Ceteco maakt nog altijd slachtoffers

Aansprakelijkheid
Het vonnis inzake de al jaren slepende Ceteco-zaak is een mijlpaal voor de jurisprudentie inzake bestuurdersaansprakelijkheid

Het vonnis inzake de al jaren slepende Ceteco-zaak is een mijlpaal voor de jurisprudentie inzake bestuurdersaansprakelijkheid. Hierdoor kan het aansluiten in het illustere rijtje van Osby, Albada Jelgersma en SOBI/Hurks, betogen Annika Blanke en Hugo Reumkens van Van Doorne.

Het faillissement van Ceteco kent inmiddels vele slachtoffers. Aanvankelijk werden onder andere ING Bank, het productschap Zuivel, BasF en de provincie Zuid-Holland ernstig benadeeld door het faillissement. Bij vrijwel alle partijen vielen er ontslagen en bij Zuid-Holland leidde het faillissement zelfs tot een heuse affaire. De rechtbank te Utrecht oordeelde in 2007 vervolgens in een spraakmakend vonnis dat de bestuurders en commissarissen van Ceteco persoonlijk aansprakelijk zijn voor het faillissement. Ook Hagemeyer als grootaandeelhouder werd aansprakelijk gehouden, omdat dit beursfonds door haar bemoeienis met Ceteco het beleid feitelijk mede had bepaald.

Voorafgaand aan het faillissement bestonden de kernactiviteiten van Ceteco uit de retail van wit- en bruingoed op de Latijns-Amerikaanse markt en het verlenen van consumentenkrediet. Ceteco hanteerde daarbij een ambitieuze groeistrategie die intern werd uitgewerkt in het zogeheten ‘Turboplan’. De omzet van Ceteco daalde vanaf 1998 echter scherp door een terugval van de Zuid-Amerikaanse economie. Ceteco kon deze en daarop volgende omzetdalingen niet opvangen, waarop de vennootschap failliet werd verklaard.

Uit het onderzoek ter terechtzitting bleek dat grootaandeelhouder Hagemeyer maandelijks op uitvoerige wijze geïnformeerd werd over de bedrijfsresultaten en budgetplanning van Ceteco. Er waren rechtstreekse contacten met Ceteco over onderwerpen die in vergaderingen van de raad van commissarissen en de auditcommittee aan de orde waren geweest. Ook bleek dat Hagemeyer gedetailleerde aanwijzingen gaf voor de te nemen besluiten via de door haar voorgedragen commissarissen. Volgens de rechtbank Utrecht was sprake van een actieve en intensieve bemoeienis met de gang van zaken door Hagemeyer. Zowel in haar positie als grootaandeelhouder en als een van de belangrijkste toeleveranciers van commissarissen had Hagemeyer de mogelijkheid om het beleid te beïnvloeden en maatregelen te nemen.

De voormalige bestuurders en commissarissen van Ceteco en Hagemeyer zijn gezamenlijk door de rechtbank Utrecht veroordeeld tot het betalen van een voorschot van 50 miljoen euro aan de faillissementsboedel. Alle betrokkenen zijn in hoger beroep gegaan. Hangende het hoger beroep is het voorschot echter niet direct betaalbaar. Hagemeyer had geen specifieke voorziening getroffen voor deze vordering.

De Voorzieningenrechter Amsterdam heeft vervolgens toegestaan dat de curatoren tot zekerheid van uiteindelijk verhaal van hun vordering conservatoir beslag zouden leggen ten laste van alle gedaagden, waaronder bestuurders en commissarissen in privé (met een uitzondering voor het beslag onder de D&O verzekeraars). Verlof is toegestaan tot 190 miljoen euro. Op dit moment ondervinden bestuurders en commissarissen van Ceteco aldus de directe en indringende gevolgen in privé van een procedure waarin hun handelwijze als bestuurder of commissaris centraal staat.
Inmiddels is Hagemeyer door het Franse handelshuis Rexel overgenomen. Rond deze tijd zou het hoger beroep behandeld worden. Het zou gaan om een van de grootste aansprakelijkheidszaken in Nederland. Er zijn echter sterke aanwijzingen dat partijen onder aanvoering van de nieuwe aandeelhouder van Hagemeyer aansturen op een schikking.

Wat zou de instandhouding van het vonnis uit 2007 van de rechtbank Utrecht betekenen voor de praktijk? De rechtbank heeft immers de lat voor bestuurders, commissarissen en aandeelhouders fors opgetrokken. In ieder geval is bevestigd dat stilzitten waar handelen geboden was, kan leiden tot aansprakelijkheid. Er tekent zich hier een dilemma af in het licht van de huidige corporate governance. Het bestuur van een beursgenoteerde vennootschap dient op grond van de code-Frijns en de daarvoor ingevoerde code-Tabaksblat jaarlijks een controlstatement af te geven. Hierin beschrijft zij de voornaamste strategiegerelateerde risico’s en de opzet en werking van het interne risicobeheersings- en controlesysteem. Ook het jaarverslag moet een dergelijke risicobeschrijving van de rechtspersoon (en haar groep) inhouden. Tevens is het bestuur wettelijk verplicht de commissarissen ten minste een keer per jaar op de hoogte te houden van de hoofdlijnen van het strategische beleid en de financiële risico’s.

Door toepassing van de huidige corporategovernancebepalingen zal inzicht en kennis van de actuele risico’s sneller worden aangenomen, zowel voor grootaandeelhouders als bestuurders en commissarissen. Ondanks het feit dat het vonnis van de rechtbank Utrecht kwalificeert als ‘lagere rechtspraak’,  is het instandhouden van het vonnis inzake Ceteco wel een mijlpaal voor de jurisprudentie inzake bestuurdersaansprakelijkheid. Hierdoor kan het aansluiten in het illustere rijtje van Osby (NJ 1982, 443), Albada Jelgersma (NJ 1988/487) en SOBI/Hurks (JOR 2002/38).

Indien het komt tot een schikking zal onduidelijk blijven of het gerechtshof in Arnhem (en vervolgens bij eventuele cassatie de Hoge Raad) de overwegingen bij het ingrijpende vonnis van de rechtbank Utrecht inzake Ceteco in stand zou hebben gelaten. Vooralsnog zal de rechtspraktijk in haar analyse van de jurisprudentie ook de norm van de rechtbank Utrecht moeten meewegen. Daarmee blijft onduidelijk waar de lijn ligt tussen het nemen van een ‘gezond’ ondernemersrisico en ernstig verwijtbaar handelen. Bovendien zal de eventuele aansprakelijkheid worden beoordeeld met wijsheid achteraf. Daarmee dreigt het faillissement van Ceteco opnieuw vele slachtoffers te maken.

wikipedia/Ceteco-affaire
zoeken.rechtspraak.nl/eerste aanleg-meervoudig
zoeken.rechtspraak.nl/voorlopig_voorziening
www.hagemeyer.com

Auteur(s)
Annika Blanke
Hugo Reumkens
Dit artikel is gepubliceerd in
gu2009-09

Nationaal Register

Jan van Nassaustraat 93
2596 BR Den Haag
T 070-324 30 91
info@nationaalregister.nl

Volg ons op social media

Governance Update nieuwsbrief