Actuele vraagbaak over governance van stichtingen

Boeken
De reorganisatie van de regelgeving van stichtingen in wet, code en statuten treft niet alleen zorginstellingen en pensioenfondsen, maar alle raden van commissarissen of toezicht in maatschappelijke organisaties. Jacques Gerards van Bureau Bestuurlijk Advies en het Instituut Governance & Leiderschap bespreekt een actueel naslagwerk op dit gebied. Ook voor niet-juristen een bron van basale kennis van het stichtingenrecht.
 
Het merendeel van de ‘maatschappelijke ondernemingen’ als onderwijs- en zorginstellingen is wat rechtspersoonlijkheid betreft gereguleerd in de vorm van een stichting, die vooral als rechtsvorm voor beleggingsinstellingen of pensioenfondsen beoogd was.
De huidige wettelijke regeling van de stichting in Boek 2 BW ten aanzien van bestuur en toezicht is met onvoldoende waarborgen omkleed, zo onderkennen zowel de overheid  als mensen uit de praktijk van toezicht en bestuur. Daarom zijn governancecodes tot stand gekomen en worden extra voorschriften vastgelegd in sectorwetgeving.
 
Fundamentele vragen
Deze gegroeide situatie roept een aantal vragen op waarmee de auteurs hun publicatie openen:
  • welke lacunes kent het stichtingenrecht?
  • wat zou in het stichtingenrecht geregeld moeten worden?
  • wat is sectorspecifiek en vereist aparte regulering?
  • welke regels zijn geschikt voor uitwerking in governancecodes en welke niet?
  • welke statutaire uitwerkingen zijn onder de huidige wet- en regelgeving aan te bevelen?
 
Drie niveaus, vier segmenten
Governance - in de betekenis van ‘regeling van de besturing’ - en corporate governance - in de oorspronkelijke betekenis van ‘regeling van de besturing van een rechtspersoon’ - vindt plaats op drie niveaus in vier segmenten:
1. de wetgever met twee niveaus:
  • algemene wettelijke regeling, het BW en de inspraakwetgeving, de WOR, en:
  • sectorspecifieke wettelijke regelingen, zoals die gelden voor onderwijs, zorg, woningcorporaties en pensioenfondsen, waarin ook deels in medezeggenschap wordt voorzien;

2. de verenigingen van toezichthouders, bestuurders en branches met hun governancecodes;

3. de individuele rechtspersonen met statuten en reglementen.

Achtereenvolgens worden deze drie niveaus besproken. De karakteristieken van de stichting: doel, doelvermogen, uitkeringsverbod, ledenverbod, belanghebbenden en meer uitgebreid het bestuur met zijn aansprakelijkheid, collegialiteit en taakverdeling, benoeming en ontslag en de raad van toezicht met zijn aansprakelijkheid. De regeling voor de one-tier board, de tegenstrijdig-belangregeling, het belanghebbendenorgaan, het enquêterecht en de publicatieplicht voor alle stichtingen volgen.  Het rechtskarakter en de rechtsverhouding tussen de verschillende ‘regelgevers’ is het logische vervolg: de regels van de governancecodes, hun rechtskracht en hun verhouding met dwingend recht worden besproken.  
 
Lacunes in wet- en regelgeving
Na deze analyse van de governancestructuur van stichtingen wordt ingezoomd op twee specifieke sectoren, zorginstellingen en pensioenfondsen. De governanceregulering van juist deze sectoren is interessant omdat nieuwe wetgeving op komst is: de Wet Cliëntenrechten Zorg en de onlangs aangenomen wijziging van de Pensioenwet. Marleen van Uchelen-Schipper analyseert in haar preadvies dat de verhouding tussen de regels van governance die in de zorgsector op verschillende niveaus (Boek 2 BW, sectorwetgeving en de Zorgbrede Governancecode) zijn vastgelegd, niet altijd even duidelijk is en doet een aantal concrete voorstellen voor verbetering. Daarbij geeft zij aan op welk niveau en door welke partijen bepaalde regels vastgelegd zouden moeten worden. Hiernaast constateert zij een aantal lacunes in wet- en regelgeving, zoals bepalingen ten aanzien van de one-tier board en ten aanzien van tegenstrijdig belang.
 
‘Raad van toezicht geen factor van betekenis’
In zijn preadvies over Pension Funds onderwerpt Bas Visée de wijze waarop de governance van pensioenfondsen thans en in de toekomst vorm wordt gegeven aan een kritische beschouwing. Hij signaleert dat de nieuwe wettelijke regeling ingewikkeld in elkaar zit en een aantal lacunes bevat zoals het ontbreken van voorschriften over de wijze waarop toezichthouders benoemd dienen te worden. Ook constateert hij dat de raad van toezicht over onvoldoende mogelijkheden beschikt om een daadwerkelijke factor van betekenis te zijn.
In het slotwoord leveren voorbeelden uit de twee sectoren voorstellen op voor de regeling van de besturing van alle stichtingen in wet, sectorale wet, governancecodes, statuten en interne reglementen.
 
Architectuur van regelgeving 
Deze publicatie is actueel en draagt bij aan de discussie die nu en in de nabije toekomst gevoerd wordt over de wettelijke vormgeving van bestuur en toezicht bij stichtingen in alle maatschappelijke sectoren en bij regulering van governance bij zorginstellingen en pensioenfondsen in het bijzonder. Niet alleen van belang voor bestuurders en toezichthouders in de zorg of bij pensioenfondsen, want de reorganisatie van de regelgeving van stichtingen in wet, code en statuten is begonnen en treft alle raden van commissarissen of toezicht in maatschappelijke organisaties. Het werd hoog tijd, want eind jaren negentig werd al vastgesteld dat wat in de praktijk groeide niet als een consistente architectuur van regelgeving gezien kon worden. Ook voor niet-juristen is de publicatie goed toegankelijk en juist voor hen een bron van basale kennis van het stichtingenrecht.
 
Mr. M.J. van Uchelen-Schipper, mr. S.W.A.M. Visée, Bestuur en toezicht bij stichtingen, governance bij zorginstellingen en pensioenfondsen, als deel 3 in de reeks: Preadviezen commerciële rechtspraktijk. Uitgeverij Paris, 2013. ISBN 9789462510067
 
Auteur(s)
Jacques Gerards
Dit artikel is gepubliceerd in
GU2014apr

Nationaal Register

Jan van Nassaustraat 93
2596 BR Den Haag
T 070-324 30 91
info@nationaalregister.nl

Volg ons op social media

Governance Update nieuwsbrief