‘Beloning commissarissen vaak gebaseerd op oude rolopvattingen’

Gastcolumn
Eén Nederlandse commissaris met 19 toezichtfuncties
Het is een helaas tamelijk hardnekkige en onterechte aanname dat toezichthouders ‘vorstelijk worden beloond voor slechts vier vergaderingen per jaar’. Aniel Mahabier, Managing Partner AMA Partners, betoogt in een gastcolumn dat het tijd is voor een honorering conform nieuwe rolopvattingen. Misschien wel door prestatieafhankelijk belonen.
 
‘AEX-fondsen hebben over het algemeen een raad van commissarissen die bestaat uit beroepscommissarissen. Zij zijn aangetrokken op basis van hun expertise, ervaringen en deskundigheid. Meestal zijn het mensen die eerder posities op bestuursniveau vervulden bij toonaangevende organisaties of dat nog steeds doen. Een gangbare opvatting is, en terecht in mijn optiek, dat commissarissen zich qua deskundigheid, ervaring en kwalificaties moeten kunnen meten met de bestuurders waarop zij toezicht houden en bovendien de bijzondere vaardigheden beheersen die bij de specifieke rol van het toezicht houden behoren. De druk op commissarissen is de laatste jaren groter geworden. Er moet in toenemende mate verantwoording worden afgelegd aan verschillende partijen en er wordt kritischer gekeken naar de mate waarin zij hun verantwoordelijkheden serieus nemen. Bovendien is er wetgeving in de maak die het gemakkelijker maakt commissarissen aansprakelijk te stellen in geval van onordentelijke taakuitoefening.
 
Vorstelijk

Als we kijken naar de bezoldiging van bestuurders, kan worden geconstateerd dat de hoogte daarvan wordt bepaald door marktwerking en in het verlengde daarvan door wat peers bij andere organisaties betaald krijgen. Bij toezichthouders is dat veel minder het geval. De beloning van een commissaris bij Nederlandse beursgenoteerde ondernemingen is een fractie van wat de bestuurder ontvangt waarop toezicht wordt gehouden. Dat is op zichzelf niet gek, maar vast staat wel dat de taak van de toezichthouders fors zwaarder is geworden, met name door het toegenomen afbreukrisico en de genoemde aansprakelijkheid. Ook is het een realiteit dat er vanuit de samenleving steeds kritischer wordt gekeken naar de hoogte van de bezoldiging van deze commissarissen. De onterechte aanname dat toezichthouders ‘vorstelijk worden beloond voor slechts vier vergaderingen per jaar’ is helaas tamelijk hardnekkig. De pool waaruit een organisatie getalenteerde en ervaren commissarissen kan putten is klein. Er is slechts een beperkt aantal professionals dat in staat is om kundig toezicht uit te oefenen bij uiterst complexe multinationals als bijvoorbeeld Shell, ING of Unilever. De Corporate Governance Code stelt in artikel III.3.4 dat het maximum aantal commissariaten van één persoon bij Nederlandse beursvennootschappen zodanig beperkt moet zijn dat een goede taakvervulling is gewaarborgd. Ook de Wet Bestuur en Toezicht beperkt het aantal toegestane toezichthoudende functies. Het wettelijk limiteren van het aantal toezichthoudende functies maakt het in praktische zin lastiger om mensen te vinden die up to the job zijn. Bovenstaande maakt het in ieder geval interessant om te kijken hoe je deze - zeldzame  - categorie commissarissen zou moeten belonen.

Marktwerking

Zouden wij in Nederland bijvoorbeeld niet moeten overwegen om uit te gaan van marktwerking van vraag en aanbod bij het vaststellen van een beloningsbeleid en de hoogte van de bezoldiging van commissarissen? In een aantal landen, waaronder de Verenigde Staten, is het zelfs niet ongebruikelijk om toezichthouders opties en/of aandelen toe

Auteur(s)
Aniel Mahabier
Dit artikel is gepubliceerd in
GU2014mei

Nationaal Register

Jan van Nassaustraat 93
2596 BR Den Haag
T 070-324 30 91
info@nationaalregister.nl

Klik hier voor ons Privacybeleid

Governance Update nieuwsbrief

Volg ons