Creatiever contact met OR moet leiden tot meerwaarde ‘gulden driehoek’

Medezeggenschap

Meer verbinding tussen commissarissen en ondernemingsraad verbetert de kwaliteit van het toezicht. Informatieve contacten tussendoor en gezamenlijke themabijeenkomsten leiden wederzijds tot meer inzicht en begrip, betere beslissingen met meer draagvlak en groeiend vertrouwen, aldus Rienk Goodijk van GITP.

Al sinds de inwerkingtreding van de structuurregeling begin jaren zeventig van de vorige eeuw, is er debat over de betekenis van ‘de driehoek’: de verhoudingen tussen bestuur, intern toezicht en medezeggenschap. Wat mag je van elkaar verwachten? Welke positie moet een zogenoemde voordrachtscommissaris innemen? Is er überhaupt sprake van een relatie tussen de RvC en de OR?

Onderbenutting

De opvattingen en verwachtingen erover liepen altijd zeer uiteen, het daadwerkelijk gebruik van het aanbevelingsrecht door de ondernemingsraad bleef beperkt tot de 35 procent grote ondernemingen, de onderlinge verhouding tussen RvC en OR kwam niet echt tot ontwikkeling en de vraag naar de toegevoegde waarde werd vooralsnog niet beantwoord. Onderzoek wees bij herhaling uit dat er weinig animo was onder toezichthouders, een grote mate van terughoudendheid bij de bestuurders en onderbenutting door de OR.

Wettelijke regelingen geen garantie

In vooral grote ondernemingen zagen we weliswaar practices ontstaan waarvan veel geleerd kon worden, maar in de meeste gevallen is de onderlinge omgang tussen de RvC/ RvT en de medezeggenschap nog nauwelijks tot ontwikkeling gekomen. Wettelijke regelingen (via de structuurwetgeving of de WOR) of cao-bepalingen over OR-bevoegdheden blijken op zichzelf onvoldoende garantie voor een goed gebruik daarvan in de praktijk. Ook de bepaling in de governancecode dat de RvC de omgang met de OR expliciet in zijn reglement moet vastleggen, heeft tot nu toe niet tot een intensievere onderlinge relatie geleid.

Dichter bij de werkorganisatie

Wordt het zo langzamerhand niet tijd voor een betere benutting van de driehoek, in het belang van de werknemers, maar ook – en niet in de laatste plaats – voor de toezichthouders zelf? Zouden niet juist de RvC en de RvT (in het semipublieke domein) hun voordeel kunnen doen met de input vanuit de OR? Van toezichthouders wordt tegenwoordig verwacht dat ze, naast de informatie van de bestuurder, zelf signalen uit de organisatie opvangen en zelf actief op zoek gaan naar additionele informatie. De RvC/RvT dient dichter bij de werkorganisatie te functioneren, zo lezen we in de rapporten over de lessons learned bij gevallen waarin het misging.

Ambassadeurs

Misschien moeten we echter een beetje af van de gedachte dat er iets ‘moet’ omdat anderen dat van ons vragen en zouden we ons meer bewust dienen te worden van de mogelijke ‘opbrengst’, de toegevoegde waarde van de verbinding. Zo is kort geleden ook binnen het verband van de SER het initiatief ontstaan om ‘governance’ en ‘medezeggenschap’ op een nieuwe, innovatieve manier met elkaar te verbinden. Het zou aardig zijn als dit initiatief leidt tot een aantal toezichthouders, bestuurders en medezeggenschappers die zich als ‘ambassadeurs’ willen inzetten voor de meerwaarde van de driehoek. OR, bestuurder en RvC/RvT willen ook zelf gebruikmaken van de mogelijkheden die een aantoonbare meerwaarde voor het onderling overleg opleveren, zo blijkt uit eerder onderzoek. De meerwaarde van de contacten is hun echter vaak niet duidelijk. Dat stimuleert niet tot een grotere inzet tot verbetering.

Wat is de opbrengst?

Al vaker is erop gewezen dat een goede benutting van de mogelijkheden in ‘de driehoek’ gestimuleerd zou kunnen worden via voorbeeldreglementen, afspraken in convenanten en/of gerichte scholingsactiviteiten. Na al het geploeter in de afgelopen decennia is het nu tijd voor een fundamentele en echt innovatieve doorbraak: zowel in de bewustwording (van het belang ervan) als in het type verbinding (meer creativiteit). Daarbij dient dan vooral gekeken te worden naar die mogelijkheden die daadwerkelijk iets voor de betrokken partijen opleveren. Toezichthouders die wél – en meestal positieve – ervaringen hebben met medezeggenschap beschrijven de ‘opbrengst’ ervan vooral in termen van ‘het is informatief’ en ‘het draagt bij aan groeiend onderling vertrouwen’.

Interessante agenda

De volgende stap zou kunnen zijn dat de verbinding tussen de RvC/RvT en de OR tot een daadwerkelijke verbetering van de kwaliteit van het toezicht leidt. Dat vraagt wel om een meer creatieve invulling van die verbinding. Bij een overlegvergadering zitten omdat het moet, heeft weinig toegevoegde waarde. Informatieve contacten tussendoor kunnen al meer resultaten opleveren. Gezamenlijke themabijeenkomsten op basis van een voor alle partijen interessante agenda, zouden tot echte meerwaarde kunnen leiden: meer inzicht in en begrip voor elkaars opvattingen en afwegingen, kwalitatief betere beslissingen met mogelijk meer draagvlak en groeiend onderling vertrouwen. Dan ook kan met recht gesproken worden van een ‘gulden’ driehoek.

Klik hier voor meer informatie en direct contact met Rienk Goodijk

Auteur(s)
Rienk Goodijk (GITP)
Dit artikel is gepubliceerd in
GU2015mei

Nationaal Register

Jan van Nassaustraat 93
2596 BR Den Haag
T 070-324 30 91
info@nationaalregister.nl

Volg ons op social media

Governance Update nieuwsbrief