‘Nieuwe code moet rol commissarissen bij biedingen verzwaren’

Interview
Guus Kemperink (Van Doorne) pleit voor onafhankelijker oordeel over strategische meerwaarde overnames:

Niet het bestuur, maar de raad van commissarissen zou een leidende rol moeten vervullen wanneer een bod op een vennootschap wordt gedaan, stelt Guus Kemperink, partner bij Van Doorne, in zijn proefschrift Vennootschappelijk toezicht op de doelvennootschap bij openbare biedingen. Aandelenbezit van commissarissen in de vennootschap acht hij onwenselijk.

Goed getimed uw onderzoek! Midden in de discussie rond het inmiddels afgewezen bod op KPN komt u met dit proefschrift. Uiteraard was dat niet de aanleiding. Wat motiveerde u wel tot dit onderzoek?

‘Ik constateerde dat er heel weinig onderzoek is verricht naar de vraag hoe er bij openbare biedingen wordt omgegaan met de belangen van alle stakeholders en in hoeverre het aandeelhoudersbelang domineert. Daarbij heb ik moeten vaststellen dat toekomstperspectief en strategie onvoldoende worden meegenomen in de overwegingen van de vennootschap.’

Daarbij heeft u onder meer naar de rol van de RvC gekeken.

‘Feitelijk zou de RvC bij een openbaar bod een spilfunctie moeten vervullen. In de praktijk is dat niet zo. Het is vooral het bestuur dat de lead heeft en de RvC vervult daarbij eerder een aanvullende rol. Daardoor is er een groot risico dat persoonlijke belangen van de bestuurders de overhand krijgen. Veel bestuurders hebben een aandelenbelang in de vennootschap of krijgen een beter carrièreperspectief wanneer het bod zou slagen. Zij zijn dus niet onafhankelijk. In de praktijk zie je ook dat onderhandelingen en beraadslagingen door elkaar lopen. Volgens de wet mag het bestuur wel onderhandelen, maar niet beraadslagen. Zo werkt het dus in de praktijk niet. Als gevolg daarvan is de besluitvorming bij biedingsprocessen niet altijd in overeenstemming met de wet. Ik pleit voor een zwaardere rol van de RvC om zo onafhankelijkheid te garanderen en binnen de wet te blijven. Nu wordt de RvC in de situatie van een openbaar bod veelal ad hoc ingeschakeld.’

Een RvC zonder aandelen?

‘Ja. Een commissaris zou helemaal geen aandelen in de vennootschap moeten hebben om zo in alle onafhankelijkheid een zuiver oordeel over het bod te kunnen vellen. Wat Kees van Lede als voorzitter van de raad van commissarissen bij Imtech gedaan heeft, is een zet in de goede richting. Gezien de malaise in Polen werd de taak van de raad van commissarissen zwaarder. De beloning van de raad van commissarissen werd om die reden verhoogd. De raad van commissarissen behoudt daarmee zijn onafhankelijke positie.’

Een ander speerpunt in uw rapport is meer aandacht voor strategie bij biedingen.

‘Wat je nu veelal ziet, is dat de prijs van het bod domineert. Maar daardoor worden niet de belangen van alle stakeholders gediend. De vraag die gesteld moet worden is: in hoeverre sluit de overname aan bij de strategie van de vennootschap? Wat wil de bieder met de onderneming? Zo krijg je inzicht in de werkelijke motivatie van de bieder. Van een dergelijke diepgravende analyse naar de strategische meerwaarde van de overname is vaak geen sprake. Als je naar de biedingen van de laatste afgelopen jaren kijkt, dan zie je dat prijs de bepalende factor is en dat de strategie daaraan ondergeschikt is.’

De overname van DE Masterblenders is volgens u ook een goed voorbeeld van hoe het niet moet.

‘Bij het bod op DE Masterblenders waren de onderhandelingen en de beraadslagingen over het bod in belangrijke mate in handen van bestuursleden die een financieel belang in de vennootschap hadden. Een dergelijke aanpak staat op gespannen voet met de wet. Verder werd de basis voor de transactie gelegd door een akkoord over de prijs. Andere belangen lijken in de afwegingen slechts een ondergeschikte rol te hebben gespeeld. Deze dienden er met name toe om de deal te rechtvaardigen. Van een echte belangenafweging, zoals de wet eist, lijkt daarmee geen sprake te zijn geweest. Ook dat is niet in overeenstemming met de wet. Los daarvan is het moeilijk om garanties van de bieder (bijvoorbeeld over behoud van werkgelegenheid) af te dwingen. De bieder is straks de baas en dan heb je als vennootschap  niets meer te zeggen. In de methodiek die ik voorstel moet er eerst een financieel interessant bod voorliggen. Vervolgens moet er duidelijkheid verkregen worden over de strategie van de bieder. Feitelijk gaat het daarmee om een economische toetsing van het bod. De uiteindelijke beoordeling moet daarbij in handen liggen van onafhankelijke bestuurders en onafhankelijke commissarissen.’

Gaat de overname van DE Masterblenders nog een staartje krijgen in dat perspectief?

‘Dat weet ik niet. Volgens mij is iedereen wel tevreden met het bod en zal het dus zo’n vaart niet lopen. Ik vind het inderdaad wel echt een voorbeeld van hoe het niet moet. Ik zou het mooi vinden als een eventuele nieuwe corporategovernancecode voorziet in een verzwaring van de rol van de RvC in biedingsprocessen. In de vorige code lukte dat nog niet, misschien nu wel. Hoe dan ook vind ik dat organisaties hun governance rond biedingen veel beter moeten inrichten. Leg vast wie onderhandelen en wie beraadslagen en geef ook aan waar eventuele tegenstrijdige belangen liggen.’

U staat daarbij het Duitse model voor.

‘De eisen rond de motivering van het bod liggen in Duitsland veel hoger. Daar wordt veel meer gekeken naar de langetermijneffecten van de overname. In Duitsland is ook vastgelegd dat de RvC (Aufsichtsrat) zelfstandig een standpunt over het bod moet innemen en kenbaar moet maken. Dat maakt de positie van de RvC aanmerkelijk sterker.’

U bent ook voorstander van het handhaven van beschermingsconstructies. Terwijl Brussel ze vooral wil afschaffen.

‘Beschermingsconstructies zouden niet leidend moeten zijn, maar je moet ze wel hebben in het geval van excessen. Er kunnen biedingen zijn die de continuïteit van de vennootschap in gevaar brengen. Daarbij moet gedacht worden aan hedgefunds die bedrijven opkopen en opknippen voor eigen gewin. Dat strookt niet met het creëren van aandeelhouderswaarde op de lange termijn, waarbij je de belangen hebt te dienen van alle stakeholders. ABN Amro had de beschermingswal afgeschaft en kon zich in 2007 niet meer verdedigen. Achteraf vond men de gevolgen hiervan onwenselijk. Wanneer de bieder geen behoorlijke strategie voor ogen staat, moet je je tegen het bod kunnen verweren. Maar je moet daar met beleid mee omgaan. Alleen als de continuïteit in het geding is, is er reden om beschermingsmaatregelen te nemen.’

Is hier een echte Rijnlander aan het woord?

‘Zo zou ik het niet willen zien. Waar het om gaat is dat we het Rijnlandse model nu eenmaal hebben. Als je voor dat model kiest, moet je je er ook aan houden. Anders moeten we voor een ander model kiezen. En dat willen we in Nederland kennelijk niet.’

www.vandoorne.com

Auteur(s)
Ronald Buitenhuis
Dit artikel is gepubliceerd in
gu2013-09

Nationaal Register

Jan van Nassaustraat 93
2596 BR Den Haag
T 070-324 30 91
info@nationaalregister.nl

Volg ons op social media

Governance Update nieuwsbrief