Boetes, strafrechtelijke vervolging en ander fiscaal leed

Jaarrekening
Het opnemen van een relatief geringe loonbelasting- of omzetbelastingschuld in de jaarrekening kan leiden tot het vermoeden van fiscale fraude, boetes, strafrechtelijke vervolging en imagoschade

Het opnemen van een relatief geringe loonbelasting- of omzetbelastingschuld in de jaarrekening kan leiden tot het vermoeden van fiscale fraude, boetes, strafrechtelijke vervolging en imagoschade. Dat vraagt om een grotere alertheid van bestuurders en commissarissen, aldus Henny Nuijten van Mazars Belastingadviseurs.

Regelmatig blijkt bij het afsluiten van de jaarrekening dat de aangegeven loonbelasting en/of BTW, niet volledig correct zijn. Vaak volstaat  de accountant dan met het opnemen van een kortlopende schuld op de balans. Gezien de relatief geringe bedragen, heeft de geconstateerde belastingschuld naar het oordeel van de accountant immers doorgaans geen gevolgen voor de balanscontinuïteit en de getrouwheid van de gepresenteerde cijfers. Om diezelfde reden zullen ook toezichthouders de passivering van een (relatief) geringe loonbelasting- of omzetbelastingschuld voor kennisgeving aannemen. Hiermee negeren ze echter het risico van fiscale boetes en zelfs strafrechtelijke vervolging.

Als een belastingplichtige de belastingdienst niet, niet tijdig, onjuist of onvolledig informeert over de loon- en omzetbelasting, dan is er sprake van een strafbaar feit. Er is sprake van belastingfraude wanneer een belastingplichtige opzettelijk zijn fiscale verplichtingen niet nakomt. Cruciaal bij fraude is dat de belastingplichtige opzet valt te verwijten: het willens en wetens handelen met een bepaald oogmerk. Onder opzet valt ook het bewust aanvaarden van de aanmerkelijke kans dat een belastingaangifte onjuist kan zijn. De positie en kennis van de betrokken belastingplichtige spelen hierbij ook nog een rol.

De fiscale rechter heeft meerdere malen geoordeeld dat het passiveren in de jaarrekening van een loonbelasting- of BTW-schuld een belangrijke aanwijzing vormt dat de belastingplichtige zich ervan bewust is dat hij een onjuiste aangifte heeft gedaan. Het passiveren van een loonbelasting- of omzetbelastingschuld, kan bij de belastingdienst dan ook gemakkelijk het vermoeden van fraude doen rijzen. Vervolgens kan de belastingdienst eigenhandig een onderzoek instellen en eventueel een administratieve boete opleggen òf het openbaar ministerie inschakelen. In 2006 zijn de richtlijnen voor vervolging van fiscale fraude door het openbaar ministerie aangescherpt.

Het uitgangspunt is strafrechtelijke vervolging door het OM bij een vermoedelijk belastingnadeel vanaf 25.000 euro, waarbij tevens één van de zogenoemde  vervolgingsfactoren van toepassing is, zoals de status van de belastingplichtige of zijn voorbeeldfunctie. Denk aan belastingplichtigen met een landelijke of regionale bekendheid. Ook de medewerking door personen waarvan beroepsmatig financiële integriteit wordt vereist (bijvoorbeeld bedrijfsadviseur of bankier) verhoogt de kans op een strafrechtelijk onderzoek door het OM.

Als het strafrechtelijk onderzoek aanleiding geeft tot verdere juridische stappen, kan het OM het dossier teruggeven aan de belastingdienst, wat uiteindelijk kan resulteren in een administratieve boete (waarbij beroep op de fiscale rechter openstaat), of het OM doet de zaak zelf af. Hierbij heeft het OM de keuze tussen het aanbieden van een transactie (doorgaans het betalen van een boete of het opleggen van een taakstraf) dan wel het dagvaarden van de belastingplichtige voor de strafrechter.

Zodra duidelijk wordt dat een belastingplichtige onjuist aangifte heeft gedaan, kan niet worden volstaan met het opnemen van een belastingschuld in de jaarrekening. De belastingplichtige dient zo spoedig mogelijk de belastingdienst alsnog schriftelijk te infomeren over de juiste aangifte, bijvoorbeeld door middel van een suppletieaangifte dan wel een correctiebericht. Een tijdige vrijwillige verbetering van de aangifte voorkomt doorgaans een strafrechtelijk onderzoek en zal leiden tot een aanzienlijke beperking van een eventuele fiscale boete. Houd hierbij ook rekening met het feit dat de belastingdienst door middel van de digitale aangifte-VPB sneller op de hoogte is van eventuele onregelmatigheden dan in het verleden.

Het passiveren van een loonbelasting- of omzetbelastingschuld kan dus ingrijpende strafrechtelijke gevolgen hebben. Gelet op de openbaarheid van strafrechtelijke  procedures en de negatieve media-aandacht, is de dreigende imagoschade voor de betrokken onderneming of instelling vaak vele malen groter dan de directe financiële gevolgen. Toezichthouders en commissarissen doen er dus verstandig aan alert te zijn op onderwerpen van beperkt financieel belang, die een goedkeurende verklaring niet in de weg hoeven te staan, maar grote formeel-juridische risico’s met zich mee brengen.

www.mazars.nl

Auteur(s)
Henny Nuijten
Dit artikel is gepubliceerd in
gu2009-06

Nationaal Register

Jan van Nassaustraat 93
2596 BR Den Haag
T 070-324 30 91
info@nationaalregister.nl

Volg ons op social media

Governance Update nieuwsbrief