over deze samenwerking zijn essentieel voor de beheersing van risico’s bij de uitvoering van een regeling onder het nieuwe pensioencontract.

==

Neem voor vragen contact op met Job de Ruiter (via deRuiter.Job@kpmg.nl). Job is Senior Manager bij KPMG en ondersteunt zowel pensioenfondsen als vermogensbeheerders, onder meer ten aanzien van de ontwikkelingen rondom het nieuwe pensioenstelsel.

Auteur(s)
Job de Ruiter
Dit artikel is gepubliceerd in
GU2021mei

Verder in deze Governance Update

Interventies in de directiekamer

Boards onder vergrootglas

Een traineeship in de raad van toezicht

Het mes snijdt aan twee kanten

Eindelijk (h)erkenning?

De Besloten Vennootschap met Maatschappelijk doel (BVm)

On Board

Commissarissen en toezichthouders in de media

Steeds meer akkoorden door kiezers op drift

Deals maken in een nieuwe tijd

De game changers in de Pensioenwet

Wat wordt van rvt verwacht bij de implementatie van het nieuwe pensioenstelsel?

‘Polderen op een wereldtoneel’

Commissaris van tussenholding worstelt tussen formaliteit en substantie

'Covid vraagt proactieve houding commissaris'

Commissarissen over hun nieuwe toezichtfunctie

Nationaal Register

Jan van Nassaustraat 93
2596 BR Den Haag
T 070-324 30 91
info@nationaalregister.nl

Volg ons op social media

Governance Update nieuwsbrief